of 58959 LinkedIn

Provincies en gemeenten willen impuls voor restwarmte

Door slimmer gebruik te maken van restwarmte, kan het gasgebruik fors afnemen en CO2-uitstoot aanzienlijk worden teruggedrongen. Vier provincies, diverse gemeenten en energiebedrijven zien kansen om met warmtenetten in woonwijken de komende 25 jaar 1,5 miljoen woningen en kantoren aan te sluiten op duurzame warmte.

Door slimmer gebruik te maken van restwarmte, kan het gasgebruik fors afnemen en CO2-uitstoot aanzienlijk worden teruggedrongen. Vier provincies, diverse gemeenten en energiebedrijven zien kansen om met warmtenetten in woonwijken de komende 25 jaar 1,5 miljoen woningen en kantoren aan te sluiten op duurzame warmte.

Groeiplan Warmte

Dat leidt volgens hen tot een jaarlijkse CO2-besparing van 2 Megaton. Om hetzelfde resultaat met zonne-energie te behalen, zouden 19 miljoen zonnepanelen nodig zijn, volgens de initiatiefnemers van het Groeiplan Warmte. Regionale en lokale partijen zoals overheden en warmtebedrijven willen hierin investeren, maar hebben daarbij hulp nodig van het rijk. Zo willen ze dat de rijksoverheid de energiebelasting van gas en elektriciteit gelijktrekt en aanleg van hoofdtransportleidingen als nutsvoorziening aanmerkt. Vrijdag overhandigden de achttien partijen hun groeiplan aan de leden van de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken.

 

Gemeenten en provincies voeren regie

Kern van het idee is dat gemeenten en provincies de regie voeren om te komen tot de meest efficiënte energievoorziening in een wijk. Zij kunnen schakelen met lokale energie-initiatieven, woningbouwcorporaties, kantoren en verschillende warmteleveranciers. Op deze manier kunnen warmtebedrijven niet alleen in nieuwe, maar ook in bestaande wijken warmtenetten realiseren. De winst daarvan voor de overstap naar duurzame energie is groot. ‘Onze energievraag bestaat voor 60 procent uit warmte’, stelt Jan Jacob van Dijk, Gelders gedeputeerde voor Energietransitie. ‘Ook het beter benutten van duurzame restwarmte is nodig  om de gewenste energietransitie te bereiken. Samenwerking is daarbij nodig.’

 

Aangepaste regelgeving

Van het rijk vragen de initiatiefnemers vooral ondersteuning in de vorm van aangepaste regelgeving. Zo moet het voor consumenten financieel aantrekkelijk worden om over te stappen van aardgas naar het warmtenet. Dat kan door aanpassing van de energiebelasting. Verder moet het rijk ervoor zorgen dat de benodigde hoofdinfrastructuur wordt aangelegd, in hun ogen een openbare nutsfunctie. Verschillende kleine warmtenetten kunnen daarmee aan elkaar worden geregen, zodat een groot netwerk van warmtetransportleidingen ontstaat.

 

Deelnemers

De partijen die meedoen aan Groeiplan Warmte zijn op dit moment de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland en Limburg, de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen, Ede, Delft, Leiden, Stichting Natuur & Milieu, Nuon, Eneco, EnNatuurlijk, Stadsverwarming Purmerend, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Louis Kanneworff op
Warmte is bij uitstek een lokale energievoorziening. Met in sommige gevallen een regionale uitstraling. Waarom moet dan het Rijk de infrastructuur gaan financieren?
Dat is vreemd. Zeker voor de provincie Gelderland die zeer vermogend is door de verkoop van energiebedrijf NUON.
Door secretaris PEL (secretaris) op
En dan komen er net zulke ondoorzichtige nota's als bij blokverwarming? Bij elke tussenschakel voor warmtelevering wordt weer winst gedraaid en de consument is het laatste station. Die krijgt alles op zijn bordje. Het Niet Meer Dan Anders principe uit de Warmtewet betekent dat men meteen op het maximum qua prijs gaat zitten. Stel ergens eens een maximumprijs voor vast en zie wat er dan gebeurt: iedereen gaat op die maximumprijs zitten...
Door Albert (adviseur) op
Sinds wanneer wordt er energiebelasting geheven op restwarmte? De belasting wordt geheven op het aardgas waarmee stadswarmte gemaakt wordt. De duurzaamheid van warmtenetten is betrekkelijk, omdat de branche mee schrijft aan de normen, zoals ING wetsteksten aanlevert.