of 59232 LinkedIn

Provincies: ‘Behoud van doorzettingskracht is zware eis Omgevingswet’

Doorzettingskracht is een harde eis die het IPO aan de Omgevingswet stelt.

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) stelt twee ‘zware eisen’ aan de Omgevingswet. Provincies moeten eigen verantwoordelijkheden en doorzettingskracht houden. Met dat laatste kunnen zij – indien nodig – provinciaal beleid opleggen aan gemeenten en waterschappen.

Essentiële punten verankeren in wet

Een toetsversie van de Omgevingswet wordt de komende maanden ter consultatie voorgelegd aan onder andere het IPO, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen. De provincies steunen de stelselherziening van het omgevingsrecht, maar willen wel enkele, voor provincies essentiële, punten verankerd zien in de wet, aldus het IPO.

 

Provincies willen sturingsmogelijkheden en doorzettingskracht

Eén van die punten is het behoud van doorzettingskracht voor provincies. Net als bij de bestaande wetten gaan de provincies bij de Omgevingswet uit van een gelijkwaardige verantwoordelijkheid van rijk, provincies en gemeenten voor de overheidszorg voor de kwaliteit van de leefomgeving, stelt het IPO in een verklaring. En: Daar horen sturingsmogelijkheden en doorzettingskracht voor de provincies bij om deze verantwoordelijkheid ook waar te maken.

 

Niet met de botte bijl

Gemeenten en waterschappen hoeven niet bang te zijn dat provincies met de botte bijl op lokaal beleid gaan inhakken. Uitgangspunt is goed overleg. IPO-bestuurder en gedeputeerde Yves de Boer (Noord-Brabant): ‘Eigen verantwoordelijkheden en doorzettingskracht voor de provincies zijn twee zware eisen. Dat laat onverlet dat de focus van de provincies bij de Omgevingswet gericht is op beleidsafstemming en niet op juridisering’.

 

Eerst evaluatie reactieve aanwijzing

Voordat een keuze wordt gemaakt over een doorzettingsinstrument, komt er een evaluatie van het instrument van de reactieve aanwijzing in de Wet ruimtelijke ordening. De Boer maakt wel duidelijk dat de provincies geen hekkensluiter willen zijn. ‘Het gaat de provincies om een beleidsinstrument waarmee doorwerking van provinciale beleidskaders naar gemeenten en waterschappen wordt verzekerd, en niet om een instrument van toezicht achteraf.’

 

Afsprakenkader

Het IPO wil de afspraken met minister Schultz van Haegen vastleggen in een afsprakenkader, zoals ook de VNG onlangs presenteerde. In een interview met Binnenlands Bestuur dat deze week verschijnt zegt minister Schultz dat IPO en VNG samen een voorstel gaan uitwerken over het doorzettingsinstrument, waar ze beiden blij mee zijn. Dat klopt, zegt IPO-woordvoerder Sander Hage. ‘En die afspraak willen we ook graag vastgelegd zien in een afsprakenkader.’

 

Omgevingsplan ook voor provincies

De provincies zijn enthousiast over het nieuwe instrument voor gemeenten waarover VNG en de minister het eens zijn geworden: het omgevingsplan, waarin straks automatisch alle bestemmingsplannen opgaan. De provincies willen ook wel een dergelijk plan op regionaal niveau, wat in de plaats komt van het huidige inpassingplan en een aanvulling kan zijn op het projectbesluit.

 

Meer afwegingsruimte bij milieunormen

De minister heeft met VNG ook afgesproken dat zij meer bestuurlijke afwegingsruimte krijgen bij milieukwaliteitsnormen. Daar willen de provincies ook naar toe. De Boer: ‘Afwegingsruimte speelt immers niet alleen op lokaal niveau. Ook de provincie heeft dit nodig bij de bestuurlijke afweging over het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit bij gebiedsontwikkelingen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door M.J. Schreurs (Wethouder) op
Als het IPO dit eist, dan moeten ze ook flink zijn en pleiten voor een onafhankelijk orgaan dat plannen die geblokkeerd worden door de provincie om doorzettingskracht te realiseren voor gemeente. Tenslotte als er met inwoners en raad een plan is goedgekeurd, waarmee het algemene belang gediend is, is het juist de provincie die het blokkeert.
Dit leidt onmddellijk tot scheve verhoudingen en voorkomen moet worden dat overheden voor de rechter met elkaar het gelijk te gaan halen.
Door Marcel Volbeda (adviseur ruimtelijke ontwikkeling) op
@roland.
Bent u bekend met de Brabantse praktijk? Overigens ben ik planoloog en geen bestuurskundige. Mijn uitgangspunt is derhalve iets anders. Ik adviseer mensen die willen bouwen/ondernemen en (meestal) niet de overheid.
Bevoegdheden hoeven niet beknot te worden indien deze met wijzheid gebruikt worden. De slogan 'Centraal wat moet, decentraal wat kan' betekent in Brabant nu dat alles in het landelijk gebied op provinciaal niveau beslist wordt. Natuurlijk staan daar bestuurlijke wegen voor open maar geloof me, als een agrariër een stal wil realiseren en je moet jaren wachten op de uitspraak van de Raad van State waar de overheid tot slechts een heroverweging wordt bewogen dan is het een dode wet. Geen ondernemer kan zo lang wachten en kiest dus eieren voor zijn geldt (geen pun)! Bovendien is het met de huidige omloopsnelheid van de provinciale verordening ruimte (1 aanpassing per jaar) juridisch al helemaal niet bij te benen.
Door Kool op
De bestuurders van het IPO zijn toch bij de Provincie weg gemoeten?
Door roland op
Beide reakties zijn het oneens met het prov. beleid en willen dit nu bestrijden met bevoegdheidsbeknotting.
Gebrek aan inhoudelijke argumenten?

Als de prov. geen eigen deugdelijk beleid heeft, zullen ze bij de rechte stranden.
Elke adviseur bestuursrecht moet dit weten!
Door Marcel Volbeda (adviseur ruimtelijke ontwikkeling) op
Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van de heer Koenen. Daar wil ik nog aan toe voegen dat als er een instantie is die dus zorgt voor juridisering in de RO dan is het de provincie Noord-Brabant met het afschuwelijke bestemmingsplan Noord-Brabant, officieel bekend als de Verordening Ruimte!
Door Martin Koenen (Directeur adviesbureau bestuursrecht) op
De invloed van de provincies moet beperkt worden tot toezicht op de echte zaken die er provinciaal toe doen. Niet het geneuzel over de inhoud van -let wel bestaande- woningen die al dan niet vervangen worden. Op dit moment hebben in Noord-Brabant Provinciale Staten in de verordening ruimte geen max. inhoud van woningen opgenomen. Gedeputeerde Staten en met name de ambtenaren trekken zich hier niets van aan. Zij leggen gemeenten op dat een inhoud van 750m3 niet kan. Om die reden liggen er verschillende reactieve aanwijzingen tegen bestemmingsplannen buitengebied bij de Raad van State. Gevolg, vertraging voor de gemeenten en de betrokken burgers. Over dit onderwerp heb ik mij nog recent schriftelijk tot PS en GS gewend. Dit geneuzel moet afgelopen zijn. Advies: alle reactieve aanwijzingen op dit punt onmiddellijk intrekken zodat de bestemmingen van kracht worden. Ook goed voor de werkgelegenheid in de bouw.