of 59054 LinkedIn

Onbereikbaarheid voorzieningen dreigt in randgebieden

De 2000 buurten met de gemiddeld grootste afstand tot voorzieningen in Nederland.
De 2000 buurten met de gemiddeld grootste afstand tot voorzieningen in Nederland.

In negen regio’s langs de randen van Nederland is zo weinig aanbod van onderwijs, zorg, winkels en sport, dat die voorzieningen onbereikbaar dreigen te worden voor de lokale bevolking. Dat blijkt uit de vitaliteitsindex die drie adviesbureaus hebben ontwikkeld. Provincies moeten zorgen voor concentratie van voorzieningen, op plekken waar mensen nog winkels en horeca bezoeken, stellen de onderzoekers.

Beschikbaarheid en bereikbaarheid

In reactie op de vele aandacht voor leefbaarheid in de provinciale coalitieakkoorden ontwikkelden de bureaus Ecorys, Roots Beleidsadvies en Rienstra Beleidsonderzoek een vitaliteitsindex. Die geeft op buurtniveau weer wat de beschikbaarheid en bereikbaarheid is van vier typen voorzieningen: zorg, onderwijs, winkels & horeca en sport & cultuur.

 

Grootste risico's in negen gebieden

Volgens adviseur Gilbert Bal van Roots Beleidsadvies is juist die combinatie van gegevens belangrijk voor beleidsmakers bij zowel provincies als gemeenten. In kernen waar ziekenhuizen, winkels en scholen verdwijnen, kan de leefbaarheid overeind blijven door goede bereikbaarheid van deze voorzieningen op een acceptabele afstand in de omgeving. ‘Bestuurders moeten alert zijn op plekken waar zowel de beschikbaarheid als de bereikbaarheid onder druk staat. In die gebieden kan het verdwijnen van bepaalde voorzieningen uit een dorpskern die voorzieningen onbereikbaar maken voor de lokale bevolking in een groter gebied.’ Volgens de analyse is dit risico het grootst in Noord-Friesland, Noord- en Oost-Groningen, Zuidwest-Drenthe, Oostelijk Flevoland, de Kop van Noord-Holland, het Rivierengebied, Zuid-Brabant en belangrijke delen van Zeeland.

 

Grote afstand tot onderwijs en zorg

In alle genoemde gebieden zijn vooral weinig sport- en cultuurvoorzieningen aanwezig. De Kop van Noord-Holland vormt hierop een uitzondering; in Schagen, Den Helder en aan de kust zijn nog relatief veel sport- en cultuurvoorzieningen te vinden. Wel geldt in alle genoemde gebieden dat de afstand tot onderwijs en zorg relatief groot is. Daarbij vormt in Zeeland ook het water een barrière, die ervoor kan zorgen dat de afstand in reistijd extra groot is.

 

Niet spreiden over kernen

Bal ziet de neiging bij lokale bestuurders in krimp- en anticipeerregio’s om overgebleven voorzieningen te spreiden over diverse kernen: het ene dorp de bibliotheek, het andere dorp de sportvelden. Een politiek logische reactie, om onrust binnen gemeenschappen te voorkomen. Maar economisch gezien is het onverstandig, volgens hem. Voorzieningen moeten juist zoveel mogelijk worden geconcentreerd, zodat ze kunnen profiteren van elkaars nabijheid. Ze hebben ten slotte allemaal draagvlak nodig om te kunnen blijven bestaan. ‘Door spreiding neemt het draagvlak af, terwijl je door te concentreren interessante combinaties maakt.’

 

Draagvlak winkels beperkt

Ook winkels en horeca spelen daarin een belangrijke rol, zegt Bal. Uit de analyse blijkt dat de spreiding van winkel- en horecavoorzieningen over het land evenwichtiger is dan die van veel maatschappelijke voorzieningen. Dat lijkt positief, maar daarin schuilt volgens de onderzoekers ook een risico. In veel van de genoemde aandachtsgebieden voor leefbaarheid is ook de winkelleegstand groot. Dat betekent dat het draagvlak voor winkel- en horecavoorzieningen daar eigenlijk te beperkt is. Zijn advies: ‘Je moet aansluiten bij de bestaande bezoekersstromen. Dus kijk waar mensen nu al naartoe gaan voor hun boodschappen en probeer dat te versterken met aanbod van andere voorzieningen.’

 

Accepteren

De consequentie van concentratie kan zijn dat bepaalde kernen helemaal geen voorzieningen meer hebben, erkent Bal. ‘Je kunt nu eenmaal niet alles overal houden. We moeten accepteren dat in bepaalde kernen bepaalde voorzieningen afwezig zijn. Het is dan de kunst om alle voorzieningen voor de bevolking bereikbaar te houden binnen een acceptabele reisafstand.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Roelof Moes (huisarts) op
Beste P.

"Elk nadeel heb z'n voordeel".
Het grootste deel van mijn leven heb ik op het platteland van Drenthe gewoond.
Heb hier tot heden geen seconde spijt van.
Kan vele voordelen noemen t.o.v. het leven in bijvoorbeeld Amsterdam, waar onze kinderen wonen.
Echter er zijn ook zaken, die achteruit gaan.
Elke Nederlander heeft recht op leidingwater, elektriciteit etc.
De kosten hiervan en de moeite om het te krijgen zijn niet afhankelijk van de afstand tot de grote stad.
Daarentegen vind er op dit moment afbraak plaats van zorgvoorzieningen, die er voor zorgen dat de bereikbaarheid moeilijker wordt.
In 1937 kreeg Meppel een ziekenhuis. Hier waren tot voor enige jaren de meeste specialistische disciplines dag en nacht vertegenwoordigd.
Na het 75 jarig bestaan in 2012 begon de afbraak. Eerst exit klinische verloskunde en gynaecologie. Dit jaar klinische kindergeneeskunde. In toenemende mate kan men voor spoedgevallen overdag niet meer terecht in Meppel. Zoals gisteren een patient voor de KNO arts. In Meppel geen KNO arts aanwezig. Alleen in Zwolle.
Terwijl het ziekenhuis volgens het RIVM een ‘gevoelig ziekenhuis’ is wordt het langzamerhand steeds meer uitgekleed.
Reisafstanden met eigen vervoer tot > 45 minuten doen zich dan ook voor.
Dat kan heel vervelend zijn bijvoorbeeld met een forse niet te stelpen bloedneus.
Op papier zijn de ambulance aanrijdtijden volgens het RIVM voldoende om bijna alle mensen binnen drie kwartier in een ziekenhuis te krijgen. Deze aanrijdtijden gaan echter uit van ideale rijomstandigheden en het feit, dat er altijd een ambulance aanwezig is op de post.
Aangezien de rijomstandigheden niet altijd ideaal zijn er in bijvoorbeeld Meppel in de nachtelijke uren niet altijd een tweede ambulance klaar staat worden de rijdtijden soms ook ergerlijk lang.
Gelukkig doet zich dit niet vaak voor, alleen het kan toevallig wel jou treffen en dan heb je pech gehad.

Ten aanzien van de oudjes. Ook hier zijn er nog negentig plussers, die auto rijden. Echter meestal wel met duidelijke beperkingen. Vaak alleen in het eigen dorp en al helemaal niet in het donker.
Het ideaal van altijd behulpzame buren doet zich niet altijd voor. Probeer om elf uur ’s avonds maar eens iemand te vinden, die bereid is een willekeurig iemand naar het ziekenhuis te rijden, met de kans dat de rit inclusief bezoek vele uren kan duren.
Zou jij dat doen?
Door dieudonnee (adviseur leefbaarheid) op
Is het een idee om de bewoners van die "randgebieden" zelf eens te vragen waarom ze in die gebieden zijn gaan wonen? Het zou dan best eens kunnen zijn dat men heel erg graag de grote stad met zijn voorzieningen de rug toekeert. De beleidsaviseurs adviseren vanzelfsprekend graag over scholen, ziekenhuizen en andere voorzieningen. De stad kent echter ook eenzaamheid, straatvuil, grafitti, straatroof, geluidsoverlast, asociale buren, coffeeshops, overlastgevende jeugd, verkeersoverlast, onveiligheid, en buurten waar de bevolkingssamenstelling zich drastisch wijzigt.
Door P op
Beste Roelof,

Veel van mijn dorpsgenoten zijn inderdaad de 65 gepasseerd en dat zullen er vast nog wel meer worden. Er hoeft hier echter niemand thuis te blijven omdat er geen vervoer is. Heus, in mijn straat is de gemiddelde leeftijd fors hoger dan 65 en de mobiliteit is enorm. Veel mensen rijden tot op hoge leeftijd zelf (rijden is hier nogal wat makkelijker dan in de stad). Die grote groep gepensioneerden kan over het algemeen prima in haar eigen mobiliteit voorzien.
Door Roelof Moes (huisarts) op
Beste P,

Kan me jouw reactie als 34 jarige volledig voorstellen.
Er zijn echter ook gebieden in Nederland, waar in de toekomst meer 65 plussers wonen dan 20-64 jarigen (grijze druk).
In de gemeente Westerveld (Zuidwest Drenthe) is over vijf jaar de grijze druk al 55 %. http://www.zorgatlas.nl/beinvloedende-factoren/d …
Het elkaar helpen heeft dan wel grenzen.
Je hebt dan niet zomaar een buurman/vrouw, die je in de avond bij weer en ontij even naar een ziekenhuis rijdt.
Dat wordt dan echt zoeken, helaas.
Niet iedereen rijdt zomaar even 100 km zonder moeite.
Door P (bewust bewoner van een van de blauwe gebiedjes) op
Toen ik enkele jaren geleden in de stad woonde deed ik er 's-ochtends een half uur over om uit de stad te komen. Nu ik in een van de blauwe gebiedjes woon, ben ik in een half uur al 6 gemeenten door. Afstand is relatief. Eenieder die er bewust voor kiest om in een gebied met iets minder voorzieningen te gaan wonen, zorgt zelf voor goed vervoer. Voor eenieder die dat niet meer kan is zijn er vangnetten genoeg. Ja, in dorpen helpen mensen elkaar. Mensen van mijn generatie (ik ben 34) hebben er over het algemeen ook geen moeite mee om 100 km te rijden voor een optreden of 10 km voor de supermarkt. Laten we eens ophouden met het krampachtig vasthouden aan de voorzieningen die er ooit waren!
Door Roelof Moes (huisarts) op
De laatste jaren wordt onze omgeving (Nijeveen = Zuidwest Drenthe) in toenemend mate verstoken van zorgvoorzieningen. Twee jaar geleden verdween de gynaceologie/obstetrie vanuit Meppel. Per 1 juli 2015 de klinische kindergeneeskunde. Gevolg: langereafstanden, waarvoor dan soms een ambulance nodig is, terwijl er anders misschien voor eigen vervoer was gekozen (bijvoorbeeld zwangere, die in partu is).
Hoe dan ook de bereikbaarheid van ziekenhuiszorg gaat in onze omgeving steeds verder achter uit, waardoor kritische grenzen t.a.v. ambulancerijtijden worden overschreden.
Het afgelopen jaar nog meegemaakt, dat ik drie kwartier moeste wachten voordat er een ambulance was. Nota bene er stond na 20 minuten eindelijk een ambulance voor de deur en deze verdween direct met loeiende sirene naar een ander spoedgeval.
Door Gerlof RIenstra (Directeur Rienstra Beleidsonderzoek) op
Dit is een volledig eigen initiatief van de drie bureaus, we willen hiermee de discussie op gang brengen. Ons doel was aan te geven waar echt de schoen wringt als het gaat om relatief laagdrempelige voorzieningen (dus niet universiteiten, maar wel basis- en voortgezet onderwijs). Vervoer/logistiek is ook wat ons betreft een van de mogelijke oplossingsrichtingen!
Door P. Reitsma (Raadslid) op
De inzet moet veel meer gericht zijn op het vervoer. Wanneer er regionaal te weinig leerlingen zijn voor een bepaald vak in elke school apart, moet men de leerlingen samenbrengen en.... voor het vervoer zorgen! Dat vraagt om een goede logistiek. Men behoudt zo bijv. het onderwijs voor de regio en geeft de leefbaarheid in een krimpgebied een impuls. Zo zou het ook met de sport, zwembaden, sociale ontmoetingen, winkelen,, enz. kunnen. Vervoer verbindt alles.
Door Lady op
Ja, wat kun je toch een mooie plaatjes maken met geografische informatie systemen. Sommigen worden alleen daar al door overtuigd. Ik weet er alles van. De vraag is natuurlijk of de grote afstand en/of bereikbaarheid als een probleem worden ervaren. Iedereen begrijpt dat hij/zij voor de universiteit naar een grote stad moet om maar iets te noemen. Mensen wonen beslist niet op het 'platteland' omdat ze niet in de stad kunnen wonen. Het gaat dus om een gehele andere afweging dan die nu uit dit 'onderzoek' naar voren komt. Kortom, mooie plaatjes, maar wat moeten we er mee?
Door Opmerker op
Slim gezamenlijk onderzoek van drie bureaux.
Los van de inhoudelijke discussie merk ik op... ik mis een opdrachtgever: IPO? VNG? Ofwel, wie heeft er om gevraagd?