of 59054 LinkedIn

‘Niet blind bezuinigen op openbare ruimte’

Volgens de rekenkamer van de gemeente Lelystad moet de gemeente niet blind bezuinigen op de openbare ruimte, maar eerst inzicht hebben op de effecten op de beleving van bewoners en daarmee de aantrekkingskracht en aanzien van de stad.

De gemeente Lelystad moet vrezen voor de aantrekkingskracht en het aanzien van de stad als het blijft bezuinigen op de openbare ruimte zonder inzicht te hebben op de effecten daarop. Dat concludeert de lokale rekenkamer.

Beleid doeltreffend
In grote lijnen is het beleid van de gemeente Lelystad voor beheer en onderhoud aan de openbare ruimte doeltreffend, vindt de rekenkamer tot genoegen van het college. Maar uitzondering daarop zijn het Stadshart en het groenonderhoud. Uit het onderzoek blijkt dat 60 procent van de geïnterviewde bewoners positief is over de openbare ruimte, over het Stadshart is maar 44 procent positief. Ook zijn er grote verschillen tussen de wijken in technische kwaliteit en beleving van de bewoners.

Lastig om kwaliteit te blijven garanderen
Het huidige kwaliteitsniveau van de openbare ruimte noemt de rekenkamer naar objectieve criteria stabiel en acceptabel. Door verwachte financiële tekorten verwacht de rekenkamer dat de gemeente meer zal gaan bezuinigen op beheer en onderhoud, waardoor het lastig kan worden om de basiskwaliteit te kunnen garanderen. Op zich is dat me beperkte ambities niet zo erg, maar de rekenkamer wijst erop dat de gemeente groeiambities heeft. ‘Als de stad door achteruitlopende kwaliteit van de openbare ruimte haar aantrekkingskracht zou verliezen kan dit kosten en risico’s van geheel andere orde met zich meebrengen.’

Risico dat wijken afglijden
Verder is op het gebied van burgerparticipatie veel onzekerheid. De middelen staan onder druk en een visie erop ontbreekt. De gemeente is terughoudend geworden met ingrijpen in verloederde wijken Zo ondermijnt de gemeente haar streven naar meer participatie van inwoners. Bewoners kunnen het niet alleen oplossen en het risico bestaat dat wijken afglijden. De aanpak van overlast vraagt om maatwerk. Tot slot zijn voor de raad trends niet goed zichtbaar en volgbaar. Daardoor heeft de raad onvoldoende inzicht en grip op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

College: bewoners moeten ook participeren
In een reactie op de conclusies van de rekenkamer zegt het college de inzichten te willen gebruiken bij het evalueren van het beleid en voor de meerjarenraming. Het college beaamt dat er “een trend is dat de bezuinigingen effect hebben op de kwaliteit en dat het beeld negatief beïnvloedt”. Geconstateerde verschillen in kwaliteit en beleving liggen vooral aan de subjectieve methode van de rekenkamer. En verschillen in beleving en technische staat liggen eerder aan leeftijd en ligging van wijken dan aan verschil in onderhoudsmaatregelen. Het college wil wel maatwerk leveren in verloederde wijken, maar ook moet “eigenaarschap” worden gevoeld door inwoners. Het college vindt de informatievoorziening naar de raad voldoende, maar als er behoefte is aan meer is zij “uiteraard bereid tot een gesprek”.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jacqueline Klaassen op
De primaire reactie van iedereen is dat minder geld automatisch leidt tot minder doen of een lager kwaliteitsniveau accepteren. Dat je met een andere kijk op inkoop ook 'meer met minder' kan doen, is nog niet overal bekend. Jammer dat de rekenkamer, dat nog niet heeft opgenomen in haar aanbevelingen. Juist in de openbare ruimte is daar veel mogelijk. Misschien kun je niet alle tekorten hiermee opvangen, maar zeker een groot deel.
Door Jaap van Velzen (adviseur o.a. openbare ruimte) op
Het is een mythe om te denken dat goed onderhoud van de infrastructuur en straatmeubilair in al zijn aspecten overdraagbaar is aan bewoners. Bovendien zullen er vanaf januari aanzienlijk meer mensen de openbare ruimte betreden die extra belangen hebben bij toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen. Ook ontmoeten en verbinden in de stadscentra worden steeds belangrijker. Onderhoud op peil houden wordt daarmee des te belangrijker en is juist kostenbesparend. Participatie betekent in dit verband: de regie kwijtraken, je verantwoordelijkheid als gemeente ontlopen en de omgeving per omgaande zien afglijden.