of 59250 LinkedIn

Kritiek op bestemmingsplan is verstomd

In de praktijk van gebiedsontwikkeling is het voor beide groepen nu goed geregeld, zegt Friso de Zeeuw. Daarom zien ze de omgevingsverordening niet zitten.

Het is het meest omstreden planologische instrument in het lokale bestuur: het bestemmingsplan. De afgelopen jaren werd het breed bekritiseerd. Maar het zijn de critici van toen die het bestemmingsplan nu alsnog verdedigen, constateert Friso de Zeeuw.

Bestemmingsplan behouden

De praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft voerde het praktijkonderzoek uit naar knelpunten in het huidige omgevingsrecht, in opdracht van de VNG. Hoofdconclusie is dat gemeenten het bestemmingsplan eigenlijk niet kwijt willen.

 

Bestemmingsplan-taliban

De Zeeuw rekent ook zichzelf tot de critici die jaren riepen dat het instrument te weinig ruimte laat voor flexibiliteit en kunnen afwijken van starre regels als dat nodig is. Daartegenover stonden de vurige pleitbezorgers, door De Zeeuw schertsende de bestemmingsplan-taliban genoemd.

 

Planmatig versus projectmatig

‘Al veertig jaar voeren deze twee kampen discussie over planmatig versus projectmatig werken. De werkelijkheid wijst uit dat je beide nodig hebt. Je moet duidelijke lijnen uitzetten, maar je hebt ook een goede voorziening nodig hebt om projecten die niet binnen de regels passen, maar politiek wel wenselijk zijn, te kunnen realiseren.’

 

Artikel 19

Dat het bestemmingsplan nu in gemeenten toch breed wordt gesteund, wijt De Zeeuw aan twee dingen. Allereerst de ruimte die in de wet is gecreëerd om af te wijken van de regels. De klassieke artikel 19-procedure voorzag in die mogelijkheid. Onder de Wabo is die omgedoopt tot het projectafwijkingsbesluit.

 

Niet langer dichtgetimmerd

Daarnaast zorgt de economische crisis ervoor dat gemeenten kiezen voor globalere bestemmingsplannen, om het voor bedrijven en ontwikkelaars eenvoudiger te maken te investeren, zegt De Zeeuw. ‘Het bestemmingsplan zat lang in het verdomhoekje, omdat gemeenten de zaak volledig hadden dichtgetimmerd. Maar nu, met een globaal bestemmingsplan en een projectmogelijkheid om af te wijken, is er een werkbare praktijk ontstaan en zijn de mensen toch wel weer tevreden.’

 

Kritiek verstomt

Tel daarbij op de onrust en het extra werk dat het vervangen van het bestemmingsplan voor de omgevingsverordening, en het is duidelijk dat de kritiek op het oude instrument verstomt, aldus De Zeeuw. ‘Kijk, als men er nou van overtuigd zou zijn dat de omgevingsverordening een verbetering is, dan willen de mensen in de praktijk best die extra stap zetten. Maar dat is niet goed aangetoond.’

 

Beheersregeling

Van de negen knelpunten die naar voren komen in het praktijkonderzoek, kunnen er vier worden opgelost in de Omgevingswet, zonder dat het bestemmingsplan overboord moet, zegt De Zeeuw. Het gaat dan om het verkleinen van de onderzoeksverplichting, meer financiële flexibiliteit, loslaten van de tienjarentermijn voor bestemmingsplannen en het behoud van een beheersregeling voor gebieden in de gemeente waar weinig verandert.

 

Eigen afwegingsruimte voor gemeenten

Een goede inhoudelijke discussie is volgens hem nodig over de behoefte aan eigen afwegingsruimte voor gemeentebesturen die willen afwijken van normen over geluid, stof, stank en risico. Zij moeten, onderbouwd en met verantwoording aan de burger, kunnen afwijken van strenge normen over geluid, stof, stank en risico, vindt De Zeeuw.

 

Ruimtelijke regelgeving in de praktijk

Volgens de praktijkhoogleraar laat dit onderzoek voor het eerst zien welke knelpunten de praktijk ervaart in de ruimtelijke regelgeving. De minister van Infrastructuur en Milieu kan er op de valreep haar voordeel mee doen. ‘Beter laat dan nooit.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door gerard op
Als een bestemmingsplan, zo nodig, wordt gewijzigd bijv. van landbouwgrond naar een woonwijk dan is flexibiliteit vanzelfsprekend.
Maar daarna wordt het een geheel ander verhaal, dan past slechts een conserverende ordentelijke handhaving. Hoe weerzinwekkend kan die 'flexabiliteit' in werkelijkheid echter soms uitpakken. Want door bepaalde openbare groendelen van een wijk vervolgens nog weer eens na - en uit te exploiteren is dat wel iets wat tegen de normatieve beginselen in druist. Wat vervolgens sociale onrust en leed kan veroorzaken. En dit komt dan kennelijk mede voort door een ongevoelig machtsdenken. Want het geschetste is tegen het rechtzekerheids - , het vertrouwens - , en het gelijkheidsbeginsel en dat brengt. 'flexabiliteit' van een bestemmingsplan (ook) voort.
Door roland op
Boeiend dat deze persoon - aangeduid als "praktijkhoogleraar" - voorstellen doet die al lang bestaan.
- "loslaten van de tienjarentermijn voor bestemmingsplannen" In de vorige RO-wet was een bestemmingsplan in de bebouwde kom niet verplicht! Verouderde (meer dan 10 jaar) waren eerder regel dan uitzondering.
- "meer flexibiliteit" globalebestemmingsplannen zijn altijd al mogelijk geweest.
- "verkleinen van de onderzoeksverplichting" door de wetswijziging komt onderzoek naar luchtkwaliteit weinig meer voor (valt onder NSL)

Zoals vaker, als je niet gehinderd wordt door kennis, kun je gemakkelijker kritiek leveren