of 59045 LinkedIn

Gezinnen gaan nog steeds de stad uit

Dit blijkt uit berekeningen die het Kadaster maakte in samenwerking met Binnenlands Bestuur. De resultaten lijken in contrast te zijn met de bevindingen die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dit voorjaar publiceerde,

In de binnensteden zijn de afgelopen vijftien jaar meer woningen gebouwd dan in de uitbreidingswijken eromheen. Desondanks is het binnenstedelijke inwonertal maar ternauwernood op peil gebleven. Dat komt doordat gezinnen er niet blijven.

Dit blijkt uit berekeningen die het Kadaster maakte in samenwerking met Binnenlands Bestuur. De resultaten lijken in contrast te zijn met de bevindingen die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dit voorjaar publiceerde, in het rapport De stad: magneet, roltrap en spons. Daarin spreekt het PBL van 'de triomf van de stad': anders dan in het verleden weet de stad momenteel wel gezinnen vast te houden. 'Een ruime meerderheid van de jonge stedelijke gezinnen blijkt niet uit de stad te willen verhuizen', schrijft het PBL. 'Vooral voor tweeverdienende en hoogopgeleide gezinnen is de grote stad aantrekkelijk geworden. De samenklontering van voorzieningen en werkgelegenheid in de stad maakt het gemakkelijker om de zorg voor kinderen te combineren met twee carrières.'

Groen en betaalbaar
De cijfers van het Kadaster tonen echter aan dat er de afgelopen vijftien jaar feitelijk niet zoveel is veranderd: gezinnen zoeken nog steeds een ruime en betaalbare woning in een groene en veilige omgeving voor hun kinderen. Vroeger moesten ze daarvoor naar groeikernen (zoals Purmerend, Alkmaar, Zoetermeer, Spijkenisse en Helmond). Maar sinds het groeikernenbeleid eind jaren tachtig werd beëindigd en uitbreidingswijken voortaan aan de steden zelf moesten komen (Vinex), blijven gezinnen binnen de (uitgedijde) gemeentegrenzen van de stad. Die wijken voldoen aan dezelfde woonwensen en –mogelijkheden van gezinnen als de vroegere woonkernen: ruim, groen en betaalbaar.

Miniem deel
'Er trekken steeds meer mensen naar de steden, maar dat wil niet zeggen dat ze allemaal bovenop elkaar wonen', zegt Hans van der Reijden, senior onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau RIGO. 'Dankzij de uitbreidingswijken zie je zelfs dat steden groener worden. Het is slechts een miniem deel van de woonconsumenten dat centrumstedelijk wil wonen. De meesten geven de voorkeur aan een eengezinswoning buiten het centrum.' De vermeende 'opmars van het stadsgezin', zoals het PBL het noemt, blijkt niet zozeer een nieuw sociaal-cultureel verschijnsel, maar vloeit voort uit het bouwen binnen de opgerekte stedelijke gemeentegrenzen.

Miljoen nieuwe woningen
Volgens het Kadaster zijn er tussen 2000 en 2015 ruim één miljoen woningen netto (bouw minus sloop) bijgebouwd. Daarvan zijn er grofweg 550 duizend binnen de gemeentelijke kommen van 2000 gerealiseerd en 450 duizend in grote en kleine uitbreidingswijken. 'Dat vond ik verrassend', zegt Michiel Pellenbarg, adviseur bij het Kadaster. 'Ik had verwacht dat het overgrote deel van de nieuwbouw buiten de bebouwde kom zou hebben plaatsgevonden. Wellicht komt dat door de nadrukkelijke zichtbaarheid van de Vinex-wijken.' Nog opmerkelijker wordt het wanneer een verband wordt gelegd met de bevolkingsontwikkeling. De afgelopen vijftien jaar nam de bevolking eveneens met circa één miljoen toe. Maar terwijl er binnen de kommen meer werd gebouwd, daalde het aantal inwoners er licht. De bevolkingsgroei werd voor meer dan 100 procent opgevangen door de woningen in uitbreidingswijken.

Een uitsplitsing tussen de 41 grootste en de overige gemeenten laat zien dat vooral de kleinere woonkernen het de afgelopen vijftien jaar moeilijk hebben gehad. Deze niet-steden bouwden grofweg evenveel woningen binnen als buiten de kom (ieder tegen de 300 duizend). Er kwamen tezamen 350 duizend inwoners bij. Maar in totaal vertrokken er 550 duizend naar de uitbreidingswijken. De kommen verloren dus 200 duizend inwoners.

In de 41 steden is de trend hetzelfde: ze moesten zelfs 60 duizend woningen meer binnen de kommen bouwen dan daarbuiten om het binnenstedelijke inwonertal met een uiterst bescheiden 1,9 procent te laten stijgen. Tegelijkertijd nam het inwonertal in de uitbreidingswijken toe met ruim 475 duizend, ondanks dat daar dus minder werd bijgebouwd dan in de kommen.

Huishoudensverdunning
De cijfers van het Kadaster wijzen erop dat binnen de kommen forse huishoudensverdunning heeft plaatsgevonden: in plaats van gezinnen zijn er juist steeds meer een- of tweepersoonshuishoudens bijgekomen. Dit staat haaks op de conclusie van het PBL dat het 'verblijfsperspectief van jonge stedelijke huishoudens structureel' is veranderd, mede door 'de bouw van eengezinswoningen en appartementen in het bestaande stedelijk weefsel (verdichting en herstructurering)'. Een belangrijke oorzaak van de verdunning is de vergrijzing, die ook in de stadskernen toeslaat. Van der Reijden van RIGO voegt daar een ander fenomeen aan toe. ‘We bevinden ons voor een kortere periode van ons leven in een gezinssituatie. We gaan later trouwen, eerder uit elkaar en we leven langer. Per saldo is er op macroniveau dus meer behoefte aan appartementen en dichtbij voorzieningen wonen. Dat verklaart ook de leegloop van de niet-stedelijke kommen, terwijl de woningvoorraad er toeneemt. Jongeren trekken weg en stichten elders een gezin. Voor de achterblijvende ouderen bouwt de gemeente een complexje van drie verdiepingen achter de kerk. Zo stijgt de woningvoorraad, maar daalt het aantal inwoners.’

Stedelijke wensen
Hoewel ‘de opkomst van het stadsgezin’ volgens de cijfers van het Kadaster dus niet zozeer voortvloeit uit sociaal-culturele, maar uit geografische veranderingen (de gemeentegrens), betekent dat volgens Van der Reijden niet dat gezinnen geen stedelijke wensen hebben. ‘Er is wel degelijk een behoefte om dicht bij met name historische stadskernen te wonen. Jonge stedelijke mensen die op zoek gaan naar een eengezinswoning, willen allereerst in bijvoorbeeld Amsterdam blijven. Hun tweede keuze is Haarlem. En pas in laatste instantie kiezen ze voor Almere, waar die woning het gemakkelijkst beschikbaar is.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 19 van deze week.

Meer cijfers: klik hier

U kunt hier de presentatie van Michiel Pellenbarg van het Kadaster downloaden:

Kansarm vastgoed? Leegstand, sloop en nieuwbouw - Michiel Pellenbarg - Kadaster (bekijk als diavoorstelling)

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Piet op
@Frank

Tja als de Vinex als stad ziet blijven de mensen in de stad. Echter PBL gaf er een cultureel verschil was en dat is niet zo. Een gezin wil nog steeds een huis met een tuin. Dat deze woning nu in de (uitbreidingswijken van de)stad te vinden is komt door een wijziging in Rijksbeleid niet in een wijziging in keuzes door burgers.
De conclusie van PBL zorgte er voor dat men in de binnenstad appartementen voor gezinnen aan het bouwen zijn die, zoals het kadaster aangeeft, niet gewenst zijn.

De woonwens van een mens is trouwens heel simpel:
0: huis met tuin (thuis bij de ouders) (eerste kind mogelijk in appartement)
circa 18(v)/25(m): studentenwoning
22(v)/30(m): goedkoop appartement in de binnenstad
30(v)/35(m): huis met tuin
55(v)/60(m) : duur appartement in het centrum
75(v)/70m): zorgappartement/woning
Door W. Zadelmaker (hypotheekadviseur) op
Iedereen kan wel naar lijvige rapporten verwijzen maar de huidige trend is dat binnensteden teveel functies krijgen die voor bewoners zeer overlastgevend zijn. Eenmaal per jaar een podium op het plein, nou OK, maar nu is het elk weekend raak en dan vaak meerdere avonden en nachten achter elkaar met een enorme geluidsoverlast. Moet wat kunnen in Nederland. Daarnaast zijn er zat eet- en drinkgelegenheden maar nauwelijks - om maar wat te noemen - openbare toiletten en afvalbakken. Gevolg is een enorme vuile bende na afloop van festivals etc. Ach die bewoners moeten niet zeuren, organisatoren zoals 538 riepen het zelfs over de radio. Wordt wel anders als er 50 mannen in jouw portiek gezeken hebben. Het gevolg is dat de appartementen op de verdiepingen nog wel in trek zijn. Begane grond een stuk minder. Gezinnen trekken inderdaad weg.
Door Frank van Dam (Onderzoeker PBL ) op
In dit artikel wordt gesuggereerd dat de analyses van het Kadaster een heel ander beeld geven dat het in mei van dit jaar verschenen rapport “De stad: magneet, roltrap en spons” van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving). Als onderzoekers van het PBL zien wij juist veel overeenkomsten tussen wat uit de cijfers van het Kadaster/RIGO blijkt en wat wij hebben waargenomen. De tegenstelling die Binnenlands Bestuur (BB) hier suggereert is dan ook niet op zijn plaats. Er is wel een verschil in wat wordt verstaan onder ‘de stad’: het Kadaster gaat uit van de binnensteden; het PBL gaat uit van de gemeentegrenzen. Om concreet te zijn: een gezin dat vanuit de Jordaan naar IJburg verhuist, blijft volgens de berekeningen van PBL in de stad Amsterdam wonen. Het Kadaster (of de interpretatie van BB) spreekt in zo’n geval van ‘een gezin dat de stad uitgaat’.
Maar in feite gaat het hier om hetzelfde verschijnsel: Zoals BB meldt: “Uit de cijfers van het Kadaster blijkt dat het binnenstedelijke inwonertal maar ternauwernood op peil is gebleven. Dat komt omdat gezinnen niet blijven. Gezinnen zoeken nog steeds een ruime en betaalbare woning in een groene en veilige omgeving voor hun kinderen. Vroeger moesten ze daarvoor naar de groeikernen… Maar sinds het groeikernenbeleid eind jaren tachtig werd beëindigd en uitbreidingswijken voortaan bij de steden zelf moesten komen (Vinex) blijven gezinnen binnen de uitgedijde gemeentegrenzen van de stad.”
De constateringen van het PBL zijn gelijkluidend: gezinnen trekken minder dan voorheen naar de gemeenten aan de randen van de stad (waaronder de groeikernen), nu er meer mogelijkheden zijn voor gezinnen om binnen de stadsgrenzen een woning te vinden: PBL: “Tegenwoordig kiezen - vooral hoogopgeleide - stellen er vaker voor om in de stad te blijven en daar hun kinderen te krijgen. Waarschijnlijk is dat voor een deel te wijten aan de economische crisis waardoor stellen mogelijk hun verhuiswens uitstellen. De mogelijkheden om in de stad te blijven wonen zijn ook verbeterd door meer eengezinswoningen en kindvriendelijke wijken in de stad en aan de rand van de stad, zoals Leidsche Rijn in Utrecht, IJburg in Amsterdam en Ypenburg in Den Haag.” Maar zelfs daarbij geven we aan dat het goed mogelijk is dat (door de crisis) vele gezinnen hun (suburbane) verhuiswens hebben uitgesteld en deze in de komende jaren gaan inhalen en op zoek gaan naar een woning in de stedelijke randgemeenten waar ze meer vierkante meters voor minder euro’s kunnen krijgen.
De analyses van zowel het PBL als het Kadaster laten dus zien dat het beleid uit de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening zijn effect heeft gehad. De tegenstelling die BB suggereert tussen de analyses van het PBL en het Kadaster is er niet.
Frank van Dam, Dorien Manting, Andries de Jong, PBL.
http://www.pbl.nl/nieuws/nieuwsberichten/2015/de …
Door Jacob Boezerooij (docent/ taxateur ) op
Ik vind het elkaar niet zo tegenspreken hoor: het pbl spreekt volgens mij niet per se over stadsgezinnen die in het stadscentrum willen wonen, als wel over gezinnen die gewoon graag in stedelijk gebied willen wonen, lekker ruim en toch dichtbij voorzieningen.
Door Wim Vreeswijk (Financieel adviseur) op
Als je in de binnensteden steeds meer vol bouwt dan in de buitengebieden worden de binnensteden steeds overvoller, dus onleefbaarder en dan moet je niet verbaasd zijn dat het beoogde bevolkingsaantal in de binnensteden inderdaad niet toeneemt.