of 59232 LinkedIn

‘Burger wordt in omgevingsbeleid vergeten’

Met de ambitieuze lange-termijndoelen op het gebied van klimaat en energie dreigt het omgevingsbeleid opgesloten te blijven in de wereld van technocraten. De noden van de gewone burger sneeuwen onder. Ries van der Wouden, hoofd sector ruimtelijke ordening en leefomgevingskwaliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving, wijdt er een prikkelend essay aan.

Met de ambitieuze lange-termijndoelen op het gebied van klimaat en energie dreigt het omgevingsbeleid opgesloten te blijven in de wereld van technocraten. De noden van de gewone burger sneeuwen onder. Ries van der Wouden, hoofd sector ruimtelijke ordening en leefomgevingskwaliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving, wijdt er een prikkelend essay aan.

Forse opgaven 

‘Er liggen forse opgaven op het gebied van klimaat, energie, landbouw’, zegt Van der Wouden. ‘Daar is door bestuurders en beleidsmakers terecht vol op ingezet. Maar dat zijn opgaven met een horizon ergens in 2050. Dan beland je al snel in de gesloten wereld van deskundigen. Wat er wordt vergeten is dat alle Nederlanders ook een dagelijkse leefomgeving hebben. Die heeft geen horizon van twintig of vijftig jaar, maar die zien ze met hun eigen ogen dagelijks veranderen. Die dimensie dreigt in het omgevingsbeleid te worden vergeten.’

Urgente kwestie
Van der Wouden schreef er een omvangrijk essay over: ‘Omgevingsbeleid op de tweesprong, de leefomgeving als maatschappelijke en ruimtelijke opgave’.  Hij nam er de nieuwe nationale omgevingsvisie voor onder de loep, maar brengt ook de gevolgen van de ingezette koers voor provincies, regio’s en gemeenten in kaart. Het is een urgente kwestie, vindt Van der Wouden. ‘Er is nu al een beweging van maatschappelijk onbehagen. Als je die trend in je ruimtelijk beleid veronachtzaamt, wordt de kloof tussen bestuur en burger alleen maar groter. Je verliest niet alleen het draagvlak voor je beleid, maar ook de wil om te participeren neemt af.’


U stelt dat een langetermijnvisie op het omgevingsbeleid moet samengaan met oog voor de dagelijkse leefomgeving van de burger. Is dat eigenlijk geen onmogelijke eis?

‘Nee, dat is eerder ook gebeurd. In de in 1988 verschenen Vierde Nota Ruimtelijke Ordening staat een fors hoofdstuk over de dagelijkse leefomgeving, terwijl er ook doelen in beschreven stonden die verder weg lagen. Zoals het opstuwen van steden in de vaart der volkeren. Het verschil was dat de burgers die destijds bij de diverse projecten in de steden waren betrokken, er ook gelijk de voordelen van zagen. Het Oostelijk Havengebied in Amsterdam werd voor hun ogen opgeknapt. Dat is in de huidige situatie lastiger: de landschappelijke opgaven die de energietransitie vergt, kun je aan burgers een stuk minder makkelijk verkopen.’


De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid is de afgelopen jaren op tal van punten overgedragen aan provincie en gemeente. Zij zouden volgens u niet alleen op het resultaat moeten worden afgerekend, maar ook systeemverantwoordelijke moeten worden.

‘Naast de decentralisaties in het sociaal domein is ook op het gebied van natuur en ruimte veel beleid door het rijk aan de regio overgedragen. Maar bij de regel- en geldstroom is de centralisatie volledig in stand gehouden. Nederland is daarin, vergeleken met onze buurlanden, uniek. Wij heffen op lokaal niveau alleen de ozb en een beetje parkeergeld. Met meer lokale en regionale belastingheffing wordt voor de burgers van het betreffende gebied veel beter zichtbaar wat ze voor hun geld terugkrijgen. Het geeft ook prikkels aan gemeenten om efficiënter met de middelen om te gaan. En de spannendste ruimtelijke opgaven liggen de komende tijd juist op regionaal niveau.’

Meer nadruk in het ruimtelijk beleid op onze ‘cultuurhistorische identiteit’ kan volgens u segregatie tegengaan en burgers bij het ruimtelijk beleid betrekken. Hoe stelt u zich dat voor?
‘Ik denk dat het Nederlandse landschap een thema is dat uiteenlopende bevolkingsgroepen kan verbinden. Je ziet meteen veel betrokkenheid bij burgers als er op dat punt iets verandert in hun omgeving. Het Kustpact vind ik een goed voorbeeld: de discussie over bebouwing aan zee. Die leidde tot een brede opstand van burgers. Die kust wordt als zeer belangrijk gezien voor het beeld van Nederland, voor onze identiteit. Een dergelijk onderwerp heeft de potentie om groepen mensen die normaal gesproken diametraal tegenover elkaar staan toch te binden.’


Een van de scheidslijnen tussen burgers wordt gevormd door het belang dat ze hechten aan de energietransitie. Vooral het begrip ‘duurzaamheid’ voedt volgens u over en weer het onbegrip.

‘Ik zie daarmee twee problemen. Ten eerste dat er heel veel verschillende invullingen van duurzaamheid in omloop zijn die het begrip voor de burger onduidelijk maken. Maar het grootste probleem is dat duurzaamheid de gemiddelde burger te weinig aanspreekt. Het is een vaag containerbegrip dat slechts voor een kleine groep burgers een mobiliserende werking teweegbrengt. Dat is een groot probleem. Ik weet namelijk niet of we met duurzaamheid ons ruimtelijk beleid kunnen redden. En een beter alternatief circuleert er nog niet.’   

 

Lees het hele interview met Ries van der Wouden in BB18 (inlog).   

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door P.J. Westerhof LL.D MIM op
Aan de reactie van Oehlen is weinig tot niets toe te voegen.

Recentelijk heb ik de achtergronden van het afvalinzamelingsbeleid van mijn eigen gemeente eens doorgelicht. En ben bijna van mijn stoel gevallen van verbazing, hetgeen wat wil zeggen voor een van oorsprong bestuursjurist.
Er blijkt van Europees tot op gemeentelijk niveau sprake te zijn van iets dat nog het meest weg heeft van een afvalkongsie.

Alleen al in Nederland gaat het om een keten waarin jaarlijks honderden miljoenen om gaan, in mijn eigen gemeente ruim €4 mln/jaar.
Op alle niveaus worden praktijkonderzoeken terzijde geschoven waarin wordt aangetoond dat het aanzienlijk goedkoper en efficiënter kan.

In de race naar gemeentelijke duurzaamheid blijkt de verwevenheid tussen politiek en afvalbedrijfsleven groot en externe winsten de bepalende factor.
Door Frank Zuylen (stedebouwkundige van het oude stempel/betrokken burger) op
Wat zijn deze reacties op het artikel, en het artikel van Ries van der Wouden zelf natuurlijk, mij uit het hart gegrepen.
Door Gegrilde burger op
Burgers.... Het mag ook een vegaburger zijn, maar ze belanden uiteindelijk allemaal op de BBQ, grill of in de pan.
Er wordt inmiddels zoveel over burgers gesproken dat ik me afvraag of inwoners ze allemaal wel weg kunnen werken.
Door Math Oehlen (beleidsmedewerker ruimtelijk beleid) op
Van Wouden legt de vinger op veel zere plekken. Punt is dat de duurzamheidsdiscussie in zichzelf vaak niet zo integer is als graag gepretendeerd wordt. Het gaat vaak om de verdienmodellen, subsidies enzovoort. Zonder dat een navenant maatschappelijk belang evident is aangetoond. Met name bij sde-subsidies zien we nog al eens wisselende onderbouwingen. Het afvalbeleid is al helemaal gespeend van een rationele wetenschappelijke onderbouwing. Een kerntaak van het traditionele ruimtelijke beleid was altijd dat het de onderbouwing moest leveren voor het juridische kader dat de burger rechtszekerheid bood. Nu wordt het door de professionele wereld nog wel eens ingezet in een wedstrijd: hoe naaien we de kritische burger in het pak. Het is aan de professionals in de publieke sector om te blijven letten op maar één belang. Het algemeen belang. En dat veronderstelt een heel goede kijk op wat dat algemeen belang is. Maak het transparant. Veronderstel het niet als zijnde in beton gegoten en voor eeuwig vastgesteld. Het algemeen belang als kern van publiek handelen vraagt elke dag reflectie, uitleg, confrontatie, research en onderzoek. En vooral een wetenschappelijke insteek. Elke dag. Het gaat mis als we rechtszekerheid beschouwen als het domein van de operationele activiteiten. En van “doorpak-treintjes”. Eens met Annemiek. De kern blijft rechtszekerheid. Lastig maar onontkoombaar in een SAMENleving. Klasse dat Van der Wouden daar op wijst.
Door Martin Koenen (directeur adviesbureau omgevingsrecht) op
Ries van der Wouden slaat de spijker op zijn kop. Maar probleem blijft, en daar is dit ook een gevolg van, dat de regelgeving wordt beheerst door een paar juridisch geschoolde ambtenaren in Den Haag. Zij zorgen er niet voor, ondanks politieke doelstelling om de regelgeving te verminderen, maar de regelgeving wordt alleen maar ingewikkelder. Een gewone burger (en daar reken ik in dit geval ook de kamerleden toe die de wetten moeten aannemen, die bovendien geen grip hebben op bijvoorbeeld gedetailleerde AMVB's ) kan tegenwoordig, als hij iets meer wil dan niets, niet meer zonder een deskundige adviseur. De wijze waarop o.a. de bouwregelgeving is geregeld in WABO, BOR, ROR, CHW is toch niet normaal. Dan hebben we verder nog de Wro en de AWB. De uitspraken van de ABRS getuigen ook van die ingewikkeldheid. De Omgevingswet brengt daarin geen verbetering, integendeel. Het nieuwe kabinet moet hier, in het belang van de burger, alsnog ingrijpen, de hele zaak terugfluiten en nu eindelijk eens, in het verlengde van de vele beloften die al jaren worden gedaan, de regelgeving verminderen. Ik beperk mij hier tot de essentie van mijn wijze van zien.
Door Annemiek (IC medewerker) op
Naast de MER (milieu effect rapportage) moet er dus een LER komen: een leefomgeving effect rapportage. Niet vrijblijvend en informeel, maar compleet met inspraak- bezwaar- en juridische procedure, net zoals de MER dus.

Afbeelding