of 58940 LinkedIn

Rekenkamer maakt gehakt van gemeente Leudal

Leudal ontstond in 2007 uit een samengaan van Haelen, Heythuisen, Hunsel, en Roggel en Neer. Het huidige gemeentebestuur zou er misschien wel het beste aan doen om taken terug te leggen bij die voormalige kernen dan wel over te hevelen naar een grotere gemeente. Wellicht dat het overblijvende, kleinere takenpakket voor Leudal dan vervolgens wel te managen is. De onafhankelijke rekenkamer Leudal komt tot die harde aanbeveling na onderzoek.

De rekenkamer van Leudal geeft die gemeente een vette onvoldoende. Inspanningen van raad, college en ambtenaren in de fusiegemeente hangen als ‘los zand’ aan elkaar.

Leudal ontstond in 2007 uit een samengaan van Haelen, Heythuisen, Hunsel, en Roggel en Neer. Het huidige gemeentebestuur zou er misschien wel het beste aan doen om taken terug te leggen bij die voormalige kernen dan wel over te hevelen naar een grotere gemeente. Wellicht dat het overblijvende, kleinere takenpakket voor Leudal dan vervolgens wel te managen is.

Eilandenrijk
De onafhankelijke rekenkamer Leudal komt tot die harde aanbeveling na onderzoek in hoeverre de door de rekenkamer gepubliceerde aanbevelingen in de afgelopen acht jaar zijn opgevolgd door het gemeentebestuur. Daaruit komt een beeld naar voren van de gemeente ‘als een eilandenrijk, verdeeld in kernen en afdelingen.’ Individueel functioneren die eilanden volgens de rekenkamer vaak uitstekend of voldoende, maar in gezamenlijkheid komen zij veelal niet tot resultaten. ‘Inspanningen van raad, college en de verschillende (groepen van) ambtenaren hangen als los zand aan elkaar, omdat de verschillende verbindende elementen van bestuur, beleid en beheer, sinds de oprichting van de gemeente Leudal, niet tot wasdom zijn gekomen.’

Wantrouwen overheerst
Door de gebrekkige samenwerking, is de daadwerkelijke maatschappelijke effectiviteit van het gevoerde beleid onvoldoende. ‘De kern van dit probleem is gelegen in een langjarig proces van erosie van het beleidsproces, waarbij uiteindelijk geen echte kaders meer door de gemeenteraad gesteld worden. De raad, het college en de ambtelijke staf raken steeds verder verwijderd van elkaar, in een doorlopend proces van wantrouwen en gebrek aan (mogelijkheden tot) samenwerking. Dit alles ten gevolge van gebrek aan kaders en informatievoorziening en voortdurende vormen van ad hoc beleid.’

Volgens de rekenkamer floreren eigenlijk alleen die terreinen en taken die relatief afgeschermd van de dagelijkse politieke en bestuurlijke bedrijfsvoering en besluitvorming hun werk kunnen doen. ‘Het is deze barre werkelijkheid die eerst aanvaard zal moeten worden, wil de gemeente Leudal ook weer vooruit kunnen.’

Budget voor iedere kern
Een van de scenario’s is zoveel mogelijk taken bij zogeheten verbonden partijen onder te brengen of terug te leggen bij de kernen door middel van zelfsturing en co-creatie van beleid, inclusief een zelfstandig budget voor iedere kern. Met betrekking tot de nog overblijvende taken zou Leudal het beste samen kunnen werken met een grotere gemeente om feitelijke competentietekorten bij de invulling van beleid te compenseren.

Een tweede scenario is fors investeren in de eigen mensen binnen de gemeente Leudal, evenals in het herstel van de kaderstellende rol van de gemeenteraad. ‘Feitelijk streeft iedere gemeente eigenlijk dit tweede scenario na, maar in de gemeente Leudal heeft dit in de eerste 9 jaar van haar bestaan nog niet zo mogen zijn, waardoor de bestuurskracht van de gemeente Leudal ernstig is verzwakt en diverse risico’s aan de oppervlakte komen.

Voorkomen gezichtsverlies
De Rekenkamer Leudal heeft grote twijfels over het feit of dergelijke investeringen nu wél hun effect zullen hebben. ‘Omdat de bestuurscultuur van de gemeente Leudal feitelijk nog steeds die cultuur is die de eerdere vier kleinere gemeenten hadden’, aldus de rekenkamer. ‘Informeel, gericht op de korte termijn, naar binnen gekeerd, alsmede wantrouwend naar derden, en in bepaalde gevallen bijzonder risico-avers of gericht op het voorkomen van gezichtsverlies.’ De rekenkamer wijst er op dat acceptatie van een andere manier van werken in het publieke domein langzaam gaat.

De rekenkamer heeft het meest vertrouwen in de inwoners in de kernen. Die hebben ‘een dusdanige kracht, dat zij zichzelf ook wel kunnen redden zonder een krachtig lokaal bestuur.’ Dat wil zeggen, op voorwaarde dat zij de middelen voor hun kern ook als een vast lumpsum uitbetaald kunnen krijgen en daar zelf verantwoording over kunnen afleggen.’

Download hier het rapport van de Rekenkamer

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan Strous (Ondernemer) op
Kan uit ervaring bevestigen wat de rekening kamer schrijft. Een zelfde ambtenaar werkt al 18 jaar me grote spoed om het dossier van ons bedrijf af te handelen. Hopeloze organisatie!!
Door Marcel van Osch (Adviseur bestuurlijke organisatie) op
In de afgelopen twintig jaren is het aantal gemeenten gedaald van 633 naar 390. Een enkele keer lukt een herindeling niet of komt het integratieproces uiterst moeizaam op gang. Om dan te zeggen dat het lang niet altijd de oplossing is, vind ik niet terecht.
Door JaapvV (adviseur, o.a. voorzieningen) op
Heel herkenbaar. Ik heb het in mijn provincie ook meegemaakt. Het blijkt uiterst moeilijk om de 'dorpscultuur' in een samengesmolten grotere gemeente te ontvlechten tot een nieuw groter geheel. Daar gaat gemiddeld wel een jaar of tien overheen. De bevindingen van de rekenkamer bewijzen dus opnieuw dat een grotere gemeente lang niet altijd beter functioneert dan een kleinere, wat veel bestuurders graag blijven denken.