of 59250 LinkedIn

Minder ozb voor wie dicht bij windmolen woont

Van enkele tientallen woningen op Sint-Philipsland is vorig jaar de Woz-waarde verlaagd, met gemiddeld meer dan 40.000 euro, en daarmee de ozb-aanslag.

De komst van windmolens heeft op het Zeeuwse Sint Philipsland geleid tot een vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting (ozb).

Van enkele tientallen woningen op Sint-Philipsland is vorig jaar de Woz-waarde verlaagd, met gemiddeld meer dan 40.000 euro, en daarmee de ozb-aanslag. Een jaar eerder gingen op de zuidelijke wal vijf windmolens in bedrijf; gehonoreerd werden huizen binnen een straal van een kilometer van de turbines.

Woordvoerder Frank van Gennip van de actiegroep die de komst van windturbines kritisch volgt, spreekt van een eerste succes. ‘De gemeente erkent hiermee dat er sprake is van waardedaling door de molens.’

Het regionale uitvoeringsorgaan belastingen SaBeWa schrijft in een toelichting dat uit ‘jurisprudentie kan worden geconcludeerd dat er sprake kan zijn van waardebeïnvloedende overlast indien de afstand tot de dichtstbijzijnde windturbine minder dan 1.000 meter bedraagt.’ Even verderop, als is vastgesteld dat een huis binnen de kilometer ligt, wordt gesteld ‘dat er dus sprake is van waardebeïnvloedende overlast’.

Ook verantwoordelijk wethouder Peter Hoek (SGP) van de gemeente Tholen verwijst naar de jurisprudentie. ‘Daarin is geoordeeld dat er een causaal verband bestaat. Dan is het gebruikelijk om dat te volgen als gemeente.’

Planschade
Met de formele erkenning van waardedaling ligt een claim voor compensatie voor de hand. De bewoners werken daar dan ook aan. Wethouder Hoek: ‘Dan heb je het over planschade. Dat is aan de initiatiefnemers van de molens. Zij wilden iets, dan is het aan hen om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen als er gedoe ontstaat. Wij dekken het voorkómen van claims standaard af in contracten, ook bij andere ruimtelijke plannen.’

In het bezwaarschrift dat tot de erkenning leidde, claimen de bewoners méér waardedaling: ruim 50 procent, ook omdat voor de andere kant van Sint Philipsland nog eens 40 molens zijn gepland in het water, bij Krammersluizen. Bovendien hanteren de bewoners een cirkel van 1.500 meter, volgens Frank van Gennip ‘alleszins redelijk; 2.500 meter komt ook voor in de jurisprudentie’.

Volgens Van Gennip hebben de vijf bestaande molens 11 miljoen euro gekost. Honorering van het stuk claim dat nu ozb-erkenning heeft gekregen, zou ze bijna 1 miljoen euro duurder maken. Ze zouden tweemaal zo duur uitpakken als de vermeende schade compleet werd vergoed.

Compensatie
De bewoners willen compensatie als standaard onderdeel in de molenexploitatie. Zonder zich over bedragen uit te laten, zegt de wethouder best voor dat idee te voelen. ‘Krammersluizen is een majeur project voor het rijk. Het stelt dat windenergie van belang is voor ons allemaal. Dan is het alleszins redelijk om mensen te compenseren die ineens in een pijpenla van molens komen te wonen. Daarmee verminder je de planschadeprocedures en vergroot je het draagvlak. Dat mag iets kosten.’

Van Gennip, verbonden aan de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines, zegt vóór windenergie te zijn: ‘De wind is er, de techniek is er, dus moet je het doen. Beter op zee: als je dat groots aanpakt, is het goedkoper. Maar als het dan toch op land moet, moet je netjes rekenen richting mensen die er hinder of schade van ondervinden.’

Van Gennip en Hoek lijken elkaar te vinden in de aard van de compensatie: geen geld, maar in natura. Eerstgenoemde: ‘Geld zou bij huizenverkoop verdwijnen van Tholen, dat toch al krimpt. Duurzame woningverbetering is beter, zonnepanelen bijvoorbeeld. Dat draagt bij het gebied zijn waarde te behouden.’

Wethouder Hoek kent geen andere gemeenten die het verband tussen molens en woningwaarde erkenden. ‘Maar ze zullen er zijn, daar waar de jurisprudentie over handelt.’

Rekensom
Adviseur Marion Bakker van Agentschap NL, een onderdeel van het ministerie voor Economische Zaken dat over duurzame energie gaat, is verrast dat een gemeente windmolens heeft weten te koppelen aan de waarde van woningen. ‘Wij hebben met de Universiteit van Amsterdam en het Kadaster uitvoerig onderzoek gedaan naar het verband tussen beide. Maar er waren te veel factoren en simpelweg te weinig huizenmutaties om er een rationeel getal uit te krijgen.’

Bakker schat in dat het maken van de rekensom lastig blijft, ook omdat beleving – in dit geval van molens – iets subjectiefs is: verbind daar maar eens een waarde aan. ‘En, als er al sprake is van waardedaling: zijn daar dan niet eerder de negatieve reacties op een molenplan debet aan?’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.