of 59054 LinkedIn

Gemeenten moeten zich al voorbereiden op BRP

In 2015 zullen veel gemeenten al aan de slag moeten met voorbereidingen op de komst van de opvolger van de huidige GBA; de Basisregistratie Personen (BRP).

In 2015 zullen veel gemeenten al aan de slag moeten met voorbereidingen op de komst van de opvolger van de huidige GBA; de Basisregistratie Personen (BRP). Opdrachtgever Cor Franke legt uit.


De BRP - opvolger van de GBA - is een zorgenproject dat in het voorjaar van 2013 vastliep. In oktober 2013 hakte minister Plasterk de knoop door met de keus voor een aangepast scenario, dat pas in 2018 zal culmineren in een nieuwe basisadministratie voor personen. Hij koos voor een

scenario waarbij er naast de nieuw ontwikkelde BRP migratievoorzieningen beschikbaar zijn die het tijdens de transitie mogelijk maken gegevens in de BRP 'op de GBA-V-manier' bij te houden en uit de database gegevens 'op de GBA-V-manier' te leveren. 2018 is nog ver weg, maar volgens gedelegeerd opdrachtgever Cor Franke kunnen de gemeenten die nog niet met de BRP bezig zijn niet zonder meer afwachten wat er gaat komen.


GBA ontvlechten
Volgens het huidige plan moeten gemeenten (en afnemers) in 2017 en 2018 aansluiten op de nieuwe - centrale - BRP. Daarvóór moeten gemeenten al een aantal zaken op orde hebben. Franke: “Om te beginnen gaat het om de binnengemeentelijke leveringen. Gemeenten voorzien nu hun GBA-gebruikende processen vanuit hun eigen GBA van gegevens. Maar die GBA-database wordt gecentraliseerd met de komst van de BRP. De gemeenten moeten voordat de BRP er komt hun afnemende processen zodanig gaan inrichten dat die gegevens kunnen afnemen via hun gegevensmagazijn, in plaats van rechtstreeks uit de eigen GBA.”

Inconsistenties mogelijk
Een tweede is de kwaliteit van de GBA-gegevens. “Dat vergt waarschijnlijk beperkte aandacht.” Allereerst is er de kwaliteit van de gegevens op de persoonslijsten uit de GBA. “Er zijn nu geloof ik 323 persoonslijsten waar iets mee is. In de BRP zitten er 22,6 miljoen. Daar maak ik me geen zorgen over.” Maar daarnaast zijn er de inconsistenties tussen persoonslijsten. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat twee personen uit twee gemeenten met elkaar getrouwd zijn, en dat de persoonslijsten van die personen in twee GBA’s zitten en dat er op die twee een verschillende plaats van huwelijksvoltrekking of -datum staat. “Dat zie je niet zolang die gegevens in twee verschillende GBA’s zitten, maar wel als die in de nieuwe BRP bij elkaar komen.” Volgens Franke is het meeste daarvan wel met automatische procedures op te lossen. "We besluiten na afronding van de ontwikkeling van die procedures of het nodig is dat gemeenten de resterende inconsistenties voor de introductie van de BRP oplossen of dat ze dat doen nadat de BRP in werking is getreden."



Burgerzakenmodules regelen
Een belangrijke voorbereiding is dat gemeenten de zogeheten burgerzakenmodules moeten aanschaffen die zijn ingericht op het nieuwe BRP-datamodel en die zijn te koppelen met de centrale BRP.  “Die zullen ze in veel gevallen Europees, maar in ieder geval openbaar moeten aanbesteden.” De huidige leveranciers met burgerzakenmodules zijn Centric, Gemboxx/Gemcloud, eLABBS/OpenGBA, PinkRoccade en Procura. Een aanzienlijk aantal gemeenten zal in de loop van 2017 willen of moeten aansluiten. Dat vergt voorbereidingen in 2016 en dus het op zijn minst regelen van budgetten in 2015 en waarschijnlijk ook het regelen van de aanbesteding. Voor een handvol ‘koplopergemeenten’ die voorop lopen met de invoering zal dat allemaal nog wat urgenter zijn. 

Schaduwdraaien
Vooruitlopend op de aansluiting van de gemeenten zal er in zekere zin worden ‘geschaduwdraaid’, legt Franke uit. “Op het moment dat de initiële vulling van de centrale database klaar is en we in staat zijn die actueel te houden met mutaties uit de GBA-omgeving, moet de BRP voor de afnemers berichten leveren in zowel het oude GBA-V-formaat als het nieuwe BRP-formaat. We gaan in de schaduwdraaiperiode in de testomgeving met name de GBA-V-leveringsfunctionaliteiten testen en vergelijken met de leveringen die uit de huidige GBA-V worden gedaan. Die moeten natuurlijk precies hetzelfde zijn, ook als je 22,6 miljoen persoonslijsten verwerkt.” Gemeenten zullen daarvan weinig merken, want het schaduwdraaien vindt in de testomgeving plaats , aldus Franke. “De gemeenten hebben 2017 en 2018 om aan te sluiten. Gemeenten werken in de transitieperiode al met de gecentraliseerde BRP-database, maar er zit zoals gezegd een schil omheen die doet alsof die database nog steeds de huidige GBA-V database is.” Gemeenten kunnnen daardoor ook hun eigen overstapmoment kiezen. “Maar het is dus niet de bedoeling dat iedereen december 2018 kiest.”

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Harrie Gooskens (adviseur (Telengy Associé)) op
Beste meneer Cor Franke,
U bent sinds 15 augustus 2013 kwartiermaker/opdrachtgevend directeur voor de modernisering GBA, tegenwoordig BRP geheten. Sindsdien hebben we nauwelijks van u mogen vernemen. Nu, december 2014, komt u naar buiten met het bericht dat gemeenten in 2015 al aan de slag moeten met de voorbereiding op de nieuwe BRP.

Op zich lovenswaardig dat u gemeenten op tijd waarschuwt. Dat deden uw voorgangers ook. Daardoor hebben gemeenten in casu KING en samenwerkingsverbanden als Dimpact en GovUnited het nodige geïnvesteerd in zogenaamde burgerzakenmodules die moesten gaan aansluiten op de nieuwe centrale GBA kern. Veel te vroeg naar later bleek, want die landelijke kern was nog lang niet klaar en is nog steeds niet klaar.

Ik adviseer u om te beginnen met verantwoording. Wat is er onder uw voorgangers mis gegaan waardoor het zoveel kon kosten en er niets werd opgeleverd? Wat gaat u doen om een herhaling van zetten te voorkomen? Hoe ziet uw planning er uit, bij voorkeur per kwartaal, en welke mijlpalen gaat u halen. Wat heeft u al en wat moet er nog komen? Wanneer en op welke wijze gaat u aanbesteden. Krijgen partijen die het eerder verprutsten onder uw aanvoering een nieuwe kans. Hoe gaat u om met de aanbevelingen van de Cie Elias?

Zodra we, voorzien van die informatie, weten waarop u afrekenbaar bent is het tijd voor een afgeleide planning voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Zij moeten op tijd de juiste stappen kunnen zetten. Niet te vroeg en niet te laat en zeker niet onnodig.