of 59054 LinkedIn

Rijswijk keert terug op het oude honk

Het in 2003 verlaten stadhuis van de gemeente Rijswijk krijgt over een paar jaar een oude bekende als nieuwe bewoner: de gemeente.

Het in 2003 verlaten stadhuis van de gemeente Rijswijk krijgt over een paar jaar een oude bekende als nieuwe bewoner: de gemeente.

Met een voormalig gemeentehuis kan het alle kanten op: tegen de vlakte, een ombouw tot appartementencomplex of een B&B. Maar een ooit verlaten stadhuis kan ook weer stadhuis worden. Niet omdat het huidige stadhuis moet worden verbouwd en bestuur en ambtelijk apparaat tijdelijk een ander onderkomen moeten hebben. Nee, de ‘definitieve’ verhuizing in 2003 blijkt toch minder definitief te zijn; de gemeente wil terug naar het oude honk.

 

Kantoortoren

Dat verhaal voltrekt zich in het Zuid-Hollandse Rijswijk. Frans Troost, hoofd gemeentelijk projectbureau, biedt de gelegenheid om een blik te werpen in beide raadzalen: die onderin de kantoortoren waar het stadsbestuur sinds 2003 zetelt, en − vijf minuten rijden verderop − de raadzaal in het stadhuis van vóór die tijd, een pand dat sindsdien leegstaat.

Waarom besloot Rijswijk anderhalf decennium geleden tot verhuizen? Dat heeft de stad zichzelf al snel erna ook afgevraagd, toen bleek dat de renovatie van het nieuwe onderkomen ruim twee keer zo duur was uitgevallen dan begroot: zo’n 15 miljoen euro, evenveel nota bene als renovatie van het oude pand zou hebben gekost. Ja, was dan blijven zitten, luidde de conclusie, want reden twee om te verkassen – het oude gebouw werd te krap – was alleen genomen onvoldoende geweest. Dan maar wat ambtenaren in een bijgebouw.

 

Miljoenenstrop

Een andere tegenvaller, andermaal een miljoenenstrop, is dat het nooit is gelukt om het oude gemeentehuis (lees vooral: de grond) te verkopen. Een tijd lang leek daar zicht op. Er zouden twee hoge woontorens met 218 luxeappartementen komen, maar dat plan ketste in 2008 af bij de Raad van State, omdat er geen milieueffectrapportage was gemaakt naar de gevolgen voor het omliggende groen. Toen kwam de crisis, stortte de vraag naar buitengewoon wonen in en trok de projectontwikkelaar zich terug.

Het nieuwe college presenteerde een jaar geleden onderzoek waaruit blijkt dat terugkeer naar het plechtstatige pand uit 1967 bouwkundig gezien mogelijk is. Het liet meteen becijferen wat renoveren kost: 29 miljoen euro.

De oudbouw zal straks niet alleen stadhuis zal zijn, maar op de begane grond en in het souterrain onderdak gaat bieden aan tal van andere maatschappelijke welzijn-, zorg- en cultuurfuncties.

 

Frictiekosten

De jaarlast voor deze investering bedraagt 2,2 miljoen euro; dat is ongeveer hetzelfde bedrag dat nu aan huur op de huidige locatie wordt betaald. Belangrijk, want het uitgangspunt voor B&W (en toezegging aan de raad) is steeds geweest dat terugkeer niet tot lastenverzwaring van de burger mag leiden. Punt alleen is dat het huurcontract pas eind 2022 afloopt. Bij eerdere terugkeer (aanvankelijk werd gedacht aan 2019) zou dat moeten worden afgekocht. Daar zou zo’n 12 miljoen euro aan ‘frictiekosten’ mee gemoeid zijn, waar niet zomaar dekking voor was.

 

Lastenverzwaring

Omdat lastenverzwaring geen optie was, werd vorig jaar besloten de verhuizing naar 2023 door te schuiven. Het idee is nu om het in twee fasen te doen. De maatschappelijke welzijn-, zorg- en cultuurfuncties verkassen eerder en het gemeentelijk apparaat verhuist vanaf 2023. Op dit moment ligt een raadsvoorstel voor waarin het college krediet vraagt voor het ontwerp voor de eerste fase.

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 9 van deze week

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners