of 59045 LinkedIn

Politiek gedoe nekt wethouders

De wethouder lijkt minder kwetsbaar. Sinds de collegevorming na de raadsverkiezingen van vorig jaar blijft het aantal weggestuurde wethouders aanzienlijk achter in vergelijking met de start van de andere collegeperioden in deze eeuw.

Wethouders lijken minder snel ten val te komen. Sinds de vorming van nieuwe coalities zijn er fors minder wethouders naar huis gestuurd dan na die van 2002, 2006 en 2010. Integriteit blijft een van de belangrijkste politieke valfactoren.

De wethouder lijkt minder kwetsbaar. Sinds de collegevorming na de raadsverkiezingen van vorig jaar blijft het aantal weggestuurde wethouders aanzienlijk achter in vergelijking met de start van de andere collegeperioden in deze eeuw. In 2014 sneuvelden er 18 wethouders; een laagterecord na verkiezingen. In de eerste zes maanden van 2015 kregen 33 wethouders tijdelijk of definitief vanwege een politieke vertrouwensbreuk hun congé. Een totaal sinds de raadsverkiezingen van 51 (zie tabel 2).

De afname van het aantal politiek gesneuvelde wethouders wordt duidelijk als we deze vergelijken met de start na de raadsverkiezingen van 2002, 2006 en 2010. Toen hadden halverwege het tweede jaar al meer dan 70 wethouders het politieke congé gekregen. Nu komt de teller niet hoger dan 51 (zie tabel 1). Dit leidt tot de conclusie dat de wethouder minder snel wordt weggestuurd dan voorheen, ook als rekening wordt gehouden met de gestage afname van het aantal wethouders.

Politiek gevecht
Hebben wethouders daarmee begrepen hoe zij het vertrouwen van de raad weten te behouden? En zijn de wilde tijden voorbij van na de invoering van het dualisme in 2002 toen de raad weinig of geen compassie kende met wethouders en bij bosjes wethouders wegens een politiek conflict wegstuurde? Zo staat het jaar 2004 met een absoluut record van 145 gesneuvelde wethouders nog altijd in het geheugen gegrift. Misschien; een mogelijke verklaring lijkt te zijn dat in nogal wat gemeenten door coalitie en oppositie afspraken zijn gemaakt om het politieke gevecht even te laten voor wat het is en eerst te zorgen dat de nieuwe gedecentraliseerde taken jeugd, zorg en werk goed zijn geregeld. Met een derde minder budget is dat al lastig genoeg.

En politiek lawaai om telkens een wethouder weg te sturen, helpt ook niet om de nieuwe taken vlot en met zo min mogelijk problemen in te voeren. Op de invoering van de nieuwe taken sneuvelde alleen een SP-wethouder in Kampen, eind 2014. Pragmatische oplossingen lijken het in gemeenteland – vooralsnog – te winnen van politieke strijd. De decentralisaties in het vorige decennium, de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet werk en bijstand (Wwb), hebben dat bewezen: de invoering van die nieuwe taken kostte toen geen enkele wethouder de politieke kop. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd; dat bewijst een aantal recent gesneuvelde coalities.

Integriteitskwesties
Maar wethouders mogen niet te snel juichen. Integriteit is in 2015 net als in 2014 een van de belangrijkste valfactoren. Integriteitskwesties kostten de afgelopen zes maanden wethouders tijdelijk of definitief hun plek op het pluche in Berkelland, Bloemendaal, Buren, Den Helder, Dronten en Montfoort. Het aantal wethouders dat de afgelopen zes maanden na integriteitskwesties tijdelijk of definitief gedwongen werd tot aftreden, is al bijna even groot als in het hele jaar 2014.

Te vroeg oordelen is echter ongepast. Evenzogoed kan het dit jaar meevallen wanneer verhoudingsgewijs het aantal wethouders dat vanwege integriteitskwesties aftreedt in vergelijking met vertrek om andere redenen, hetzelfde blijft als in de eerste helft van 2015. In de eerste zes maanden van dit jaar is integriteit voor een kwart van de vertrokken wethouders de reden voor opstappen. In 2014 ging een derde deel van de om politieke redenen vertrokken wethouders vanwege een integriteitskwesties het gemeentehuis uit. Maar ook al gaat het vooralsnog in 2015 om nog geen tien gevallen, elke integriteitskwestie is er een te veel omdat die het aanzien − door de aandacht en de beeldvorming − van elke wethouder raakt.

Verstoorde verhoudingen
Wat evenmin bijdraagt aan een positief beeld is politiek gedoe, ruzies en conflicten tussen coalitiepartijen. Het hoort bij het politieke leven, maar verstoorde verhoudingen in de coalitie kost veruit de meeste wethouders de politieke kop. In het eerste half jaar van 2015 gingen twintig wethouders de politieke bietenbrug op in acht gemeenten, te weten: Baarn, Meerssen, Menterwolde, Oude IJsselstreek, Nijkerk, Oisterwijk, Voerendaal en Westvoorne.

Het aantal gevallen coalities is halverwege dit jaar al groter dan in 2003 en 2007. Wanneer in de rest van 2015 – in Landerd en Breda vielen eerder deze maand de tiende en elfde coalitiebreuk te noteren – coalities net zo snel uiteen blijven vallen, kan 2015 zo maar ook twintig gevallen coalities opleveren net als in 2011 (zie tabel 3). De voor de hand liggende verklaring voor dat hoge aantal coalitiebreuken in 2011 en nu: de versplintering bij de verkiezingsuitslagen van 2010 en 2014 die tot broze en brede coalities heeft geleid.

Hieruit blijkt maar weer dat het in de lokale politiek hard tegen hard kan gaan en dat coalitiepartijen en wethouders gemakkelijk inwisselbaar zijn; zeker bij politieke broze en verstoorde verhoudingen. Voor het aanzien van de lokale democratie schept het een beeld dat politici vooral met zichzelf bezig zijn. De inwoners staan buitenspel, moeten het maar afwachten en worden niet geraadpleegd over de meest wenselijke oplossing. Wethouders zijn in dergelijke coalitieconflicten kwetsbaar. Een (goed) functionerende wethouder kan zo maar van het toneel verdwijnen als zijn fractie ontevreden is of een onoplosbaar conflict heeft met de coalitiegenoten. Wethouders moeten vaak maar afwachten of een tijdelijk vertrek tot een terugkeer leidt of tot een definitief vertrek, zoals in Baarn voor de vier wethouders die vorig jaar nog zo trots aantraden als nieuw college.

Er is ook positief nieuws voor de wethouder. Het vertrek als wethouder is niet altijd het gevolg van een politieke vertrouwensbreuk. In de eerste zes maanden verdwenen 33 van de 69 wethouders om die reden van het politieke toneel; 36 om andere redenen. De belangrijkste reden van vertrek is een andere politieke functie. De wethouder ligt nog altijd goed in de markt om gedeputeerde te worden. Vijf wethouders zijn benoemd tot gedeputeerde: Pim van den Berg (Amersfoort -> Utrecht), Eric Geurts (Brunssum -> Limburg), Jo-Annes de Bat (Goes -> Zeeland), Erik Lieverse (Hengelo -> Overijssel) en Hans Teunissen (Venraij -> Limburg). Vier jaar geleden werden ook vijf wethouders na de provinciale verkiezingen tot gedeputeerde benoemd.

De populairste vervolgstap in het openbaar bestuur blijft het burgemeesterschap. Zes wethouders zijn in de afgelopen zes maanden benoemd tot burgemeester en het is nu al zeker dat het daar niet bij blijft. Klaas Smid, wethouder in Ommen, is voorgedragen als burgemeester in Noordenveld. Bovendien zijn twee ex-wethouders, Marcel Delhez uit Uden en Edo Haan uit Zoetermeer, ook tot burgemeester benoemd. Wethouder in een grotere gemeente worden is ook een promotie, zo bleek voor wethouders uit Soest en Vught, die binnen een jaar na hun benoeming promoveerden naar Amersfoort en Eindhoven.


Afbeelding


Afbeelding


 

Afbeelding


Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.