of 59250 LinkedIn

Burger verdient betere rechtsbescherming

Burgers die ontevreden zijn over de zorg die ze ontvangen van hun gemeente, zouden op meer gronden formeel bezwaar moeten kunnen aantekenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten vreest meer procedures als dit advies van de commissie-Scheltema wet wordt. Dat hoeft helemaal niet, aldus de regeringscommissaris.

Burgers die ontevreden zijn over de zorg die ze ontvangen van hun gemeente, zouden op meer gronden formeel bezwaar moeten kunnen aantekenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten vreest meer procedures als dit advies van de commissie-Scheltema wet wordt. Dat hoeft helemaal niet, aldus de regeringscommissaris.

Huishoudelijke hulp

Als een burger ondersteuning vraagt voor huishoudelijke hulp, neemt de gemeente daarover een besluit. Het feitelijk toekennen van die hulp zelf is door de gemeente meestal uitbesteed aan een private organisatie. In de praktijk is niet in detail vastgelegd waarop de burger aanspraak maakt, maar wordt alleen het met die ondersteuning te bereiken resultaat omschreven. Zoals bijvoorbeeld ‘een schoon huis’. Maar wat nu als een burger niet tevreden is over de hulp die hij van de aanbieder krijgt? Dan kan hij bij de bestuursrechter alleen tegen het besluit van de gemeente opkomen. ‘Dat’, zo stelt Scheltema, ‘lijkt weinig zinvol.’ Probleem is: tegen beslissingen en handelingen van de private organisatie kan de burger niet bij de bestuursrechter opkomen.

 

Termijn voorbij

Met andere woorden: de rechtsbescherming van de burger is bij de decentralisatie van de taken op het ­gebied van jeugd, werk en zorg niet goed geregeld. De burger kan alleen bezwaar maken tegen het besluit van de gemeente. Omdat een bezwaar tegen ‘een schoon huis’ niet zinnig is, oordeelt vervolgens de bestuursrechter dat de gemeente maar weer in veel details concreet de zorg moet toewijzen. Dit om de burger toch voldoende te beschermen. Scheltema vindt dat onwenselijk.Integrale geschilbeslechting, waar de private zorg-leverende partij óók onder valt, is te verkiezen. Dan kan de gemeente zorg in resultaten blijven toewijzen – omdat ook de uitvoerder dan wel via het bestuursrecht kan worden betrokken in de geschilbeslechting.

Hij stelt in zijn rapport voor dat de gemeente voortaan zelf een formeel besluit neemt en daarmee de benodigde hulp concreet maakt: welke handelingen worden uitgevoerd en de frequentie en tijdsduur daarvan. ‘Dan kan de bestuursrechter wel oordelen over de toereikendheid ervan’, stelt hij.

De regeringscommissaris adviseert een verruiming van de mogelijkheden van cliënten om bezwaar aan te tekenen tegen de zorgverlening. Zoals het nu is geregeld, kan een cliënt bij de gemeente in bezwaar gaan tegen een beschikking. Maar als hij later niet tevreden blijkt te zijn over de geleverde ondersteuning is de termijn voorbij om daartegen in bezwaar te gaan. De  commissie-Scheltema pleit daarom ook voor een verruiming van de bezwaartermijn van zes weken naar maximaal zes maanden.

 

Overbelasting

Gemeenten voorzien extra werk voor de bezwaarschriftencommissies. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ziet het er op het eerste gezicht naar uit dat de bezwaarschriftencommissies van gemeenten door het nieuwe voorstel er zelfs ‘veel meer’ werk bij krijgen: ze moeten bij bezwaar immers niet alleen hun eigen toegangsprocedure beoordelen, maar eveneens een oordeel vellen over de geleverde ondersteuning van de zorgaanbieder.

‘De vraag is tot hoever dat gaat: moeten ze eigen onderzoek doen of mogen ze afgaan op wat de aanbieder zegt? Als dat laatste het geval is, wat is dan het verschil met de huidige werkwijze waarbij de aanbieder de klacht behandelt?’, zo vragen ze zich bij de gemeentelijke koepelorganisatie af. De gevolgen voor gemeenten zijn nu nog niet allemaal te overzien, maar de VNG voorspelt dat ze voor de werkwijze in de Wmo en de Participatiewet in elk geval fors zullen zijn.

In zijn advies loopt Scheltema op dat tegenargument van overbelasting vooruit. Door gebrek aan kennis, gaat de burger volgens hem vooral af op signalen waaruit hij kan opmaken of hij juist wordt behandeld. ‘Voor wat het overheidsoptreden betreft, speelt dan de procedurele rechtvaardigheid een grote rol’, aldus Scheltema. ‘Indien hij bij de behandeling van zijn aanvraag of van zijn bezwaar ondervindt dat er naar hem geluisterd wordt en dat men zich een goed beeld tracht te vormen van zijn situatie, kortom dat hij serieus wordt genomen, geeft hem dat ook eerder het vertrouwen dat de beslissing die wordt genomen wel de juiste zal zijn.’

 

Lagere kosten

Een informele en op goede communicatie gerichte werkwijze heeft volgens hem grote voordelen. ‘Burgers zijn aanzienlijk meer tevreden, de kosten voor de overheid zijn veel lager, ook doordat de procedure sneller gaat, en minder gevallen gaan daarna nog door naar de rechter’, aldus Scheltema.

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 18 van deze week.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Annemiek (IC-medewerker) op
Zie de rapportage van informateur Tjeenk Willink: de burger verliest het recht op recht, daarmee verliest de overheid het recht zich een democratie te noemen. Er is meer demofobie dan democratie: zie de machteloze op afstand gezette burger.
Door H. Wiersma (gepens.) op
Nog even en dan ligt heel Nederland lam van de bureaucratisering en verjuridisering.
Door Keijzer op
PS. Gelet op de beperkte toebedeelde uren, gaan hulpverleners die over huis komen, hier ook geen tijd in steken, of zijn zo geïnstrueerd, om opdrachtgever Gemeente (broodheer) niet in de wielen te rijden. Dus dubbele "winst" voor Gemeente.
Door Keijzer op
@Goossens Uiteraard wijzen Gemeenten daar niet op.
Wat ik zie in de praktijk is het volgende. Er wordt een aanvraag ingediend, die pas op het allerlaatst binnen de geldende termijn de aandacht krijgt. Dat wil zeggen: er komt een brief dat de termijn verlengd wordt op basis van een bepaald artikel, of men belt op de laatste dag, als men er erg in heeft dat de post niet meer op tijd komt, dat het termijn is verlengd na de eerste 8 weken met nog eens een week of 6.

Het doet daarbij totaal niet toe of het gaat om een noodzakelijk iets voor het dagelijks functioneren. Als eerste aankoop of als vervanging. Je mag absoluut het niet alvast kopen via bijvoorbeeld de opgespaarde pot vaste lasten, bedoeld voor zaken die niet elke maand gedebiteerd wordt. Het mag door een diaconie niet voorgeschoten worden, of wie dan ook.

Dan krijg je een uitnodiging om je verhaal toe te lichten en zie je een juridisch medewerker. Die wijst vervolgens de aanvraag ook weer af. Het is eigenlijk een standaard patroon.

Men moet dus zelf als cliënt behoorlijk assertief zijn en uithoudingsvermogen hebben om nog verder te gaan. Of iemand in je netwerk hebben die bereid is dat te doen en eventueel een advocaat in de arm neemt.

De bureaucratie bij Gemeente put en cliënten uit en diens mantelzorger(s). Ambtenaren hebben de stress niet ervan en ook hoeven die geen advocaatkosten uit eigen zak te betalen.

Dit naast al die kleine criminaliteit en hufterigheid waar burgers mee te maken hebben en waar geen tijd, geld of aandacht voor is. Dit maakt de kloof tussen burgers en overheid groot en ebt het vertrouwen daarin weg.
Men heeft het niet meer in de hand, maar doet alsof dat wel nog het geval is.

Als men in de comfortabele positie is qua woonomgeving en qua inkomen, om allerlei zaken zelf op te lossen, is het gevaar er al gauw van die kant, om kanttekeningen te zetten bij ervaringen van mensen, die niet in die comfortabele positie zijn. Zo van, het valt toch wel mee en kijk eens naar al die onderzoeken hoe gelukkig Nederlanders niet zijn en hoe veilig Nederland is. Dat, als ook nog mensen vaak niet eens meer aangiften doen.

Wat je positie is en waar je woont en wat je verdient, maakt veel verschil in hoe je uitzicht (en inzicht) is omtrent de dagelijkse praktijk van onderste 40% van de samenleving.

Vandaar dat ik alsmaar hamer op een onafhankelijke zorg coördinator, landelijk systeem, die indiceert, verwijst, controleert en corrigeert. Budget in samenspraak met Gemeente en Zorgverzekeraars, maar dat men publiekelijk aan de bel mag trekken bij Gemeenteraad en Zorgverzekeraars als het geld niet voldoende is. Zorgaanbieders zijn uitvoerders. Daar hoort een redelijk bedrag bij en geen goedkoopste bieder. Nu verwacht Gemeente, dat de gelukkige zorg-hoofd-aannemer die de klus krijgt, voor een dubbeltje een kwartje-zorg kan bieden. Dat noem ik ook onbehoorlijk bestuur.

Het is de logica zelf en ook uiterst voorspelbaar, dat het niet werkt, om onder het Gemeente dak te indiceren, verwijzen, controleren, corrigeren plus klachtenafhandeling tegelijkertijd plaatsvindt.

Waarom zouden toch de gescheiden machten ontworpen zijn in onze democratie?

We hebben het helaas zo georganiseerd in dit land, dat niemand probleemeigenaar is en men naar elkaar kan wijzen. Zo van hullie doen het of zullie. Of laten we er nog eens een grondig onderzoek tegenaan gooien. Waar kan "het slachtoffer" feitelijk terecht in een bureaucratisch systeem met intern veel horen zien en zwijgen.

Onderzoekjournalisten brengen misstanden in de regel aan het licht. Klokkenluiders niet gewaardeerd intern. Dus demotivatie om je nek uit te steken bij misstanden! Collega's houden hun mond om allerlei redenen, maar komt neer op eigen belang, hetgeen in dat systeem ook nog begrijpelijk is.

Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
Ik neem aan dat het nog steeds mogelijk is om bezwaar aan te tekenen tot behoud van rechten. Ik adviseer iedereen dat te gaan doen.

Voor het inhoudelijk onderbouwen van het bezwaar vraag je dan uitstel totdat het voldoende mogelijk is om de praktische gevolgen van het bestuursbesluit te kunnen beoordelen. Vraag daar een termijn van zes maanden voor.

Gemeenten hebben bij deze werkwijze het nakijken. Een bezwaar tot behoud van rechten in deze situatie is op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur niet af te wijzen.
Dus rechtsom of linksom, uiteindelijk wordt de gemeente geconfronteerd met de uitwerking van het bestuursbesluit. Extra lasten levert dat dus niet op. Het hoort gewoon bij de verantwoordelijkheid voor integere en kwalitatief hoogstaande bestuursbesluiten.

Een fatsoenlijke gemeente wijst burgers in haar besluit actief op deze mogelijkheid. Nogmaals de beginselen van behoorlijk bestuur vereisen dat.