bestuur en organisatie / Partnerbijdrage

De nieuwe werktijdenregeling in de CAR/UWO

Wijzigingen zijn van invloed op zowel de lokaal vastgestelde werktijdenregelingen van de gemeenten, als de bezoldigingsregelingen

19 december 2013

AfbeeldingMr. J. (Jan-Paul) van Zanten

Niet zelden wordt, naast de vraag wat het eigenlijk inhoudt, de vraag gesteld of ‘het nieuwe werken’ effectief is. Het begrip kent duidelijke voor- en tegenstanders. Feit is in ieder geval dat zowel werkgevers, als werknemers worden geconfronteerd met een veranderende maatschappij. Het is al lang niet meer zo dat werkzaamheden per definitie  worden verricht tussen ‘negen en vijf’. Zowel van de zijde van de (overheids)werkgevers, als van de kant van de werknemers en medewerkers met een ambtelijke aanstelling bestaat in toenemende mate behoefte aan flexibiliteit.

Flexibilisering werktijden

Voor de sector gemeenten zijn binnen het LOGA in het kader van de CAO 2011-2012 afspraken gemaakt over modernisering en flexibilisering van de werktijdenregeling in de CAR/UWO. Daarmee wordt, aldus de ledenbrief van de VNG (13/062 CvA/LOGA 13/13), voorzien in een behoefte op dat punt aan zowel de zijde van de werkgevers, als aan die van de werknemers.

Voor werkgevers is flexibilisering van de werktijden belangrijk met het oog op de bedrijfsvoering, mede ten behoeve van de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger. Daarnaast wil de werkgever werknemers meer kunnen inzetten als er meer werk is en andersom. Tegelijkertijd wordt invulling gegeven aan de wens van de werknemers die tijd en plaats onafhankelijk willen werken (‘het nieuwe werken’) en hun werktijden meer flexibel willen kunnen afstemmen op hun privé-situatie.

De CAR/UWO wijzigt per 1 januari 2014

Om deze doelstellingen te realiseren zal per 1 januari 2014 in de CAR/UWO, een aantal wijzigingen worden doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn van invloed op zowel de lokaal vastgestelde werktijdenregelingen van de gemeenten, als de bezoldigingsregelingen. Het is dus zaak om de lokale regelingen te toetsen aan de nieuwe CAR/UWO, om tegenstrijdigheden en daarmee samenhangende interne discussies zoveel mogelijk te voorkomen.

Het lijkt mij goed  een beeld te schetsen van  de wijzigingen. Uitputtend ben ik daarin niet, daarvoor is een en ander te afhankelijk van de specifieke situatie binnen gemeenten

Dagvenster

De kern van de nieuwe regeling is, dat er met wat men noemt een ruimer ‘dagvenster’ gewerkt wordt. Het etmaal wordt verdeeld in de periode tussen 07.00 tot 22.00 uur, het dagvenster, en de overige uren.

Standaardregeling en bijzondere regeling
Daarnaast zijn kernbegrippen in de nieuwe regeling: de ‘standaardregeling’ en de ‘bijzondere regeling’. Verreweg de meeste werknemers vallen onder de standaardregeling en slechts enkelen vallen onder de bijzondere regeling. Vervolgens wordt binnen beide regelingen gewerkt met een extra beloning in de gevallen waarin buiten de ‘normale’ werktijden wordt gewerkt.

In de genoemde ledenbrief van de VNG is uitleg gegeven over het verschil tussen de werknemers die vallen onder de standaardregeling en degenen die vallen onder de bijzondere regeling. De uitleg had wellicht wat duidelijker gekund. Wat daarvan ook zij, grof gezegd komt het erop neer dat de bijzondere regeling slechts geldt voor degenen ten aanzien van wie zonder voorafgaande discussie en overleg door de werkgever eenzijdig roosters worden vastgesteld. Alle overige medewerkers, en dat is verreweg de grootste groep, vallen onder de standaardregeling. Medewerkers van de brandweer behouden hun eigen werktijdenregeling.

Juist vanwege het wat ‘gezochte’ onderscheid tussen de twee groepen medewerkers, is het aan te raden in de werktijdenregelingen concreet te benoemen welke medewerkers of welke groepen van medewerkers onder de bijzondere regeling vallen. Dat schept duidelijkheid en voorkomt problematische discussies met medewerkers.

Inhoud standaardregeling

De standaardregeling  geldt voor de medewerker die met zijn leidinggevende afspraken maakt over de invulling van zijn werktijden binnen het dagvenster dat loopt van 07.00 tot 22.00 uur. De medewerker is niet vrij zijn werktijden naar eigen inzicht in te delen.

De standaardregeling geldt volgens het LOGA voor alle ambtenaren die enige vrijheid hebben bij het bepalen van zijn of haar werktijden. Medewerkers die naast hun reguliere werkzaamheden beschikbaarheidsdiensten verrichten vallen onder de standaardregeling. Als medewerkers zelf hun rooster invullen, dan vallen zij ook onder de standaardregeling.

De standaardregeling laat de mogelijkheid open dat op lokaal niveau in overleg met de Ondernemingsraad een werktijdenregeling wordt vastgesteld. In die lokale werktijdenregeling kunnen zaken als bloktijden worden geregeld. De kaders voor de werktijden en voor de afspraken tussen leidinggevenden en hun medewerkers zullen in overleg met de OR uitgewerkt moeten worden.

Werkzaamheden buiten het dagvenster

De toepassing van de standaardregeling sluit niet uit dat de ambtenaar onder omstandigheden werkzaamheden zal moeten verrichten buiten het dagvenster. Dit kan noodzakelijk zijn uit hoofde van zijn functie of wegens een bestaand dienstbelang. De desbetreffende ambtenaar heeft in dat geval aanspraak op een zogenoemde ‘buitendagvenstervergoeding’. Die aanspraak kan in twee gevallen bestaan:

a.    De ambtenaar die valt onder de standaardregeling verricht werkzaamheden buiten het dagvenster. Hij heeft dan aanspraak op een financiële vergoeding ter hoogte van een percentage van het uurloon per gewerkt uur. De buiten het dagvenster gewerkte uren worden tevens in tijd gecompenseerd. De uren buiten het dagvenster gewerkt kunnen niet omgezet worden in vakantieverlof.

b.    De ambtenaar die valt onder de standaardregeling kan voorts worden aangewezen voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten (ict-medewerkers, woordvoerders, etc.). Wordt de ambtenaar vervolgens opgeroepen om in het kader van die beschikbaarheidsdienst daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten, dan ontvangt hij een buitendagvenstervergoeding voor de uren die hij werkt buiten het dagvenster. Dat is een financiële vergoeding. Verricht de ambtenaar de werkzaamheden binnen het dagvenster, dan worden deze enkel in tijd gecompenseerd (in overleg met zijn leidinggevende).

De hoogte van de buitendagvenstervergoeding is gebaseerd op de huidige overwerkvergoeding namelijk:

-    Van maandag tot en met vrijdag: 50% van het uurloon;
-    Zaterdag: 75% van het uurloon;
-    Zondag: 100% van het uurloon.

Inhoud bijzondere regeling

Onder de bijzondere regeling vallen de medewerkers voor wie de individuele werktijden eenzijdig door het college worden vastgesteld. Het LOGA beoogt hiermee een kleine groep medewerkers. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, kan naar mijn mening gemakkelijk discussie bestaan over de mate waarin medewerkers de vrijheid hebben hun werktijden vast te stellen en daarmee over de vraag of zij vallen onder de standaardregeling of onder de bijzondere regeling. Het belang van dat onderscheid wordt met name duidelijk wanneer gekeken wordt naar de verschillen in aanspraak op financiële vergoedingen.

De bijzondere regeling is de regeling zoals die gold voor de wijzigingen. De huidige artikelen in de rechtspositieregeling met betrekking tot de onregelmatigheidstoeslag, de overwerkvergoeding en de verschuivingstoelage zijn gewijzigd, zodat zij alleen nog gelden voor de medewerkers die onder de bijzondere regeling vallen.

De tijdvakken waarover aanspraak bestaat op een overwerkvergoeding zijn ook anders dan de tijdvakken ten aanzien van de buitendagvenstervergoeding.

-    Maandag tot en met vrijdag: tussen 0.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 24.00 uur.
-    Zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur.
-    Zondag tussen 0.00 en 24.00 uur.

Anders gezegd, de medewerkers die vallen onder de standaardregeling, hebben niet langer aanspraak op de genoemde vergoedingen. Overwerkvergoedingen zijn er voor hen niet meer. Voor hen bestaat enkel nog de buitendagvenstervergoeding. Feitelijk komt de nieuwe regeling dan ook neer op een beperking van de aanspraken op een overwerkvergoeding.

Het kan raadzaam zijn om van tevoren overleg te voeren met de Ondernemingsraad welke (groepen van) medewerkers onder welke regeling vallen en dit in de lokale werktijdenregeling vast te leggen.

Verschuivingsvergoeding

Tot slot kent de regeling dan nog de zogenoemde ‘verschuivingsvergoeding’. Voor medewerkers die onder de bijzondere regeling vallen, geldt voorts dat in de gewijzigde CAR/UWO een bepaling is opgenomen (artikel 3:4) op grond waarvan het college de discretionaire bevoegdheid heeft om ten behoeve van deze medewerkers een aanspraak op een zogenoemde ‘verschuivingsvergoeding’ in het leven te roepen. Bij verschuiving op initiatief van de werkgever van vooraf vastgestelde en aan de medewerkers opgelegde werktijden, kan aanspraak bestaan op een verschuivingsvergoeding. De gemeente heeft op dit punt een keuze. Indien besloten wordt een dergelijke vergoeding in het leven te roepen, zal in de bezoldigingsregeling moeten worden bepaald onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden aanspraak kan bestaan op een dergelijke vergoeding. Ook zal moeten worden bepaald hoe hoog die vergoeding dan is.

De nieuwe werktijdenregeling in de CAR/UWO bewerkstelligt dus dat waar de grootste groep medewerkers thans aanspraak kan maken op en overwerkvergoeding, deze medewerkers onder de nieuwe regeling nog slechts aanspraak kunnen maken op een buitendagvenstervergoeding. Dat dagvenster is echter aanmerkelijk verruimd, waardoor het niet snel zal voorkomen dat medewerkers buiten het dagvenster werkzaamheden zullen moeten verrichten.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.