bestuur en organisatie / Partnerbijdrage

Jurisprudentie Overheid

Jurisprudentie Overheid. Arbeidsverhoudingen

07 september 2021
Arbeidsverhoudingen.png

Wij hopen dat u allen een fijne zomer hebt gehad. In de vakantieperiode zijn diverse uitspraken verschenen. Wij hebben hier een selectie van gemaakt en deze opgenomen in de Capra Concreet Jurisprudentie Overheid. Zo bent u eenvoudig en snel op de hoogte van relevante uitspraken.  

1. PI-zza incident

Gerechtshof Den Haag 29 juni 2021

(ECLI:NL:GHDHA:2021:1135)

Een senior penitentiair inrichtingswerker werkt op een extra beveiligde inrichting waar een groot aantal gedetineerden is gehuisvest met een verhoogd vluchtrisico en daarmee een groot maatschappelijk risico. De medewerker wordt onder meer verweten dat hij de binnendeur van de PI heeft geopend voor de pizzakoerier zonder de piketfunctionaris om toestemming te hebben verzocht en dat hij de pizzadoos niet heeft gecontroleerd, ook niet toen het piepalarm afging. Daarnaast wordt de medewerker verweten dat hij niet alle controleronden heeft gelopen en ronden heeft afgetekend terwijl deze niet zijn gelopen. De werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter wijst dit verzoek af. Het hof denkt daar anders over en beëindigt de arbeidsovereenkomst, maar veroordeelt de werkgever wel tot betaling van de transitievergoeding.

 

Collega Marien Korevaar schreef een annotatie bij deze uitspraak.

 

2. Vernietigen verslag functioneringsgesprek niet (meer) mogelijk voor ambtenaren

Rechtbank Rotterdam 3 juni 2021

(ECLI:NL:RBROT:2021:5816)

Werknemer was op 15 maart 2020 in dienst getreden bij een gemeente in de functie van BOA op basis van een jaarcontract. In november 2020 is door een burger een klacht ingediend over de wijze waarop werknemer zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd. Deze klacht is deels gegrond verklaard. Op 15 januari 2021 heeft een gesprek met werknemer plaatsgevonden over zijn functioneren. De conclusie van dit gesprek was dat het contract niet zou worden verlengd. Op 21 januari 2021 is het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk aangezegd. De werknemer verzoekt in rechte vernietiging van de beoordeling uit zijn personeelsdossier. Volgens de kantonrechter bevatten de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek die zien op de arbeidsovereenkomst geen mogelijkheid om een verslag van een functioneringsgesprek te vernietigen, zodat er voor het verzoek van de werknemer geen juridische grondslag bestaat.

 

Collega Jacobien Frederix-Gianotten schreef een annotatie bij deze uitspraak.

 

3. Hogere ontslagvergoeding na achteraf vervallen RVU-heffing?

Gerechtshof Amsterdam 20 juli 2021

(ECLI:NL:GHAMS:2021:2197, ECLI:NL:GHAMS:2021:2198, ECLI:NL:GHAMS:2021:2199)

In deze drie zaken geeft het hof antwoord op de vraag of medewerkers recht hebben op een hogere ontslagvergoeding, indien achteraf blijkt dat de regeling die met hen is gesloten niet te kwalificeren is als Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). De werkgever heeft met een aantal medewerkers een (vrijwillige) vertrekregeling gesloten waarin afspraken zijn neergelegd over een beëindigingsvergoeding. Ook is er finale kwijting afgesproken. De Belastingdienst heeft de vertrekregelingen aangemerkt als RVU, maar de werkgever heeft dit oordeel met succes aangevochten. De werknemers menen dat zij daardoor recht hebben op hogere een beëindigingsvergoeding. Het hof deelt dit standpunt niet. Volgens het Hof kennen de vertrekregelingen geen leemte. Partijen waren er zich van bewust, althans hadden zich er bewust van moeten zijn, dat het standpunt van de Belastingdienst over het al dan kwalificeren van de regelingen als RVU niet definitief was komen vast te staan en dus de mogelijkheid bestond dat de regelingen toch niet als RVU kwalificeerde. Het had op de weg van de werknemers gelegen om een voorbehoud te maken, hetgeen zij niet hebben gedaan.

 

4. Toepassen eigen cao in plaats van cao Gemeenten

Rechtbank Noord-Holland 4 augustus 2021

(ECLI:NL:RBNHO:2021:6414)

Zes werknemers waren tot medio 2007 als ambtenaar in dienst van een publiekrechtelijke organisatie. Voor de werknemers gold de CAR-UWO. In juni 2007 heeft een NV de activiteiten van de publiekrechtelijke organisatie overgenomen als gevolg waarvan de werknemers geen ambtenaar meer waren. In verband met deze overname is een sociaal plan overeengekomen. In de arbeidsovereenkomsten tussen de werknemers en de NV is bepaald dat de CAR-UWO en het sociaal plan van toepassing zijn. Op 31 december 2017 zijn de NV en HVC gefuseerd. Als gevolg van de fusie gingen de werknemers per 1 januari 2018 van rechtswege over naar HVC. De arbeidsvoorwaarden van de werknemer zijn ongewijzigd gebleven. HVC heeft de werknemers medegedeeld dat vanwege het (grotendeels) vervallen van de CAR-UWO in verband met de inwerkingtreding van de Wnra per 1 januari 2020 de eigen cao GEO zal worden toegepast. De werknemers vorderen een verklaring voor recht dat HVC de Cao Gemeenten moet toepassen. De kantonrechter wijst de vordering af en oordeelt dat HVC haar eigen Cao GEO mag toepassen.

 

5. Ontbindende voorwaarde VOG

Rechtbank Rotterdam 9 juni 2021

(ECLI:NL:RBROT:2021:5162)

Werkneemster is op 16 november 2020 in dienst getreden bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden. In de arbeidsovereenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen inhoudende dat wanneer niet binnen twee maanden een VOG kan worden overgelegd de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Werkneemster heeft geen VOG aangeleverd, ook niet nadat zij hier meerdere keren om is gevraagd en haar nog een laatste kans is geboden om deze aan te leveren. Werkgever laat daarop aan werkneemster weten dat haar arbeidsovereenkomst per 30 januari 2021 is geëindigd. Werkneemster stelt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst middels het inroepen van de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig heeft beëindigd.

 

6. Nietig ontslag op staande voet in verband met weigering vaccinatie

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 16 juli 2021

(ECLI:NL:OGEAC:2021:132)

De rechter overweegt dat het in deze zaak in de kern gaat om de vraag of de werkgever zijn werknemer direct of indirect kan verplichten zich te laten vaccineren tegen Covid-19. In het verlengde daarvan ligt de vraag voor of de weigering van een werknemer zich te laten vaccineren tegen Covid-19 een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Volgens de rechter bestaat een algemene vaccinatieplicht niet en passen dergelijke verplichtingen niet binnen de arbeidsverhouding. De rechter verklaart het ontslag op staande voet nietig. Wel komt de rechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

 

Collega Esther van Gaal bespreekt de uitspraak in dit artikel.

 

Tot slot

Voor meer actueel nieuws en cursussen kunt u ook terecht op de sectorpagina van onze website.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.