Hoewel werken in Nederland nog steeds vrijwel altijd loont, brengt de stap van uitkering naar werk ook aanzienlijke kosten met zich mee. Die kosten kunnen oplopen tot honderden euro’s per maand, blijkt uit een nieuwe berekening door het Nibud. Hoewel er regelingen bestaan om die lasten te verlichten, blijkt dat in de praktijk niet altijd alle kosten gedekt zijn.
Werken loont, maar kost ook geld
‘De netto-opbrengst is sterk afhankelijk van vergoedingen, cao-afspraken en persoonlijke omstandigheden.’
Retail en horeca
Kosten voor kinderopvang en reiskosten maken binnen alle sectoren een groot deel van de bijkomende kosten van werken. Hoewel reiskosten in veel sectoren grotendeels vergoed worden, blijkt dat met name in sectoren met lage lonen zonder cao-afspraken juist de werknemer vaak zelf veel kosten moet maken om te kunnen werken. Dan gaat het bijvoorbeeld over de horeca en de Retail sector.
Kinderopvang en reiskosten
Voor werknemers zonder vergoeding zijn de variabele autokosten gemiddeld € 120 tot € 180 per maand. Hoewel de kosten voor kinderopvang voor huishoudens met een lager inkomen grotendeels vergoed worden, betalen gezinnen gemiddeld zelf nog steeds enkele duizenden euro’s per jaar.
Kleine kosten
Dan zijn er nog de kleinere zaken zoals werkkleding, maaltijden, thuiswerkkosten, studiekosten, een tas en representatiekosten. Daarnaast zijn er nog indirecte kosten. Eten in de bedrijfskantine is vaak duurder dan een lunch thuis. En mensen die werken hebben vaker een groter sociaal netwerk, wat meer kosten met zich mee kan brengen. Daar staat tegenover dat het hebben van een sociaal vangnet natuurlijk ook veel oplevert.
Demotiverend
Al met al kunnen de kosten van werken in sommige gevallen oplopen tot honderden euro’s per maand. Bij een salaris dat niet veel hoger is dan het minimumloon is dat een flinke hap uit het financiële voordeel dat werken met zich meebrengt. Bij bepaalde gezinssamenstellingen, zoals een eenoudergezin met twee jonge kinderen, heeft het financieel vrijwel geen zin om een baan tegen het minimumloon aan te nemen. In de praktijk kan dat demotiverend werken, blijkt uit gesprekken die het Nibud heeft gevoerd met vakbond FNV.
Netto-opbrengst verschilt sterk
Samengevat concludeert het Nibud dat de extra inkomsten van werken in de meeste gevallen wel opwegen tegen de kosten, maar dat dit bij ‘kleine baantjes’ in combinatie met een grotere reisafstand en onvoldoende vergoedingen vanuit de werkgever, niet opgaat. Het daarbij komende tijdverlies, de stress en gemiste sociale kansen maken het nog minder aantrekkelijk om te gaan werken. De netto-opbrengst van het werk is sterk afhankelijk van vergoedingen, cao-afspraken en persoonlijke omstandigheden.

Reacties: 4
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
In verband met de steeds hoger wordende olieprijs (i.c. o.a. benzine/diesel) kan -waar enigszins mogelijk- het beste zoveel mogelijk thuis worden gewerkt.
Het bedoelde kostenaspect is natuurlijk aanwezig, maar is niet in algemene zin. Het duidt er wel op dat betrokkenen over dit soort financiële aspecten goede afspraken moeten maken. Voor zover aan een CAO onderhevig kunnen hierover afspraken worden gemaakt.
Wat maar weer bewijst dat onze sociale zekerheid met al die toeslagen over de top is en zijn doel volledig voorbij schiet.
Er moet grondig het mes in de fiscaliteit en toeslagen. Werken moet ALTIJD lonen. En niet-noodzakelijk niet-werken moet financieel flink bestraft worden. Dan kan de (arbeids-)migratie ook eindelijk op een laag pitje gezet worden. En is het huizenmarkt probleem heel snel opgelost.
Werken moet inderdaad altijd lonen. Deze problematiek, die met name wordt veroorzaakt door het huidige toeslagenstelsel, is van toepassing op een beperkt deel van de werkenden, maar inmiddels soms ook op niet werkenden.
De slogan wordt nu echter te veel en te onpas gebruikt voor iedereen die aan het arbeidsproces deelneemt, zelfs door politici.
Van belang is dat er in een nieuw fiscaal stelsel sprake is van balans tussen de loon- en inkomstenbelasting (inclusief belasting voor vermogenden).