of 60775 LinkedIn

WNRA en integriteit: een ongemakkelijke waarheid?

Hans Groot 1 reactie

Zo was het altijd: ambtenaren lieten zich beter bij de les houden. Een scala van disciplinaire straffen konden worden opgelegd na constatering van plichtsverzuim. En als dan de lagere rechter het weleens zielig vond, maakte de Centrale Raad van Beroep daar korte metten mee. Een goed gemotiveerde straf met een verwijzing naar het unieke van de geschonden norm, bleef bij die Raad vaak fier overeind.

Het unieke zit ’m in de monopoliepositie van de overheid. U kunt nergens anders heen voor een paspoort. Als met dat proces wordt gerommeld, hebben we een groot probleem. Als een luchtvaartonderneming niet deugt en u te maken krijgt met onbetrouwbaar personeel, koopt u gewoon ergens anders een kaartje. Met overheidshandelen heeft u die vrijheid meestal niet. Daarom moet het deugen, u hebt geen keus.

 

Het civiele arbeidsrecht kent in tegenstelling tot het ambtenarenrecht geen scala aan sancties en al helemaal geen voorwaardelijk strafontslag: een proefperiode van maximaal twee jaar die recht doet aan de ernst van de verweten gedraging én aan de zwaarte van die sanctie. Strafontslag leidt in de regel tot verwijtbare werkloosheid, waardoor recht op die uitkering komt te ontvallen. Die laatste kans om verbetering te laten zien én om onmiddellijk te kunnen reageren als een ambtenaar een tweede fout maakt, is een uniek en veelgebruikt instrument dat straks in onbruik raakt. Het civiele ontslag op staande voet moet onverwijld, de werkgever moet het dossier fluks rond krijgen, dat zal niet altijd makkelijk zijn.

 

Bij de PTT stond het vroeger op de muur: één postzegel stelen leidt tot ontslag. Zero tolerance afdwingen is niet makkelijk, ook niet op de ambtelijke werkvloer. Een voorbeeld: gemeentelijke privacy gevoelige bestanden raadplegen voor privédoeleinden is bij de meeste organisaties een halszaak: de medewerker vliegt er onherroepelijk uit. Nieuw personeel scherp krijgen en houden op dat soort vergrijpen is moeilijk, terwijl de druk uit de privéomgeving soms groot is: “jij kunt toch wel even kijken of dat nieuwe vriendje van mijn dochter echt wel deugt?”

 

Of de civiele rechter straks genoeg begrip toont voor de strenge jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, is maar de vraag. Of respectvol wordt omgesprongen met kreten als “zoals het een goed ambtenaar betaamt”, weten we ook niet. Met dat soort spreuken kun je een ambtenaar dwingen om na te denken over de ongeschreven integriteitsregels, terwijl weleens gezegd wordt dat bij de civiele rechter alles mag wat niet verboden is.

 

Sancties horen onderdeel te zijn van de cao, in die van de gemeenten zien we ze bijvoorbeeld (nog) niet, in de cao Rijk staan er meer. Dus ontstaan straks ook grote verschillen tussen ambtenaren onderling. Wenselijk gedrag afdwingen betekent gedragscodes veel preciezer formuleren en dat werkgevers vooral fors meer werk gaan maken van een preventief integriteitsbeleid. Aan de juridische wetenschappers wil ik vragen om een gedegen vergelijking te maken tussen de jurisprudentie van de civiele rechter en die van de bestuursrechtelijke pendant. Dat helpt de waarheid in ieder geval helder te krijgen.

 

Hans Groot is integriteitsexpert en adviseur van het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers bij het CAOP

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Caroline Raat (Expert Recht en Integriteit) op
Mooi stuk, en ik neem deze uitdaging graag aan! Waarbij gemeld dat heel veel integriteitskwesties nooit de aandacht trekken en omslag in attitude beter werkt. Lees o.m. dit recente actueel commentaar: https://www.researchgate.net/publication/3381090 …