of 59345 LinkedIn

Behouden autonomie reden tot opschalen gemeenten

Willem van Rosmalen, gemeentesecretaris Schijndel 6 reacties

Het Rijk besluit om steeds meer taken over te hevelen naar gemeenten. De gedachte is dat gemeenten dicht bij de burgers staan, bestuurders benaderbaar zijn  en taken met meer gevoel en begrip voor die burger uitgevoerd kunnen worden. Gemeenten delen deze mening en zijn graag bereid om rijks- en provinciale taken over te nemen. Maar hoe kunnen gemeenten deze taken het beste oppakken? Vanuit een autonoom bestaan gaan samenwerken of via een gemeentelijke herindeling?

Om (nieuwe) taken goed uit te kunnen voeren is veelal specialistische kennis en kwaliteit nodig. Vooral in relatief kleine gemeenten zijn deze niet of onvoldoende voorhanden. Daarbij komt dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn of komen om de vereiste kennis en kwaliteit in te kunnen kopen. Om burgers toch goed van dienst te kunnen zijn, slaan gemeenten de handen ineen om op dit punt minder kwetsbaar te zijn. Varianten daargelaten: feitelijk kan er slechts uit twee opties gekozen worden: óf samenwerken óf samengaan.
 

Autonomie is het recht op zelfbestuur: het recht om zelf keuzes te maken en beslissingen te nemen en deze ook zelf uit te voeren. Een autonoom bestuur dat keuzes maakt in het belang van haar eigen burgers. Veel gemeenten hechten aan het behouden van hun autonome bestaan en wijzen daarom op voorhand het samenvoegen van gemeenten van de hand. Samenwerking is het alternatief.

 

Maar juist door te kiezen voor samenwerking wordt de lokale autonomie onvermijdelijk aangetast. Samenwerking tussen gemeenten vereist immers heldere en juridische afspraken over rollen, taken en vooral bevoegdheden van de deelnemende gemeenten. Gebruikelijk is dat gekozen wordt voor een Gemeenschappelijke Regeling (WGR), waartoe zij een autonoom bestuur aanstellen. Binnen de WGR functioneert het lokale (autonome) bestuur daardoor op afstand van zijn burgers via een vertegenwoordiging vanuit gemeenteraden en colleges. Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling heeft haar eigen bevoegdheden op basis van de inbreng van meerdere gemeenten. De lokale invloed is beperkter (tot verwaarloosbaar) dan dat het geval is binnen een zelfstandige gemeente.

 

Juist dit zou naar mijn mening moeten leiden tot de keuze, om werkelijk zelf aan het stuur te blijven op beleidsvraagstukken die de eigen burgers aangaan. Wil je de invloed op lokale vraagstukken maximaal houden, dan ligt het niet voor de hand om voor een construct van een Gemeenschappelijke Regeling te kiezen. Maar door juist nieuwe gemeentegrenzen te trekken worden burgers met elkaar verenigd binnen een nieuwe, wederom autonome gemeente en kunnen zij via de door hen rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers hun invloed maximaal laten gelden. Optimale bestuurlijke legitimatie die zo gewenst is door gemeenten die stellen autonoom te willen blijven.

 

Een andere afweging om niet te kiezen voor samenwerking is van financiële aard. Vooral in beleidstrajecten heeft iedere gemeente eigen opvattingen over lokale zaken. Geijverd wordt om de ‘couleur locale’ in het beleid te verankeren. Dit leidt ertoe dat er veel ambtelijk en bestuurlijk overleg aan de orde is, wat hoge kosten (tijd) met zich meebrengt. Kosten die uiteindelijk in lasten voor de burger vertaald worden. Daarnaast dienen de uitkomsten van het vele overleg in de diverse bestuurlijke organen ter besluitvorming te worden voorgelegd. Niet ondenkbaar is dat in die fase juist de lokale invloed gaat leiden tot verschillen of tot halfslachtige compromis-oplossingen (meer kapiteins op het schip).

 

Dit laat onverlet dat er op uitvoeringsniveau zeker mogelijkheden zijn om kosten te besparen. Te denken valt aan zaken gelegen binnen de bedrijfsvoering en dienstverlening. In mijn ogen past het om hier afstemming te realiseren en burgers in een grote regio (zelfs landelijk) te bedienen met eenduidig overheidshandelen. Dit past binnen het streven om te komen tot het concept van een basisgemeente. De idee van de basisgemeente is gestoeld op het realiseren van uniforme procedures en producten, waarmee voorkomen wordt dat lokaal steeds het wiel uitgevonden moet worden.

 

Samenvattend durf ik te stellen dat gemeenten die samenwerking met andere gemeenten aan willen gaan en daarbij hun lokale autonomie maximaal willen behouden, niet anders kunnen dan kiezen voor het opschalen van de gemeente om zo een nieuwe autonome entiteit te vormen. Dus kiezen voor herindelen.

 

Willem van Rosmalen

Gemeentesecretaris Schijndel

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Henk Daalder Duurzame Brabanders op
Oneens met de gemeente secretaris van Schijndel. Het is in de huidige context veel beter om samen te werken in netwerken van gemeenten (en organisaties) dan te fuseren met een of meer buurgemeentes.

De context waarin gemeenten werken, verandert, soms sterk, door fouten en bezuinigen in Den Haag.
Ook al geven die veranderingen ook mooie kansen, de komende jaren zal er veel geleerd moeten worden in gemeentelijke organisaties.

Juist dat leren gaat beter en veiliger in netwerken van gemeenten dan door te fuseren. Het fuseren van gemeente3lijek organisaties is op zichzelf al een wereldschokkende klus.
In het bedrijfsleven wordt wel gezegd dat eigenlijk 80% van de fusies mislukt.
Nu kan een gemeentelijke fusie niet mislukken, maar de ambtelijke organisatie krijgt het bij een fusie hoe dan ook heel erg zwaar.

Nu komen er ook nog grote opgelegde veranderingen uit den haag. Dan moet je niet ook nog gaan fuseren,dat is dubbel op vragen opm moeilijkheden.

Ga eerst samenwerken in netwerken. Netwerken zijn robuuste samenwerkings vormen. Dat komt dat als een gemeente vindt dat het niet werkt, ze een ander deel van het netwerk kunnen opzoeken.

En voor de deelnemers, gemeenten en hun ambtelijke afdelingen, geeft het juist eigen verantwoordelijkheid, je doet je best voor je eigen gemeente, om de beste oplossingen te vinden, zelf, niet een of andere fusie manager.

Waarschijnlijk zal het haagse wanbeledi nog jaren voor onrust zorgen, maar toch kunnen uit de lerende netwerken van gemeenten, mooie deel organisaties ontstaan. Dienstverleners die een bepaalde functie heel goed doen.
De gemeente raad blijft dan lokaal verantwoordelijk voor de juiste keuzes.

Gemeenteraden zijn een van de zwakke schakels in het samenwerkingsproces.
Ze hebben de neiging alleen naar de eigen gemeente te kijken, want daar voor zijn ze ooit gekozen.
Maar zowel bij samenwerking als fusie zullen ze veel meer naar buiten moeten kijken, over de grens van de eigen gemeente.
Dan is samenwerken in een netwerk veel flexibeler, dan een fusie, ook al lijkt dat politiek overzichtelijker, in de fusie gemeenteraad zit dan een fractie van elke oude gemeente, plus de fracties van de landelijke partijen.

Maar bij een netwerk van gemeentes, is ook een democratisch orgaan nodig, noem dat het samenwerkings parlement.
Elke gemeente kiest daar zijn eigen volksvertegenwoordigers, en de aparte gemeenteraden geven dat parlement zijn eigen begrotings en beslissings bevoegdheden.

Zo kan een gemeente voorzorg in het ene netwerk zitten, met een zorg samenwerkingsparlement, en voor RO. verkeer en milieu in een ander, met opnieuw een RO, verkeer en milieu, samenwerkings parlement.
Een sterk punt van deze gespecialiseerde parlementen, is dat gemeenten daar hun eigen inhoudelijke specialisten in kunnen zetten.


Door Logica op
@ frank:
dat is niet uit het stuk te halen. Het stuk zoals er nu staat gaat over autonomie, (maximale) invloed, bevoegdheden en optimale legitimatie. Zie de samenvatting van de laatste alinea.
Door Frank (redacteur) op
@Logica, ik denk dat jij de kern mist. Het gaat erom dat bij een samenwerkingsverband elk gemeentetje voor zijn eigen belang blijft opkomen, ook al is dat schadelijk in regionaal verband gezien. Bijv. iedere gemeente wil zijn nieuwbouwwijk, bedrijventerrein, maatschappelijke voorzieningen (school, zwembad e.d.). Als 3, 4, 5 gemeenten fuseren tot een logische regio, bekijk je dat als regionale gemeente in regionaal verband, wat uiteindelijk ook in het belang van de oude gemeente is. Je leert over de grenzen van je oude gemeente kijken. Oude gemeente A bijv. de nieuwbouwwijk, oude gemeente B het bedrijventerrrein, oude gemeente C het zswembad bij wijze van spreken. Je concurreert elkaar niet weg. Goed voor de regio en daarmee ook voor je eigen oude gemeente. Regio's als Goeree-Overflakkee, Krimpenerwaard, Westland (kassen) kun je beter als 1 gemeente besturen en de regionale problematiek als 1 regiogemeente aanpakken ipv ieder gemeentetje dat voor zijn eigen kortetermijnbelangetje opkomt. Dat is net zo zeer in het belang van die relatief kleine oude gemeente.
Door Niels op
Laten we dat dan als een vast gegeven beschouwen, indien we het daarover eens zijn...
Door Niels op
Dus hoe je het ook wend of keert, het bestaansrecht van de kleinste gemeenten staat op het spel?
Door Logica op
Het door dhr Van Rosmalen gehouden betoog bevat een fundamentele fout.
Als een kleine gemeente in een samenwerkingsverband met 5 dubbel zo grote gemeenten stapt, is er sprake van een indirecte vertegenwooriging die ondersneeuwt.
Maar als diezelfde gemeente fuseerd met diezelfde gemeenten, sneeuwt de directe vertegenwoordiging van de bewoners in die kleine gemeente op precies dezelfde wijze onder.
De 4e en 5e alinea missen dus logica, waarmee zijn gehele betoog de plank misslaat.