of 59185 LinkedIn

'Wethouder, eis ander welzijnswerk’

Het welzijnswerk is een ­verleidelijke prooi voor ­gemeentebesturen met een bezuinigingsopdracht. De reputatie van de sector is slecht en de resultaten zijn vaak slecht meetbaar. Maar juist het welzijnswerk kan helpen veel geld te besparen, zegt publicist en GroenLinks-senator Jos van der Lans. Dan moet het alleen wel helemaal anders. Gemeenten moeten het voortouw nemen.
1 reactie
Het welzijnswerk is een ­verleidelijke prooi voor ­gemeentebesturen met een bezuinigingsopdracht. De reputatie van de sector is slecht en de resultaten zijn vaak slecht meetbaar. Maar juist het welzijnswerk kan helpen veel geld te besparen, zegt publicist en GroenLinks-senator Jos van der Lans. Dan moet het alleen wel helemaal anders. Gemeenten moeten het voortouw nemen.

In uw deze week gepresenteerde boek pleit u ervoor de term welzijnswerk te vervangen voor sociaal werk. Wat is het verschil?
Ik bepleit niet alleen een andere term, maar ook een revolutionair andere manier van werken. Het oude welzijnswerk draait om grote instituten, protocollen en programma’s die aan de man gebracht moeten worden.

Sociaal werk betekent weer teruggaan naar de kern van het opbouwwerk: zorgen dat mensen elkaar ¬ondersteunen, gebruikmaken van netwerken, zelf problemen oplossen.

Er zijn allerlei onderzoeken die ook uitwijzen dat dat vaak veel effectiever is. Neem een gezin dat opvoedondersteuning nodig heeft. Nu is de oplossing om er een professional op af te sturen. Wat ook kan, is dat je mensen in de buurt buddies maakt. Zij gaan naar die gezinnen toe. Als burgers elkaar ondersteunen is het veel effectiever, juist omdat het geen professionals zijn. Je hebt alleen wel iemand nodig om die mensen bij elkaar te brengen. Daar heb je een sociaal werker bij nodig. Dat is dus ook geen specialist, zoals de welzijnswerkers nu vaak zijn, maar een generalist, die mensen be¬geleidt en kan doorverwijzen.

Voor je ergens geld en professionals inpompt, kijk eerst of welzijnswerkers burgers bij elkaar kunnen krijgen die elkaar kunnen helpen. Het maakt mensen minder afhankelijk én het bespaart geld.

Terug naar het opbouwwerk, zegt u. Moeten de welzijnsinstellingen nog wel alles willen doen?
Op het sociaal-culturele terrein zou ik als ik wethouder was veel loslaten. Nu hebben welzijnsinstellingen vaak allerlei programma’s en bijeenkomsten die ze organiseren. Ik denk dat dat z’n langste tijd gehad heeft. Sport en beweging moet je als overheid zeker willen stimuleren, maar om daar zelf van alles voor op te tuigen…

Bingoavonden zijn nuttig hoor, maar dat moet de samenleving zelf organiseren. Maak het mensen financieel mogelijk om te sporten, maar laat het verder over aan de dynamiek van de samenleving.

Daarnaast ligt de nadruk bij welzijnsorganisaties nu wel erg veel achterstanden. Zo’n jongerenpunt, dat is vaak een soort politiebureau. Als je daar binnenstapt dan weet je dat het niet goed met je gaat. Dat moet ook weg. Stap uit de oubolligheid en troosteloosheid. Sociaal werk moet meer op een uitzend¬bureau lijken dan op een zieligheidsfabriek.

Er zijn net veel nieuwe wethouders welzijn aan de slag gegaan. Die hebben nog steeds te maken met de oude instellingen. ¬Tegelijk stijgt de vraag naar hulp aan de gemeente door de bezuinigingen op de AWBZ. Waar moeten ze beginnen?
Zomaar bezuinigen is niet de oplossing en het zou werkelijk een gemiste kans zijn. Juist door al die bezuinigingen is dit hét moment om het welzijnswerk te veranderen en het zo aan te wenden dat er voordeel van hebt.

Vraag je af hoe je een omslag kunt maken naar andere vormen van organisatie en zorg die preventiever zijn en die voorkomen dat mensen aanspraak maken op duurdere zorg. Leidend moet zijn het principe dat je mensen in hun eigen kracht stimuleert. Dat is waarmee je als wethouder naar het veld kunt stappen en zeggen ‘zo gaan we het doen.’ Dat vraagt ook wel een andere manier van afrekenen van de gemeenten. Geen gedetailleerde programma’s meer die dicteren dat hoe meer zorg je produceert, hoe meer je betaalt krijgt.

Niet meer een vast aantal activiteiten inkopen. Uiteindelijk eindigen dat soort afspraken altijd op iemands bordje die dan ineens wat gaat doen, in plaats van dat hij of zij kijkt wat er gebeurt in de wijk.

Laat meer ruimte om dingen te organiseren op de werkvloer. Geen afrekening, maar meer vertrouwen op het handelingsvermogen van professionals.

Bij de boekpresentatie kwam ter sprake dat veel geldstromen nog gescheiden zijn. Gemeenten profiteren er niet van als ze investeren in preventief beleid omdat zij niet over de zorg gaan. In hoeverre is dat inderdaad een beletsel?
Nou, behoorlijk. Als je nu voorkomt dat mensen gebruikmaken van dure voorzieningen, dan zie je daar als gemeente niks van terug. Het is belangrijk dat er ook prikkels komen die stimuleren dat mensen goedkopere zorg gaan gebruiken. Het is cruciaal dat het nieuwe kabinet die gedachtegang serieus aanpakt. Als je een omslag wilt maken in hoe mensen met elkaar omgaan en hoe we sociaal werk organiseren, dan moet dat ook lonen.

Verstuur dit artikel naar Google+