of 61869 LinkedIn

Durf integriteitsschendingen te melden

Frank Kerckhaert 2 reacties

Het is weer zover: de jaarlijkse 'Week van de Integriteit' is in uitvoering. Overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties roepen op om van 1 t/m 9 december extra aandacht te besteden aan het belang van integriteit binnen organisaties. Ik doe daar op deze plek graag aan mee. Want het gaat weliswaar niet slecht met de uitvoering van het integriteitsbeleid, maar er is ruimte voor verbetering. Behoorlijk veel ruimte naar mijn idee.

Hoe we het integriteitsbeleid bij onze organisatie ook inrichten, er zullen altijd incidenten zijn. Vermoedens van misstanden, het knagende gevoel dat je leidinggevende (ver) over de schreef gaat, het zal altijd blijven voorkomen. Waar ik in deze 'Week van de Integriteit' extra aandacht voor vraag is de bereidheid van medewerkers om een melding te doen. Vooral de vraag: Wat kunnen we doen om die bereidheid te vergroten?

 

Want het gaat hier wel ergens over. Onderzoek van de bestuurswetenschappers Gjalt de Graaf en Tebbine Strüwer van de Vrije Universiteit Amsterdam uit 2013 toonde aan dat in twee jaar tijd 28% van de medewerkers een integriteitsschending hebben vermoed. Bijvoorbeeld regelrechte fraude of corruptie, maar vaker gaat het om wanprestaties, verspilling en vooral intimidatie, bedreiging, pesten en ander niet-integer gedrag. In het interview daarover in Binnenlands Bestuur van 24 april 2014 benadrukte de Graaf dat het om percepties gaat. Maar hoe dan ook, het gaat om forse aantallen.

 

Uit ander onderzoek weten we dat een fors deel van deze medewerkers (meestal wordt wel 50 procent aangegeven) geen melding doet. Dat blijkt ook uit de cijfers over het aantal integriteitsmeldingen die in jaarverslagen te vinden zijn. Het goed houden van de onderlinge verhoudingen, het ontbreken van vertrouwen in de persoon of de instantie aan wie gemeld moet worden, het idee dat er toch niets mee gebeurt of angst voor negatieve gevolgen, weerhouden vele medewerkers van deze stap. Daarmee wordt in een aantal gevallen noodzakelijke ingrepen in een organisatie gemist en zal een 'reparatie' later en schadelijker dan nodig (voor betrokken personen en voor de bedrijfsvoering) zijn.

 

Het zou echt helpen als de meldingsbereidheid binnen organisaties met bijvoorbeeld een kwart of met de helft zou toenemen. Wat helpt daarbij? Allereerst dient bij alle medewerkers de bekendheid van de meldstructuur optimaal te zijn en te blijven. Dat vergt voortdurend onderhoud en aanpassing aan de tijd en de ontwikkelingen binnen de organisatie. Vertrouwenspersonen dienen bekend en makkelijk benaderbaar te zijn. Leidinggevenden hebben een stimulerende rol. Zij dienen een antenne te hebben voor de integriteitssignalen en deze snel en professioneel op te pakken. Het helpt ook als de organisatie zo open mogelijk communiceert over integriteitskwesties. Anonieme meldingen mogen niet tot verkrampte reacties leiden, maar tot weloverwogen kennisneming en waar mogelijk een scherpere kijk op gemelde zaken. 

 

In sommige veelal gevoelige kwesties blijken medewerkers meer bereid om informatie te verstrekken aan een derde partij, zoals een toezichthouder of een andere instantie. De onafhankelijke integriteitscommissie voor het ministerie van Justitie en Veiligheid biedt zo’n mogelijkheid. Pas als wij als externe commissie ons een duidelijk beeld hebben gevormd van een melding, gaan wij, als de melder daarmee instemt, met de leidinggevenden en betrokkenen in gesprek. De angst om een melding te doen kan via deze weg in ieder geval verminderd worden.

 

Als deze 'Week' iets bijdraagt aan de durf om te melden, is er ook weer iets verbeterd aan het functioneren van de overheid.

 

Frank Kerckhaert is voorzitter van de Integriteitscommissie JenV

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Southern Comfort op
In genoemde Integriteitscommissie van J en V zitten twee voormalige bestuurders van het Huis voor Klokkenluiders die buiten dat ze er een puinhoop van hebben gemaakt zelf tientallen klokkenluiders hebben benadeeld door allerlei drempels op te werpen, ondanks de ruimte die de wet- en regelgeving bood.

Het Huis heeft inmidels zo'n 10 miljoen gekost en geheel niets bijgedragen aan de rechtsbescherming van klokkenluiders. Deze twee voormalige bestuurders hebben dus buiten hun verdere nevenfuncties alweer een leuke schnabbel erbij. Rechstbescherming voor klokkenluiders heeft nooit op de agenda gestaan.

Ver van wegblijven, evenals van het Huis dat niets anders is dan een filiaal van BZK.
Door Nico uit Loenen (gepensioneerd rijksambtenaar) op
Het zijn meestal de wethouders die er aan moeten geloven hier in de gemeente Stichtse Vecht, maar liefst 5 op een rij. De verantwoordelijke ambtenaren die bij dit niet-integer handelen betrokken waren blijven gewoon aan de pluche plakken en komen er telkens mee weg. Slechte raad is ook duur. Heeft melden wel zin als men er verder niets mee wil doen?