of 59329 LinkedIn

Waarom Spijkers ‘nee’ zei tegen Defensie

Boudewijn Warbroek Reageer
Staatssecretaris Jack de Vries deed vorige week een nieuw voorstel aan klokkenluider Fred Spijkers. De reactie was afwijzend.

Na oppervlakkige lezing lijkt de brief die staatssecretaris Jack de Vries (Defensie, CDA) vorige week verstuurde aan de Tweede Kamer, een felicitatie waard voor Fred Spijkers. Ogenschijnlijk komt De Vries de klokkenluider op alle punten flink tegemoet. Niets is minder waar, zegt rechtswetenschapper Joep van der Vliet. Op verzoek vanBinnenlands Bestuurgeeft hij punt voor punt commentaar op de brief van de staatssecretaris.

 

Wachtgeld

 

Staatssecretaris De Vries:‘Ik ben bereid het wachtgeld dat sinds 1998 niet is uitgekeerd, alsnog aan de heer Spijkers uit te betalen. Verder ben ik bereid de nabetaling van het wachtgeld, bij wijze van indexering, te baseren op het huidige inkomenspeil. Bij de betaling van het wachtgeld zal ik verder afzien van de afbouw van het uitkeringspercentage naar bijstandsniveau die in 1993 in de uitkeringsregeling voor de heer Spijkers was opgenomen. Dat betekent dat het wachtgeld van de heer Spijkers tot het moment dat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt 70 procent van zijn laatstgenoten bezoldiging bedraagt (peil 1 juli 2008).’

 

Van der Vliet:‘Dit lijkt mooi, maar het is niet mooi genoeg. Het ministerie van defensie heeft eerst geprobeerd om Spijkers tot psychiatrisch patiënt te laten verklaren. Daarbij is valsheid in geschrifte gepleegd; rapporten van gerenommeerde psychiaters zijn vervalst. Defensie begon ook een ontslagprocedure en de Centrale Raad van Beroep stelde Defensie in het gelijk: ontslag per 1 oktober 1993. De voorzitter van de kamer die de zaak behandelde, was eerder als ambtenaar bij de zaak-Spijkers betrokken geweest en was daarom niet onafhankelijk. Hoe het ook zij: na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep meldde Defensie Spijkers bij het ABP af als werknemer, maar hij werd níet aangemeld als werkzoekende. Zodoende weigerde het arbeidsbureau om hem in te schrijven. Vast staat dat Defensie tussen 1993 en 1998 een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor Spijkers heeft ontvangen.

 

Maar niet vast staat dat deze bedragen, of een andere uitkering, ook aan Spijkers zijn uitbetaald. Kortom: de periode 1993-1998 blijft ten onrechte buiten beschouwing. Verder was het ontslag van Spijkers dubieus, dus zo bezien is 70 procent aan de magere kant, en zou het eigenlijk 100 procent moeten zijn. En dan heb ik het nog niet over de compensatie van het gemis van een loopbaan.’

 

Pensioen

 

De Vries:‘Op basis van het alsnog uit te keren wachtgeld wordt de pensioenopbouw van de heer Spijkers op hetzelfde niveau gebracht als wanneer hij sinds 1998 wel wachtgeld zou hebben ontvangen.’

 

Van der Vliet:‘Hiervoor geldt hetzelfde als bij het wachtgeld. Door de periode 1993/1998 zit er een gat in de pensioenopbouw.’

 

Rekening advocaat

 

De Vries:‘Formeel valt deze rekening buiten de afspraken in de vaststellingsovereenkomst uit 2002, maar ik ben niettemin bereid deze (ruim 81.000 euro) te betalen.’

 

Van der Vliet:‘Dit is okay. Probleem opgelost.’

 

Rekening vertrouwensarts

 

De Vries:‘Zoals overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst ben ik bereid de rekening van de vertrouwensarts van de heer Spijkers (ruim 130.000 euro) te voldoen.’

 

Van der Vliet:‘Het te betalen bedrag ligt in werkelijkheid hoger. Ik heb inmiddels begrepen dat dit zal worden gecorrigeerd.’

 

Administratieve rectificatie

 

De Vries:‘Van zowel KPMG als uitvoerder van het wachtgeldregelingen, als van het ABP als uitvoerder van de pensioenregelingen, is een formele bevestiging ontvangen dat zij beschikken over een wachtgeld- en pensioendossier van de heer Spijkers. Met andere woorden: de uitvoering van de administratieve rectificatie levert geen belemmering op voor uitvoering van wachtgeld en pensioen. Wat het archief betreft dat is ondergebracht bij het Nationaal Archief, kan ik melden dat de Archiefwet en de Wet openbaarheid van bestuur daarop van toepassing zijn en dat de heer Spijkers binnen de kaders van de Wet Bescherming Persoonsgegevens recht heeft op inzage in zijn persoonsdossier. Die kaders zijn niet anders dan voor anderen die inzage willen in hun persoonsdossier.

 

Uit de gesprekken is voorts gebleken dat de heer Spijkers er prijs op stelt dat een verklaring in het archief wordt opgenomen dat hij niet wordt beschouwd als politiek crimineel of als psychiatrisch patiënt. Al eerder is in correspondentie met de heer Spijkers door mijn ambtsvoorganger geschreven dat Defensie de heer Spijkers niet beschouwt als een politiek crimineel en/of als (politiek) psychiatrisch patiënt en ik wil dat bij deze nadrukkelijk bevestigen. De brief van mijn ambtsvoorganger en deze Kamerbrief zullen daarom in het Nationaal Archief worden opgenomen, zodat hierover geen enkel misverstand kan bestaan.’

 

Van der Vliet:‘Op het laatste pensioenoverzicht dat ik van Spijkers heb gezien, ontbreekt een prognose van de te bereiken waarde, letterlijk wegens gebrek aan gegevens. Als er bij het ABP een pensioendossier is, zoals De Vries schrijft, zou het voor de hand liggen als Defensie daarvan bewijsstukken overlegt aan de rechthebbende. Voor wat betreft de toegang tot het Nationaal Archief: de staat heeft bepaald dat de dossiers van Spijkers die hier zijn opgeborgen, uitsluitend toegankelijk zijn voor de minister van binnenlandse zaken of de staatssecretaris van defensie, in aanwezigheid van de rijksarchivaris en de notaris. Verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur worden stelselmatig afgewezen.

 

Formeel klopt het wat de staatssecretaris schrijft, maar Spijkers heeft er niets aan. Het is een principieel punt. De controle op wat de overheid doet, is essentieel in een rechtsstaat. Maar deze controle staat of valt met de toegankelijkheid van documenten. Daarom zou minimaal het regime over de dossiers van Spijkers moeten veranderen. Het beheer zou in handen moeten komen van iemand die Spijkers’ instemming heeft. Verder moet aan de dossiers een slotverklaring worden toegevoegd waarin duidelijk wordt vermeld dat de rechten van Spijkers zijn geschaad, dat hij ten onrechte is gediskwalificeerd als psychiatrisch patiënt en politiek gevaarlijk, en dat er malversaties en valsheid in geschrifte zijn gepleegd. Alleen op die manier is voor iedereen glashelder wat er allemaal is gebeurd, ook voor generaties in de verre toekomst.’

 

Schade

 

De Vries:‘In het kader van de vaststellingsovereenkomst heeft Defensie 1,6 miljoen euro betaald voor geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Defensie heeft de inkomstenbelasting over deze financiële genoegdoening al enige jaren geleden aan de belastingdienst voldaan. De heer Spijkers kan dus vrijelijk beschikken over het aan hem uitbetaalde bedrag. Defensie heeft geen enkel voornemen deze betaling terug te vorderen en zal dat ook in de toekomst niet doen. Het is en was juist de bedoeling met de vaststellingsovereenkomst de geschillen te beëindigen. Het recht op vrijheid van meningsuiting van de heer Spijkers wordt door de vaststellingsovereenkomst niet ingeperkt.’

 

Van der Vliet:‘Een schadevergoeding over de periode 2002- 2008 is op zijn plaats, maar daar schrijft De Vries niets over. Defensie vergeet wat zij Spijkers allemaal heeft aangedaan. Na de in 2002 gesloten vaststellingsovereenkomst zijn de problemen doorgegaan. Het gaat om één man, en die zijn ze aan het bestrijden. Het is niet te bevatten hoe men zich opstelt. Het gaat er nu alleen maar om dat Spijkers een positie krijgt die vergelijkbaar is met die van iedere andere burger. Spijkers eist geen buitensporige voordelen, we hebben het over het wegpoetsen van nadelen, van schade, meer niet. Het zou de overheid een eer moeten zijn om daarvoor te zorgen. Of beter gezegd: het zou haar eer te na moeten zijn om het níet te doen.’

 

SP-Tweede-Kamerlid Krista van Velzen en FNV-voorzitter Agnes Jongerius hebben naar aanleiding van de brief maandagavond een gesprek gehad met staatssecretaris De Vries. Dit verliep volgens Kamerlid Van Velzen positief, en zij verwacht alsnog een snelle oplossing.

 

Van onderzoeker tot adviseur

 

Joep van der Vliet (1949) is docent aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Beroepsethiek deed hij samen met een groep studenten onderzoek naar de zaak-Spijkers. Meest in het oog springende conclusie: ‘Sommige hoofdrolspelers hebben 23 jaar lang rechtsstatelijke middelen gebruikt om onrecht te begaan, en zijn dus slecht en zelfs kwaadaardig wegens de klaarblijkelijke onverschilligheid over dat onrecht.’ Na afronding van het onderzoek raakte Van der Vliet persoonlijk bij de zaak betrokken: hij werd onbezoldigd adviseur van Spijkers en voerde in dat verband gesprekken met onder anderen Pieter van Vollenhoven, Agnes Jongerius, Krista van Velzen en Spijkers zelf. ‘Ik ben geen advocaat voor Spijkers, maar slechts een derde die vanuit een onpartijdig standpunt naar de zaak kijkt’, zegt Van der Vliet over zijn eigen rol.

 

Verstuur dit artikel naar Google+