of 58952 LinkedIn

Achter elk fraudegeval zit een verhaal

Menno Fenger en William Voorberg 1 reactie

Met de introductie van de Fraudewet 2013 (voluit Wet aanscherping handhaving bij fraude met arbeidsmarktwetten) is de bestrijding van fraude met bijstands- en andere uitkeringen opnieuw strenger geworden. Dit past in een ontwikkeling die in Nederland al enkele decennia gaande is: een afnemende tolerantie voor uitkeringsfraude en een steeds harde toon in het publieke debat.

Uit de studie ‘Uitkeringsfraude in perspectief’ die wij onlangs hebben afgerond, komt echter een veel genuanceerder perspectief naar voren. Drie conclusies uit dat onderzoek pleiten voor een aanpak waarin meer nadruk komt te liggen op de preventie van uitkeringsfraude en een intensiever contact tussen uitkeringsverstrekker en klant.
 

In de eerste plaats behoeft het beeld van uitkeringsfraude als een rationele beslissing op zijn minst enige bijstelling. Op grond van de beschikbare gegevens kunnen we concluderen dat in ongeveer de helft van de fraudegevallen inderdaad sprake is van mensen die willens en wetens de regels overtreden en daarvan financieel profiteren. In de andere helft van de gevallen is er geen sprake van een bewust besluit om fraude te gaan plegen, maar van nalatigheid, gebrekkig begrip van de regels of een glijdende schaal.

Zo is er een aanzienlijke groep alleenstaanden, dikwijls vrouwen,  die een nieuwe partner heeft gekregen en in het schemergebied tussen ‘alleenstaand’ en ‘samenwonen’ in leeft. Voor sociale diensten of de Sociale Verzekeringsbank is de overgang van ‘alleenstaand’ naar ‘samenwonen’ een administratieve handeling. Voor betrokkenen is het echter vaak ook een emotionele stap, zeker wanneer de vorige relatie vervelend is afgelopen, er kinderen in het spel zijn of de persoonlijke omgeving een opvatting heeft over de relatie.
 

Een tweede conclusie is dat uitkeringsinstellingen sterk worden aangestuurd en afgerekend op het aantal opgespoorde fraudegevallen. Tegelijkertijd komt het regelmatig voor dat gemeenten uitkeringsgerechtigden lange tijd niet fysiek spreken. Een aanzienlijk deel van de bijstandspopulatie is door gemeenten langer dan 2 jaar niet gezien.  Als zich in de tussentijd een wijziging in de situatie van de klant heeft voorgedaan die zou kunnen wijzen op fraude, duurt het lang voordat dit wordt gesignaleerd. ‘De klant helpen geen fraude te plegen’ is een taak die even belangrijk is als fraude opsporen en straffen maar waarvoor de politieke en publieke waardering duidelijk minder is.

 

De laatste conclusie is dat er grote vooruitgang is geboekt in de bestrijding van uitkeringsfraude maar dat er nog ongebruikte mogelijkheden zijn. Twee dingen zijn daarbij van belang. Ten eerste zouden  gemeenten en andere uitkeringsinstellingen meer inzicht moeten hebben in de aard en omvang van de potentiële fraude in hun klantenbestand. Ten tweede zouden zij gebaat zijn bij meer inzicht in de ervaringen, kosten en baten van projecten bij andere gemeenten. Allerlei gemeenten zijn op dit moment aan het experimenteren met aanpakken gericht op uitstroom en fraudebestrijding bij nieuwe klanten en bij bestaande klanten, maar een systematisch overzicht, laat staan een systematische evaluatie van deze projecten, ontbreekt.
 

De bovenstaande conclusies leiden tot één centrale boodschap aan gemeenten en andere uitkeringsinstellingen: zorg dat klanten vaker worden gezien. Dat heeft de volgend effecten: Ten eerste zal er een groep klanten zijn die nu fraude pleegt en wordt afgeschrikt en de uitkering uit zichzelf beëindigt. Ten tweede kunnen fraudegevallen worden voorkomen door proactief op te treden en de uitkering op het juiste moment te verlagen of te beëindigen. Ten derde ontstaat de mogelijk deze klanten weer actief te krijgen in de samenleving via betaald werk of vrijwilligerswerk. Een dergelijke, op intensivering van de dienstverlening gerichte aanpak is in onze ogen een noodzakelijke aanvulling op het huidige beleid van opsporen en bestraffen.    

 

Menno Fenger en William Voorberg zijn beiden werkzaam bij de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteurs van het boek Uitkeringsfraude in perspectief.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door TIP! (PR-/Imagospecialist) op
Mij is onbekend hoe inzichtelijk is gemaakt welke uitkeringen/toelagen/subsidies gekoppeld zijn aan personen en of je ook op (bestaande!) adressen kunt selecteren, maar het kan er bij mij eenvoudigweg niet in dat het niet beter kan. Er moeten simpelweg crosschecks uitgevoerd kunnen worden op criteria als adres, rekeningnummer, IBANnr. etc. etc.

Daarnaast ben ik absoluut voorstander van onverwachte bezoeken aan huis, op korte termijn verplicht laten langskomen bij de instantie, controles via de belastingdienst, banken (check op reguliere uitgaven in NL), schoolinstituten etc. M.a.w. ben ik voorstander van het hard aanpakken van fraude en het daar besteden waar het nodig is.
Oh en daarnaast een loket binnen de gemeente installeren waar men persoonlijk naartoe gaat om in gezamenlijkheid de kluwe van mogelijkheden door te nemen. Kun je eventuele overtreders ook aanspreken op gedrag!