of 60775 LinkedIn

Termijn voor bestuursgeschillen korter

Een conflict met de overheid moet binnen vier jaar beslecht zijn. Dit heeft de Raad van State besloten. Nu is de termijn nog vijf jaar.

Bestuursrechtelijke geschillen mogen maximaal vier jaar duren. Dit heeft de afdeling bestuursrecht van de Raad van State besloten. Als deze termijn overschreden wordt, moet de overheid de tegenpartij per half jaar vertraging 500 euro schadevergoeding betalen. De behandeltermijn was vijf jaar.

Gelijke termijn

Met de wijziging trekt de Raad van State haar behandeltermijn gelijk met die van de Centrale raad van Beroep en de Hoge Raad, die al langer vier jaar als maximum hanteren. Een spoedige oplossing van juridische geschillen is van maatschappelijk belang, meent de Raad. Ook de ‘rechtseenheid’ tussen de rechtsorganen onderling vormt aanleiding om de termijn gelijk te trekken.


Twee sporen

De termijn van vier jaar bestaat uit twee sporen: de behandeling van het bezwaarschrift en twee rechterlijke behandelingen: bij de bestuursrechter en de Raad van State.  Een bezwaarschrift moet binnen zes maanden afgehandeld zijn, in combinatie met een beroep mag dit maximaal twee jaar worden. Ook het hoger beroep mag maximaal twee jaar duren.

 

Complex

Enkele voorbehouden maakt de Raad nog wel: de complexiteit van een zaak kan aanleiding geven om de behandeling langer te laten duren. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als deskundigen gehoord moeten worden, of als er veel bezwaarmakers zijn op een onderwerp.  Ook kan het ‘gedrag van appellant gedurende de gehele procesgang onder omstandigheden’ aanleiding bieden om de zaak langer te laten duren. Als een rechter een prejudiciële vraag – een vraag over de geldigheid van de gemeenschapswet,  aan het Europese Hof in Luxemburg, stelt, wordt de tijd die dit kost niet meegenomen in de tijdsperiode.

 

Na 1 februari

Als bezwaar gemaakt wordt op besluiten die na 1 februari bekendgemaakt worden, geldt de termijn van vier jaar. Voor besluiten die eerder bekendgemaakt zijn, geldt de oude termijn van in totaal vijf jaar.

 

Rechtbank 's-Hertogenbosch

De wijziging volgt na een uitspraak van de Raad waarin zij een eerder vonnis van de rechtbank in ’s Hertogenbosch vernietigde. In dit vonnis werd het beroep van vijf personen die geen verblijfsvergunning kregen, afgewezen. De vijf meenden dat door ‘prejudiciële vragen’ de redelijkheidstermijn overschreden was, terwijl het merendeel van deze vragen niet relevant was voor de inhoudelijke behandeling van hun zaak. De zaak diende uiteindelijk zes jaar. De Raad van State stelde hen in het gelijk

Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures

Dossier: coronavirus

Afbeelding

 

In dit dossier leest u alle artikelen van Binnenlands Bestuur over het coronavirus.