of 59130 LinkedIn

Social return tegen discriminatie op stagemarkt

Ömer Karaca 1 reactie

Onze koning Willem Alexander opende feestelijk het mbo-jaar 2018-2019 door aanwezig te zijn op de eerste dag van het  schooljaar op het ROC-Tilburg. Hiermee gaf onze koning een belangrijk signaal af, namelijk: mbo-leerlingen worden steeds belangrijker voor de toekomst van ons land als aanstormende talenten in de techniek, zorg, detailhandel etc.

Een dag na deze feestelijke opening kwam het mbo-onderwijs weer in het nieuws. Dit keer was het geen fijn bericht. Uit onderzoek blijkt dat mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond moeilijker aan een stageplek komen dan studenten met een westerse achtergrond. Het blijkt dat 68 procent van de leerlingen met westerse achtergrond na één keer solliciteren een stageplek bemachtigen terwijl dit percentage voor leerlingen van niet-westerse achtergrond veel lager is, namelijk 48 procent. Een mbo-leerling van niet-westerse achtergrond moet minimaal vier keer solliciteren om een stageplek te bemachtigen.

 

Minister Van Engelshoven reageert hierop en komt met een pakket aan maatregelen. Het pakket bestaat uit drie maatregelen. Bedrijfsbezoeken, training aan HR-personeel om te selecteren zonder vooroordelen en naamsbekendheid vergroten van meldpunt Stagediscriminatie. Dit zijn uiteraard allemaal maatregelen die genomen moeten worden en die ik persoonlijk ook steun. Ook worden er maatregelen genoemd die ik persoonlijk niet steun. Men heeft het over ‘zwarte lijsten’ van bedrijven die discrimineren. Mijn persoonlijke mening is dat dergelijke lijsten niet effectief is, want het hoeft niet altijd discriminatie te zijn. Er is namelijk ook een andere realiteit. Dat is het feit dat veel mbo-leerlingen met een niet-westerse achtergrond kiezen voor economische en administratieve opleidingen. En ja, bij overschot weten we dat de kans op stage of baan kleiner wordt. Desalniettemin, is discriminatie een probleem in Nederland en behoeft aandacht en aanpak. 

 

Maar kan de (lokale) overheid niet meer dan deze drie maatregelen treffen? Ik denk het wel. Bijvoorbeeld door de Social return on Investment binnen de inkoop- en aanbestedingsbeleid van de (lokale) overheid aan te vullen. Social return on investment in het kort: het is een maatschappelijke voorwaarde die gemeentes kunnen stellen aan bedrijven die zich inschrijven voor een aanbesteding. Hierbij valt te denken aan het aannemen van personeel die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt, een win-win situatie voor alle betrokkenen. Social Return kan uitgebreid worden door bedrijven die zich inschrijven voor de aanbesteding te verplichten om een ‘erkend’ leerbedrijf voor mbo- leerlingen te worden. Aanvullend kan als voorwaarde gesteld worden om de diversiteit onder de stagiairs te waarborgen. Hoe de bedrijven de diversiteit vormgeven is aan het HR-beleid van de aangeschreven bedrijven.

 

Met deze twee maatregelen kun je twee problemen oplossen: enerzijds het tekort aan stageplekken en anderzijds de diversiteit tussen de mbo-leerlingen op stageplekken vergroten. De overheid kan niet bepalen hoe een bedrijf haar personeelsbestand invult, wel kan de overheid de voorkeur geven aan bedrijven die ook maatschappelijk een bijdrage willen leveren.  

Ömer Karaca

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door P op
"Het blijkt dat 68 procent van de leerlingen met westerse achtergrond na één keer solliciteren een stageplek bemachtigen terwijl dit percentage voor leerlingen van niet-westerse achtergrond veel lager is, namelijk 48 procent. Een mbo-leerling van niet-westerse achtergrond moet minimaal vier keer solliciteren om een stageplek te bemachtigen."

Als deze mbo-studenten met niet-westerse achtergrond net zo slecht kunnen redeneren als deze auteur van niet-westerse achtergrond neem ik het instanties niet kwalijk dat ze minder gauw iemand aannemen met een niet-westerse achtergrond.

Minimaal 4x solliciteren terwijl (iets minder) dan de helft het in één keer lukt? Bijzonder hoor!

Daarnaast is het misschien aardig om de volgende (boute) beweringen onder de loep te nemen:

"(..) want het hoeft niet altijd discriminatie te zijn. (..) Desalniettemin, is discriminatie een probleem in Nederland en behoeft aandacht en aanpak."

Heeft de auteur ook BEWIJS dat discriminatie een rol speelt? Welke grond heeft de auteur voor deze beweringen? Of is dit louter speculatie? In de woorden van de auteur "Ik denk"... het laatste.

Pure speculatie, pure identiteitspolitiek.

Dit soort politiekcorrecte waanzin hoort NIET thuis op Binnenlands Bestuur. Ook niet bij ingezonden stukken.