sociaal / Partnerbijdrage

Integrale dienstverlening

De Participatiewet in balans | Deel 7

26 augustus 2022
Peter Huijgens

In juli en augustus bespreekt de redactie van onze juridische kennisbank Inzicht Sociaal Domein wekelijks een ander thema uit het onlangs verschenen rapport ‘De Participatiewet in balans’. Dit rapport bevat de uitkomsten van een analyse van de Participatiewet en een overzicht van beleidsopties en oplossingsrichtingen voor verbetering van de wet. Hierbij staan eenvoud, uitvoerbaarheid en de menselijke maat centraal. Deel 6 gemist? Klik hier.

Op 21 juni heeft minister Schouten het rapport ‘Participatiewet in balans’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staan de uitkomsten van een beleidsanalyse door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De analyse richt zich op de fundamenten van de Participatiewet. Dit zijn:

  1. het ondersteunen van mensen naar arbeid;
  2. het garanderen van een basaal inkomen (eventueel aanvullend); en
  3. handhaving.

De leidende beginselen daarbij zijn wederzijds vertrouwen, rekening houden met individuele omstandigheden en het doenvermogen (de ‘menselijke maat’), en vereenvoudiging.

In een blog met het algemene overzicht van dit rapport, hebben we beloofd de verschillende oplossingsrichtingen binnenkort concreter te bespreken. We sluiten af met het 7e en laatste thema: Integrale dienstverlening.

Integrale dienstverlening in perspectief

De in 2015 ingezette decentralisaties (Jeugdwet, Participatiewet en Wet maatschappelijke ondersteuning) vragen om een samenspel van de domeinen binnen het sociaal domein. De drie onderliggende wetten verschillen namelijk aanzienlijk in mens-, overheids- en maatschappijbeeld. Mede daardoor vraagt integrale dienstverlening vaak nog om het bewandelen van geitenpaadjes. Streven zou moeten zijn om te komen tot een Participatiewet die het samenspel tussen de drie decentralisaties faciliteert. Een wet die niet alleen waar nodig ruimte biedt voor maatwerk, maar ook vanuit de in het rapport geformuleerde beleidsuitgangspunten de samenwerking met de andere domeinen opzoekt.

Het rapport gaat uit van een tweesporenbeleid: spoor 1 voor de korte termijn, gericht op de Participatiewet, en spoor 2 voor de wat langere termijn en breder georiënteerd.

Spoor 1

Binnen spoor 1 wordt onderscheid gemaakt tussen maatwerk (G1 tot en met G5) en dienstverlening in de zin van vakmanschap, communicatie en responsiviteit (G6 tot en met G8). Spoor 1 bevat de volgende acht beleidsopties:

G1 Maak het mogelijk dat de bijstand in individuele gevallen wordt afgestemd op ondersteuning in het kader van de Wmo, Jeugdwet of de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

G2 Geef de huidige individualiseringsbepaling in de Participatiewet een dominantere plek. Hierdoor wordt niet alleen de mogelijkheid tot maatwerk, maar ook het professionele belang om steeds te toetsen of de algemene regels in deze situatie wel afdoende zijn, sterker tot uitdrukking gebracht.

G3 Breng de mogelijkheid om iemand niet als kostendelende medebewoner te beschouwen tot uitdrukking voor het geval dat toepassing van de kostendelersnorm leidt tot een onaanvaardbare uitkomst. Door de mogelijkheid expliciet te maken wordt handelingsverlegenheid voorkomen en meer rechtszekerheid geboden.

G4 Zet de bijstand niet volledig stop bij kortdurende opname/detentie. Door het recht op bijstand niet te beëindigen/wijzigen, kunnen doorlopende kosten als woonlasten, indien nodig, alsnog vanuit een op de hoogte van deze doorlopende kosten afgestemde bijstand worden voldaan.

G5 Verruim het experimenteerartikel voor meer onderzoek naar andere werkwijzen (gebiedsgericht of domein overstijgend) die gemeenten voorstaan.

G6 Investeer in vakmanschap om binnen de dienstverlening op een goede wijze van de (nieuwe) wettelijke instrumenten gebruik te kunnen maken en de ruimte voor maatwerk te herkennen.

G7 Zet in op communicatie richting en contact met de burger en sluit aan bij de belevingswereld van de burger.

G8 Bevorder responsiviteit van de (lokale) overheid door de ervaringen van bijstandsgerechtigden met de geboden dienstverlening periodiek actief op te halen en hen te betrekken bij de verbetering van deze dienstverlening.

Spoorslags 1

De eerste beleidsoptie pleit voor een nu al toepasbare bredere insteek bij de hulpvraag van de burger. Het verdient aanbeveling om na melding niet direct de weg van één specifieke materiewet binnen het sociaal domein in te slaan. Beter is om de hulpvraag eerst in een zo breed mogelijk perspectief te bezien en de mogelijke oplossingsrichtingen met de burger te bespreken. Gemeenten kunnen die werkwijze bevorderen door de eigen beleidsregels en verordeningen op een dergelijke integrale benadering in te richten.

Voorbeelden integrale verordeningen sociaal domein:

Investeren in vakmanschap vraagt om een planmatige aanpak: een opleidingsplan. Daarvoor hoeft vanzelfsprekend geen wetgevingstraject te worden afgewacht. Vakmanschap gaat over grondige wetstechnische kennis en (kennis van) effectieve communicatievaardigheden waarbij een stress-sensitieve (zie deze blog) en responsieve werkwijze essentieel zijn.

De vereiste wetstechnische kennis strekt veel verder dan enkel de Participatiewet en relevante rechtspraak. Er is een enorme lijst aan wet- en regelgeving die bij een gedegen uitvoering van de Participatiewet om de hoek komt kijken. Niet in de laatste plaats kan daarbij gedacht worden aan de Algemene wet bestuursrecht waarin bijvoorbeeld belangrijke waarborgen zijn opgenomen voor zorgvuldige, gemotiveerde en evenredige besluitvorming.

Niet alleen versterking van het vakmanschap draagt bij aan het wegnemen van handelingsverlegenheid en het ‘durven’ nemen van beslissingen die binnen de wettelijke grenzen toegespitst zijn op de individuele omstandigheden. Voor dergelijk maatwerk is tevens vereist dat de uitvoering voldoende steun en vertrouwen vanuit de organisatie ontvangt en ervaart.

Aan een adequaat functionerende besluitvormingsketen kan dus nu al voorwaardenscheppend en verfijnend gewerkt worden!

In deel 1 van de blogreeks zijn de bestaande maatwerkmogelijkheden met betrekking tot de kostendelersnorm al kort besproken.

Het huidige innovatie-artikel in de Participatiewet (artikel 83) biedt weinig tot geen ruimte voor nieuwe experimenten als bijvoorbeeld het Bouwdepot. Met een wetswijziging of een nieuw besluit (een algemene maatregel van bestuur) kan worden voorkomen dat effectieve en op integrale oplossingen gerichte initiatieven al in de kiem worden gesmoord. Daar staat tegenover dat niet uit het oog moet worden verloren, dat de huidige Participatiewet wel degelijk mogelijkheden biedt voor implementatie van nieuw (vernieuwend) gemeentelijk beleid. Het loont de moeite grondig te onderzoeken tot waar die mogelijkheden in het specifieke geval reiken.

De beleidsoptie om bijstand te verstrekken aan kortstondig gedetineerden voor doorlopende noodzakelijke kosten, bijvoorbeeld de kosten in verband met het aanhouden van een woning, breekt met het huidige verbod op (algemene en bijzondere) bijstandsverlening. Sommige gemeenten voeren op dit punt echter al zogenoemd buitenwettelijk begunstigend beleid.

Spoor 2

De focus bij spoor 2 ligt op de lijnen bestaanszekerheid, perspectief, integraliteit en handhaving. Perspectief en integraliteit betreffen onder meer de samenhang met de Wmo 2015 en de Jeugdwet. De lijnen zijn breder dan de Participatiewet alleen. Er worden twee beleidsopties genoemd:

G9 De mogelijkheid tot het introduceren van een doelen (en/of effecten-) paragraaf in de Participatiewet onderzoeken. Dit biedt een kader vanuit waar de uitvoering kan werken.

G10 Komen tot een Sociaal Domein breed gedragen mensbeeld. Dit biedt een kader voor de beleidsuitgangspunten van de Participatiewet en de uitvoering.

Spoorslags 2

Het past bij de opzet van spoor 2 dat de genoemde opties in deze fase nog behoorlijk abstract zijn.

In de begeleidende Kamerbrief wordt in dit kader onder meer verwezen naar het ‘IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid’. IBO staat voor: Interdepartementaal beleidsonderzoek. In de kamerbrief ‘Vereenvoudigingsagenda Sociale Zekerheid’ schetsten ministers Van Gennip en Schouten het dilemma van ‘gegevensuitwisseling versus privacy’ bij het streven naar integrale dienstverlening. De mogelijkheden voor gegevensuitwisseling worden volgens de ministers heel vaak begrensd door privacywetgeving, die juist tot doel heeft burgers te beschermen.

Met het aanhangige wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein’ (Wams) wordt beoogd een grondslag als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) voor gegevensuitwisseling binnen het sociaal domein te creëren. Het doel van de wet is om integrale hulp aan inwoners met meerdere problemen mogelijk te maken. Het is de bedoeling dat de Wams op 1 januari 2024 in werking treedt.

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet inburgering 2021 kennen overigens al een grondslag voor verwerking, mits noodzakelijk, van bij de uitvoering van onder meer de PW verkregen persoonsgegevens.

Blik vooruit

Minister Schouten kondigt aan de Tweede Kamer in het najaar van 2022 nader te informeren over het in te zetten wetstraject voor spoor 1 en de verdere uitwerking van spoor 2.

Door: Peter Huijgens

Spoor bijster?


Stimulansz volgt de uitwerking van het rapport op de voet. Blijf ons volgen! Heeft u een abonnement op Inzicht Sociaal Domein? Dan kunt u ook vragen stellen over integrale dienstverlening en andere vraagstukken aan onze helpdesk!

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.