of 61043 LinkedIn

Vervoer leerlingen creatiever

3 reacties

Vervoer per taxibusje is een ingesleten recht geworden. Gemeenten kunnen beter actief beleid voeren om de zelfstandigheid van kinderen te ontwikkelen.

De kranten staan vol met reacties op de bezuinigingen in het leerlingenvervoer. Wat is er aan de hand? Sinds vijfentwintig jaar betalen gemeenten de vervoerskosten voor leerlingen die binnen zes kilometer van hun huis geen passend onderwijs kunnen krijgen. Dit gebeurt veelal met taxibusjes. Dat geldt voor kinderen in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs.

Landelijk gaat het om 90.000 leerlingen en een kleine 300 miljoen euro. Gemeenten zien zich genoodzaakt hierop te bezuinigen. Gelukkig kan het ook anders. Al sinds mijn betrokkenheid bij het leerlingenvervoer vind ik het taxibusje niet de meest ideale oplossing. Vaak zag ik hoe kinderen gestigmatiseerd werden: busje komt zo! Kinderen raken erdoor in een isolement, ze worden weggezet als behorend tot een bepaalde groep en dat is vaak niet de groep waar ze bij willen horen. Ze willen meedoen, net als de rest.

Mijn ervaring als adviseur en docent leerlingenvervoer is, dat het leerlingen zelfstandiger en mobieler maakt als ze niet afhankelijk zijn van een taxi. Ze leren hoe ze zich in het verkeer of in het openbaar vervoer moeten bewegen; ze zijn mobieler en krijgen meer zelfvertrouwen. Ze zijn daarnaast niet meer afhankelijk van de reistijden van het busje, bijvoorbeeld als er lesuren uitvallen. Fietsen is bovendien gezond; fietsende leerlingen halen zelfs betere cijfers, omdat ze zich door de dagelijkse beweging beter kunnen concentreren.

Circa 85 procent van alle leerlingen, die een vergoeding krijgen vanuit het leerlingenvervoer, reist dagelijks met de taxi(bus) naar school. Ik schat dat 50 procent van deze leerlingen heel goed zelf op de fiets of met openbaar vervoer naar school zou kunnen gaan. Naast de winst die dit voor de leerling zelf heeft (sterkere basis voor maatschappelijke deelname), heeft dit automatisch tot gevolg dat de vervoerskosten dalen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

De ouders juichen het zelfstandig reizen in eerste instantie niet toe, uit angst dat hun kind dat niet redt of omdat ze er zelf geen tijd in willen/kunnen steken. Scholen op hun beurt zijn bang dat ze leerlingen verliezen. Wat extra hulp is inderdaad in het begin wel nodig – het gaat niet vanzelf – maar ik heb zó vaak meegemaakt dat kinderen meer kunnen dan aanvankelijk werd gedacht.

Zoals de autistische leerling die vanaf het moment dat hij naar het voortgezet speciaal onderwijs ging per se zelfstandig naar school wilde reizen. Eén van de ouders reisde twee maanden mee, toen kon hij het zelf. Intussen studeert hij aan de universiteit; zijn getrainde zelfstandigheid komt hem nu goed van pas. Of de jongen met een fors gedragsprobleem die geschorst werd in de taxi. Hij moest bij wijze van straf tijdelijk met het openbaar vervoer reizen. Om hem te begeleiden ging zijn opa mee, maar na twee dagen kon hij het al prima alleen en wilde hij niet eens meer terug in de taxi.

Dat er nog weinig animo is voor zelfstandig reizen, komt omdat vervoer met een taxibusje een ingesleten recht is geworden. Gemeenten kunnen echter beter actief beleid voeren om de zelfstandigheid van kinderen te ontwikkelen. Een aantal gemeenten heeft al goede ervaringen met stimulerende maatregelen die soms eerst enige investering vereisen, maar uiteindelijk tot blije kinderen en een kostenbesparing leiden. Uiteraard vraagt het ook een andere manier van communiceren met ouders. Alleen op die manier ontwikkelen ouders en kinderen een nieuw recht: het recht op zelfredzaamheid.

Carolien Aalders, specialist leerlingenvervoer

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door van Zanten op
In dit artikel worden precies de verkeerde voorbeelden gegeven. Een opmerking als "Fietsen is bovendien gezond; fietsende leerlingen halen zelfs betere cijfers, omdat ze zich door de dagelijkse beweging beter kunnen concentreren." slaat natuurlijk nergens op. Als een kind dit echt kan en de afstand naar school is beperkt dan hoort deze helemaal niet in het vervoer. Als een kind zelf kan kiezen dan gaat deze wel fietsen. Veel speciaal onderwijs heeft ook een verzorgingsgebied wat tot 70 kilometer in omtrek is. En dan op de fiets komen? En vergeet ook niet, gezonde kinderen die fietsen doen dat altijd in groepen naar hun school die doorgaans zo dichtbij mogelijk is.

De schatting 50 procent van deze leerlingen heel goed zelf op de fiets of met openbaar vervoer naar school zou kunnen is niet te onderbouwen. Kijk eens naar de benchmarkcijfers, de typen scholen en hun locatie en je ziet al direct dat dit nooit zou kunnen halen. Betekent dat je minimaal ALLE cluster 4 moet pakken en fors deel van cluster 3. Het OV in landelijke gebieden is zodanig verprutst de laatste 15 jaar dat zelfs volwassenen massaal de auto pakken voor korte afstanden.

Wat er wel direct uit kan is de groep kinderen die niets mankeren maar die hun ouders naar een religieuze school ver weg worden gestuurd en een beroep op de regeling doen. Begin daar eerst maar eens mee als beleidsmakers.
Door andre hengeveld op
weet u dat er ontwikkelingen zijn waarmee kinderen, getraind met en ondersteund door apps, zelfstandig met openbaar vervoer leren gaan ?
Door sandra op
Ik vind dat de busjes gewoon moeten blijven rijden ook voor de kinderen die onder de 6 kilometer wonen. Wij wonen in Aalsmeer en ik zie mijn dochter van 7 jaar niet de gevaarlijk Legmeerdijk met de fiets oversteken. Het verkeer rijdt daar veel te hard. En wat denkt men over de ouders die nu hun tijden moeten veranderen bij hun werkgever omdat ze nu zelf hun kind naar school moeten brengen. Niet iedereen kan dat.