of 62812 LinkedIn

Toets elk beleidsvoorstel op menselijke maat

Esmé Wiegman en Johan Gortworst 1 reactie

Herstel van geschonden vertrouwen van burgers in de overheid zal ongetwijfeld een centraal thema zijn bij de verkiezingen. Er is sprake van een spanningsveld tussen beloften van landelijke politieke partijen en de gemeenten, waar die beloften waargemaakt moeten worden. We waarschuwen echter voor al te hoge verwachtingen. 

De jeugdzorginstelling Intervence in Zeeland dreigde om te vallen. De Tweede Kamer stelde kritische vragen. Begripvol legde verantwoordelijk minister Dekker (JenV) uit dat hij vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid de zaken volgde. Uiteindelijk was het aan de Zeeuwse gemeente om over de toekomst van de jeugdzorg te besluiten. In de komende jaren zullen we vergelijkbare situaties vaker gaan meemaken.

 

In 2015 haalden de gemeenten gretig de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning naar zich toe met de beloften dat ze deze door meer maatwerk beter en goedkoper zouden organiseren. De gemeentelijke beleidsvrijheid is een belangrijk onderdeel van die decentralisatie. Uit onderzoek van het SCP ‘Sociaal domein op koers?’ (2020) blijkt dat decentralisatie vooral voor de kwetsbaarste mensen een groot probleem oplevert. Er wordt te optimistisch gedacht over de zelfredzaamheid van de mensen die hulp vragen. Niet iedereen is gelijk. De menselijke maat, ieder het zijne geven, blijkt voor gemeenten erg moeilijk uitvoerbaar. Dat heeft niet in de eerste plaats met geld te maken, maar alles met grondhouding, zoals bleek uit het terugvorderen van bijstand bij een vrouw uit Wijdemeren.

 

De verschillende decentralisaties kennen hetzelfde patroon, blijkt uit studies van de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Stichting Decentraal Bestuur. In de eerste vijf jaar worden de verwachtingen bijna nooit waargemaakt. De richting die de deskundigen aanbevelen is: méér gemeentelijke beleidsvrijheid, voldoende geld voor de gemeenten en vereenvoudiging van wetgeving. Staatsrechtsgeleerde Elzinga pleit voor meer gelijkwaardigheid tussen de bestuurslagen, een sterkere positie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en terugdringing van de macht van de vakdepartementen.

 

Zijn de meest kwetsbaren daarmee geholpen of zitten ze in de wachtkamer tot het eindelijk beter gaat? Mensen om wie het gaat, komen in de rapporten niet aan het woord. De invalshoek is systeemgericht en niet mensgericht. Na de affaire over de kinderopvangtoeslagen is het de hoogste tijd het systeemdenken los te laten en de menselijk maat centraal stellen. Het is de vraag of dat lukt met 352 gemeenten die elk voor zich mogen bepalen hoe dat moet. Te grote verschillen ondermijnen het draagvlak voor de decentralisaties. Dit vraagt om overeenstemming in de samenleving over wat het kwaliteitsniveau voor de maatschappelijke ondersteuning in elke gemeente moet zijn. En welke spelregels daar voor de burger en de overheid bij horen. Noem het een sociaal contract.

 

Voor er meer geld naar de gemeenten gaat, vinden we dat elk beleidsvoorstel eerst op haalbaarheid van de menselijke maat moet worden getoetst. Toon aan dat de gemeenten in staat zijn maatwerk te leveren. Daar hoort een  goed systeem van ‘checks and balances’ bij. Dichtgetimmerde programma’s tussen rijk, gemeenten en provincies staan daar haaks op.  Als burger sta je buiten spel. Geld is schaars. De sterkste schouders horen daarom de zwaarste lasten te dragen. Invoering van inkomensafhankelijke eigen bijdragen ligt voor de hand. Mocht de Kamer bij incidenten toch het naadje van de kous willen weten, dan kan ze altijd wethouders uitnodigen om in het openbaar uitleg te geven. De preventieve werking zal enorm zijn.

 

Esmé Wiegman, directeur Vereniging Valente

Johan Gortworst, voormalig medewerker Valente, zelfstandig publicist

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door drs. E. Nabled op
Dura lex sed lex. Heel oud en nog steeds niks mis mee.