of 63606 LinkedIn

Stel burger centraal in samenwerking publieke dienstverleners

Tof Thissen en Gert-Jan Bakker 3 reacties

UWV en VNG doen gezamenlijk een oproep aan het nieuw kabinet om de burger centraal te stellen in samenwerking publieke dienstverleners.

Afhankelijk van de gehanteerde definitie staan in Nederland tussen de één en twee miljoen mensen werkloos aan de zijlijn. Omdat zij ziek zijn, (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt of hun baan hebben verloren. Een groot deel van deze mensen zou kunnen werken, constateerde de commissie Borstlap in het begin vorig jaar verschenen rapport ‘In welk land willen wij werken?

 

Het hebben van werk is belangrijk voor mensen. Het bevordert de gezondheid en het welzijn van mensen, zorgt voor sociale samenhang en draagt bij aan een productieve en gezonde maatschappij. UWV en gemeenten begeleiden dagelijks mensen naar werk. Toch zouden wij zoveel meer kunnen, willen en moeten doen. Bij organisaties zoals gemeenten en UWV ontmoet de burger de overheid. Het is van belang dat als mensen hun werk dreigen te verliezen, dat zij ergens naar toe kunnen.

 

Tussen gemeenten en UWV - gezamenlijk verantwoordelijk voor de publieke dienstverlening - bestond lang een zekere animositeit. Maar hoe graag we de banden ook steviger willen aanhalen, we stuiten steeds weer op dezelfde barrières. Gemeenten en UWV zijn verantwoordelijk voor verschillende doelgroepen, ieder met een eigen uitkeringsregime, eigen afrekensystemen, gescheiden dienstverleningstrajecten en eigen - niet zelden tegengestelde - budgettaire prikkels.

 

Voor het eerst doen UWV en gemeenten gezamenlijk een oproep aan het nieuwe kabinet. De ondersteuning naar de arbeidsmarkt die je krijgt mag niet worden bepaald door of en van welke de instantie je een uitkering ontvangt. Wij zien het als onze opgave, samen met partners, om werkenden gedurende hun steeds langere werkende leven werkfit te houden in een snel veranderende arbeidsmarkt. De dienstverlening moet toegankelijk zijn voor iedereen, ook als je (nog) geen uitkering hebt.

 

Het afgelopen decennium is fiks bezuinigd op de publieke arbeidsmarktdienstverlening. Het gevolg daarvan is dat gemeenten zich vooral moeten richten op de dienstverlening aan de meest kansrijke bijstandsgerechtigden, zo’n 25% van de ruim 400.000 bijstandsgerechtigden. Voor de zwakkere groepen, veelal mensen die meer dan twee jaar in de bijstand zitten, is nauwelijks geld. Hetzelfde geldt voor mensen met een arbeidsbeperking. Ook voor deze groep zouden gemeenten graag meer willen doen als het gaat om de begeleiding naar werk of scholing.

 

In de praktijk betekent het dat iemand in de bijstand, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, geen gebruik kan maken van de dienstverlening van UWV. Zoals een coachingsgesprek, scholing of een training Succesvol naar werk. Dat voor iemand zonder uitkering geen re-integratiebudget beschikbaar is en dat een WW-er met schulden door UWV wordt doorverwezen naar de gemeentelijke schuldhulpverlening.

 

De voorbeelden illustreren de noodzaak om te komen tot een grondige herziening van de wijze waarop wij de publieke arbeidsvoorziening hebben geregeld. Minder regels, een vast aanspreekpunt, dienstverlening onafhankelijk van het soort uitkering en de behoefte van de burgers als uitgangspunt. Hierbij moeten we breder denken dan alleen aan mensen in een uitkering. Ook werkenden in een baan met een onzeker toekomstperspectief zouden we kunnen ondersteunen om zich tijdig te oriënteren op een andere baan, samen met de werkgever.

 

In de coronacrisis heeft de Rijksoverheid de keuze gemaakt om te investeren in inkomens- en baanbehoud. Wij zijn trots hoe gemeenten en UWV de NOW, TOZO en TONK hebben uitgevoerd. De regionale mobiliteitsteams die met sociale partners zijn opgericht staan klaar om de verwachte werkloosheidseffecten op te vangen. Hiermee kunnen we ondersteuning bieden ongeacht de regeling waar je wel of niet onder valt. De ’mobiliteitsteams zijn een crisisinstrument maar kunnen helpen bij het bouwen aan een activerende arbeidsmarkt.

 

In een brief aan de formerende partijen schetsen wij bouwstenen die nodig zijn om aan de slag te gaan. Van het Rijk vragen we om een verbreding van het bereik van ondersteuning, meer middelen voor een activerende en inclusieve arbeidsmarkt, gezamenlijke gerichtheid van financiële prikkels èn eerder ingrijpen bij dreigende werkloosheid. Gemeenten en UWV staan in de arbeidsmarktregio aan de lat om de dienstverlening zo op elkaar te laten aansluiten en herkenbaar te maken dat inwoners de zekerheid hebben van steun om weer op de arbeidsmarkt actief te kunnen worden. En waar mogelijk doen we dat samen met de vakbeweging, werkgeversorganisaties, eigen LeerWerkloketten, onderwijs, uitzenders en onder meer loopbaancoaches. Onze inspanningen vullen elkaar aan en iedere partij doet waar zij goed in is.

 

De dienstverlening van gemeenten en UWV zou toegankelijk moeten zijn voor iedereen die zich wil oriënteren op zijn of haar volgende stap op de arbeidsmarkt. Het is een plek, een soort markthal, met herkenbare en begrijpelijke dienstverlening, waar publieke- zowel als private partijen samenwerken aan een optimale dienstverlening aan werkgevers en waar werkzoekenden, of dat nu of dat nu WW’ers, Wajongers, ZZP’ers, WIA-wers, bijstandsgerechtigden of mensen zijn van wie de baan op het spel staat - terecht kunnen. Een werkhub, noemt de commissie Borstlap het.

 

Is dat verre toekomstmuziek? Nee, we zijn er al mee begonnen en bouwen gezamenlijk langzaam van onderop verder - lerend, onderzoekend en toetsend, ieder vanuit zijn eigen opdracht en met eigen aansturing, maar met een gezamenlijk doel scherp voor ogen: zoveel mogelijk mensen aan de slag, bij voorkeur duurzaam en met voldoende inkomenszekerheid. De bouwstenen voor een inclusief en activerend arbeidsmarktbeleid liggen er. Nu nog de vergunningen en een solide financiële onderbouwing. Het woord is aan een volgend kabinet.

 

Tof Thissen (UWV) en Gert-Jan Bakker (VNG)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Piet (Gepensioneerd) op
Het “ontschotten” van de dienstverlening is het laatste waar ik aan denk om deze groep aan het werk te krijgen. Nederland is een erg kapitalistisch land. Marktwerking speelt in ons land op de arbeidsmarkt een belangrijke rol. Het zit in ons dna om een arbeidsgehandicapte geen kans meer te geven en een oudere werkloze langs de zijlijn te laten staan. Het moet goedkoop, voor de korte termijn. Laten we dat beseffen en zoeken naar meer duurzame vormen van werkgelegenheid die ook in het voordeel strekken van de samenleving. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar is de enige weg. Een vleugje meer nationalisme helpt. Eigen volk wat meer op de eerste plaats. Wat niet helpt is een schreeuwende Rob Jetten die roept dat we nog wel veel meer extra Oost Europeanen kunnen “gebruiken”. We moeten, in een overbevolkt en volgebouwd land kijken welke vormen van economie nog echt meerwaarde bieden voor de samenleving. Niet alle economie helpt ons vooruit. “Sprinkhaanbedrijven” zoals grote tomatentelers en vele distributiebedrijven kopen een stukje grond, halen hun personeel uit het buitenland en sluizen de winst zoveel mogelijk naar het buitenland. Externe kosten, zoals die van vernielde infrastructuur door zwaar wegtransport, komen ten laste van de belastingbetaler. Bedrijven varen er wel bij, de samenleving betaalt de rekening.
Door Peter (IT) op
@Bart er zijn vele, vele projecten geweest om de uitkeringsgerechtigde naar de tomatenkas te krijgen, allemaal mislukt. Het is wel opvallend dat er ruim twintig jaar geleden hoofdzakelijk formeel illegaal maar fiscaal wit werkende Turken en Marokkanen in de tomatenkas werkten, en nu hoofdzakelijk Oost Europeanen. Mensen moeten dus 1 kansloos zijn op de arbeidsmarkt en 2 berooid en hongerig en 3 geen recht hebben op een uitkering, om bereid te zijn dit werk te doen. Dat zet te denken.
Door Bart (Beleidsadviseur) op
Allemaal leuk en aardig, maar eigenlijk is er werk genoeg in diverse sectoren. We slagen er helaas niet in om die groep aan dat werk te krijgen. De vraag is: waarom niet. Die vraag is veel belangrijker dan de organisatie van de dienstverlening. Voorbeeld. Zo ongeveer de hele land- en tuinbouw sector inclusief vleesverwerkende industrie draait op flexibele arbeid en arbeidsmigranten. Dat drukt de prijs van de tomaat en ons lapje vlees, maar de maatschappelijke kosten van de groep inactieven blijven doorlopen. En een niet onaanzienlijk deel van de in Nederland werkzame arbeidsmigranten wordt straks ook klant van UWV en gemeente. Werkgevers we telen de kosten gewoon af op de samenleving. Zo nemen de kosten nog verder toe. De oplossing: we moeten in de winkel meer gaan betalen voor onze tomaat. In de land- en tuinbouwsector moeten gewone werkzoekenden aan het werk tegen een normaal salaris. De kosten voor de werkgevers nemen dan helaas maar terecht toe. Dat verlost de samenleving van hoog oplopende kosten. En al die mensen die met allerlei opleidingen bij UWV of bijstand hangen: jammer van die opleiding, maar de land- en tuinbouw draait om onze primaire levensbehoeftes. Kortom, de samenleving moet de organisatievormen rond arbeid stevig aanpakken zodat die zich minder van de samenleving vervreemden. Leuk dat er goedkope tomaten komen uit mega complexen met alleen arbeidsmigranten, leuk dat we voor een habbekrats een pakje kunnen bestellen bij Amazon, maar wat heeft de samenleving nog aan deze organisatievormen? Die zijn er primair voor een aantal individuen die er rijk van worden.