of 63082 LinkedIn

Participatiewet: méér inzicht sleutel voor succes

Joost van den Hoek en Nazima Abdoelkadir 3 reacties

Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Het is geen geheim dat er vaak kritiek klinkt op die wet. Eind 2019 leidt een somber evaluatierapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (‘te complex’, ‘ineffectief’...) in de media al rap tot de constatering dat de Participatiewet faalt.

Echter: het grondidee om zo veel mogelijk mensen, ook degenen met een arbeidsbeperking, te laten deelnemen aan het arbeidsproces is toch allerminst raar? Om de Participatiewet wél te laten werken, moeten gemeenten volgens ons voldoen aan een paar voorwaarden.

Eerst: een scherper inzicht in de doelgroep en inzet van gerichte sturingsvariabelen. Bij veel gemeenten is het registratiesysteem ten behoeve van de Participatiewet een veelkoppig monster. Cruciale info ligt metersdiep verborgen in verschillende Excel-lijsten en andere bronnen.

Bij de uitvoering houden gemeenten bovendien hun beleidsdoelstellingen onvoldoende voor ogen. Wat wil je precies bereiken binnen de kaders van de Participatiewet, bijvoorbeeld qua uitstroom? Zulke logische vragen werken niet door in de processen en systemen. Maar zo lang je dat beeld niet helder hebt, blijft sturing problematisch.

De ‘registratie-ruis’ wordt als gevolg van corona alleen maar groter. De verwachting is dat veel mensen die gebruikmaken van de NOW- en TOZO-regelingen toch in de bijstand belanden, wat komende jaren kan zorgen voor een aanwas van 50 procent. Het maakt de roep om inzicht nog luider.

Wat moet je eigenlijk weten om de Participatiewet doelmatig uit te voeren? Een paar gewetensvragen. Heb je inzicht in: de gemiddelde uitkeringsduur; de te realiseren loonwaarde; de samenstelling van het cliëntenbestand in termen van (markt)competenties? Iedere ambtenaar vindt zulke output belangrijk. Maar bijna niemand kan het opleveren.

De tweede voorwaarde: inzet van sluitende re-integratiemiddelen. Leg minder de focus op mensen die ook op eigen kracht kunnen uitstromen, en diep de gereedschapskist uit voor groepen die extra steun écht nodig hebben. Hoe groot de verleiding van laaghangend fruit ook is, richt je niet alleen daarop.

Met behulp van optimale registratiesystemen trek je de Participatiewet vlot waar nodig. De toegang indiceert onafhankelijk én met de nodige arbeidsdeskundigheid. Zodoende belandt de uitkeringsgerechtigde direct op de juiste sport van de ladder. Arbeidsontwikkeling leidt op en werkgeversdienstverlening zorgt voor voldoende plaatsingsmogelijkheden. Simpel toch?

Ook hier zien we de gevolgen van corona, bijvoorbeeld het gebrek aan direct contact met cliënten en beperkingen bij fysieke plaatsing. In veel gemeenten is de uitstroom daardoor met een derde verminderd.

Desondanks kun je je uitvoeringsbasis van de Participatiewet danig versterken. Feitelijk door de interne procesdriehoek beleid – uitvoering – financiën expliciet inzichtelijk te maken. Dat begint met het vooraf definiëren van (beleids)doelstellingen. Vervolgens het (financieel) stuurbaar maken van de te nemen maatregelen en het werken met vaste door- en uitstroomscenario’s. Op basis van die drie bouwstenen stuur je bij waar nodig, hetzij via budgetaanpassing, hetzij beleidsmatig, hetzij in het uitvoeringscenario. Een geoliede Participatiewet een utopie? Wat ons betreft niet!

En wellicht is er meer goed nieuws. Het is een veelgehoorde klacht dat het rijk slecht resoneert met het veld en achterblijft bij het budgetteren van begeleidingsmogelijkheden. Echter: als meer mensen straks een beroep moeten doen op de Participatiewet vergt dat van overheidswege fundamentele investeringskeuzes. Oftewel: nieuw elan voor een wet die wat ons betreft nog lang niet is uitgewerkt.

Joost van den Hoek (hoofd Werk en Inkomen Sociale Dienst Drechtsteden) en Nazima Abdoelkadir (senior consultant Adlasz). 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Heleen (Adviseur) op
Het is een verloren zaak. Bij de veiling Fruitmasters en de distributiecentra van Blokker en Albert Heijn in Geldermalsen werken honderden arbeidsmigranten, tegen minimumloon en zonder pensioenregeling. En de huisvesting wordt geregeld door de werkgevers. Dubbel verdienen dus voor die werkgevers. Niemand vraagt zich bij de gemeente West Betuwe af of dit niet ten koste gaat van de eigen werklozen. En dat gaat het zeker. Bovendien, statistisch gezien blijft 30% permanent in Nederland. Na vijf jaar wit werken ontstaat automatisch een verblijfstitel voor onbepaalde tijd. Als er geen pensioen is opgebouwd en onvoldoende AOW is opgebouwd, dan wordt dat een beroep op de bijstand na de pensioengerechtigde leeftijd, als ze dat dan al halen zonder eerder afhankelijk te worden van de bijstand. Dus de eigen werkloze komt niet meer aan de bak en de overheid krijgt ook nog uiteindelijk de rekening van de arbeidsmigrant. Dit laatste wordt nogal eens vergeten. Het importeren van arbeidsmigranten uit EU landen is leuk voor de werkgever, maar de doodsteek voor de verzorgingsstaat. Jan en Ingrid betalen de rekening. Een hard gelag. De historie met de Turken en Marokkanen herhaalt zich.
Door Evelyn (Klantmanager) op
Gemeenten stoppen hun sociale dienst het liefst in een gemeenschappelijke regeling als de sociale dienst Drechtsteden. Lekker op afstand. Terwijl dit juist een tak van sport is waar de gemeente zelf iets kan betekenen voor de burger. Merkwaardig. Dat betekent eigenlijk dat de lokale politiek weinig op heeft met deze vorm van dienstverlening en zich liever richt op andere zaken. En dat heeft een prijskaartje. De oorzaak van het decennialang falen van wetten die zich richten op arbeids re-integratie zit hem niet in de wetten zelf, maar in de cultuur in dit land. Wij accepteren dat er meer dan een miljoen mensen in dit land aan de kant staan en willen het niet zien, En even een blik Oost Europeanen opentrekken is dan veel makkelijker dan onze eigen mensen aan het werk zetten. Dus dat doen we, met enorme financiële en sociale gevolgen in de toekomst. Een uitkeringsfabriek als Drechtsteden, die niet functioneert, moet haar bestaan nu verdedigen met een beroep op systemen. Systemen moeten het werk doen. En daar gaat het fundamenteel mis, want de mens moet het werk doen en niet het systeem. Dus eens met Henk, laat de gekozen volksvertegenwoordigers maar rechtstreeks verantwoordelijk worden voor een belangrijk deel van hun eigen inwoners. Laat hen deze groep maar eens als “hun inwoners” beschouwen en de mensen niet wegproppen in een unanieme uitkeringsfabriek,
Door Henk (Medewerker) op
Zorg ervoor dat er goede professionals zijn die echt hun ding kunnen doen. Re-integratie heeft in dit land een groot ritueel karakter. En men doet maar wat. Echte goede professionals willen niet in een uitkeringsfabriek als de sociale dienst Drechtsteden werken. De gemiddelde professional is helaas meestal een jonge moeder die HBO sociale dienstverlening heeft afgerond en nog nooit een baan in het bedrijfsleven heeft gehad. Uit dit artikel blijkt duidelijk de behoefte van de top aan instrumentele sturing. Met cijfers en processen. In zo’n omgeving voelt een professional zich niet thuis. Opknippen deze dienst en terug naar de gemeente is het devies. En zorgen voor een werknemersbestand met andere kwalificaties.