of 60715 LinkedIn

Marktwerking helpt jeugd niet

Raf Daenen Reageer

Hoewel onze jongeren tot de gelukkigste ter wereld behoren, gaat het toch vaak over hun problemen. De meeste lossen zich zonder professionele hulp op. Het probleem is echter dat delen van het zorgaanbod zijn vermarkt.

Tekorten jeugdzorg deels gevolg aanpraten probleem

Thans krijgt ongeveer 10 procent van de jongeren tot 23 jaar jeugdzorg, omdat ze thuis niet voldoende veilig zijn. Dat is een klein deel van de 30 tot 40 procent van de kinderen tot 12 jaar dat problemen heeft met de hechting aan hun opvoeders. Het gaat om kinderen die het contact niet als veilig ervaren of die voldoende vertrouwensbasis missen. Dat betekent niet dat al deze kinderen georganiseerde of institutionele zorg nodig hebben; kinderen worden vaak opgevangen door de groep, door broers of zussen, of door vertrouwenspersonen in of buiten de eigen kring. Veel kinderen ervaren in hun leven problemen, maar veel problemen lossen zich zonder professionele hulp op.

Maar inmiddels zijn belangrijke delen van het zorgaanbod vermarkt, en dus onderhevig aan de werking van vraag en aanbod. Aanbod kan vraag scheppen door middel van perverse prikkels. Als je ouders aanpraat dat het niet goed gaat met hun kind, of jongeren zelf problemen toeschrijft dan wordt er al gauw om hulp gevraagd. De zorgmarkt is in handen gekomen van aanbieders, die er belang bij hebben dat er vraag naar hun product is. Zorg wordt net als andere consumptiemiddelen aangeprezen als een noodzakelijk goed om in de samenleving te kunnen functioneren of om gelukkig of belangrijk te zijn. Ouders worden op meer of minder subtiele wijze gestimuleerd om van hun kinderen een bijzonder project te maken.

Veel ouders gaan onrealistisch hoge verwachtingen van hun kind koesteren, en zoeken hulp als een kind niet aan die verwachtingen voldoet. Er is genoeg aanbod van hulpverleners die beloftes doen. Daar komt nog bij dat er steeds meer etiketjes op kinderen en jeugd worden geplakt als ze gedrag vertonen dat niet helemaal conform de verwachtingen is. Op deze manier worden mensen eerder als individu geproblematiseerd dan dat ze worden gezien als persoon die een eigen plaats heeft in de samenleving.

Mensen zijn individuen, en daar ligt in onze samenleving nogal de nadruk op. Maar mensen zijn vooral sociale wezens en daarom gedijen ze bij sociale activiteiten; spelletjes spelen met anderen, samen sporten, samen leren, samen musiceren, samen chillen. Zulke activiteiten dragen meer bij aan het levensgeluk dan therapiegroepen of individuele begeleiding. Het aanbieden van een goede balans tussen structuur en vrije expressie kan kinderen en jongeren helpen om met elkaars moeilijkheden of eigenaardigheden om te leren gaan. In verenigingsverband kan het leren samenspelen zonder het winnen voorop te stellen een gezonde ontwikkeling stimuleren. Ook gezonde voeding, aandacht hebben voor de omgeving om je heen, voldoende slaap en een realistisch zelfbeeld dragen bij aan zingeving en geluk.

Dat betekent natuurlijk niet dat professionele zorg nooit nodig is; als er sprake is van directe bedreiging van welzijn en veiligheid van kind of jongere moet juist onmiddellijk adequaat worden gehandeld. Echter, veel problemen worden opgelost door positieve krachten in de samenleving aan te wenden; op school, in de groep of vereniging, buurt of thuis. Het is een effectieve en kostenbesparende manier om problemen te voorkomen of aan te pakken. Daarmee voorkomen we de nodige zorgkosten en lossen een deel op van de budgetproblemen waar bijna alle gemeenten mee worstelen. De essentie blijft we zorgen goed voor elkaar en investeren in het samenwerken aan samenleven.

Raf Daenen, oud-wethouder Oirschot en docent maatschappelijke ontwikkeling  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.