of 59329 LinkedIn

Kredietbank op eigen benen

1 reactie

Het is tijd voor het doorvoeren van de verzelfstandiging van de gemeentelijke kredietbanken. 

Het tweede decennium van de 21e eeuw lijkt het einde van een tijdperk van het zogenaamde ‘verlengd lokaal bestuur’ in te luiden. Na de ontmanteling (lees: herstructurering) van de Sociale Werkvoorziening, is het nu tijd voor het (versneld) doorvoeren van de verzelfstandiging van de gemeentelijke kredietbanken. Echter, waar een financiële bezuiniging van een bijna niet te verhapstukken operatie zoals bij de Sociale Werkvoorziening het hoofdmotief is, geldt bij de kredietbanken een volkomen andere redenering.

De Stadsbank Oost Nederland is een gemeenschappelijke regeling van 22 gemeenten. De 22 wethouders van sociale zaken zijn naast deze functie ook bestuurder van deze gemeentelijke kredietbank – een transparante organisatie waarbij gemeenten per jaar precies kunnen aangeven welke producten en diensten zij tegen welke kostprijs willen afnemen.

Gemeentelijke kredietbanken worden in toenemende mate geconfronteerd met bezuinigingen op de lokale overheid. Wethouders voeren deze bezuinigingen één op één door naar de uitvoeringsorganisaties van hun (wettelijke) verantwoordelijkheden. En hier ligt nu net de reden waarom de gemeentelijke kredietbanken moeten verzelfstandigen en ze juist niet te herstructureren en verkleinen.

In deze tijd heeft de expertise en ervaring van een gemeentelijke kredietbank met vraagstukken over hoe omgaan met geld en schulden een steeds groter bestaansrecht. En ook voor een veel grotere populatie dan alleen voor mensen met een laag inkomen die in een schuldensituatie zijn beland.

Voor deze mensen is de kredietbank in staat een pakket aan dienstverlening te bieden waarbij preventief een schuldenlast wordt voorkomen en arbeidsproductiviteit niet in het gedrang komt en een beroep op de zorg wordt gereduceerd.

Wethouders zijn in toenemende mate niet in staat om de verschillende petten die zij hebben, te scheiden. Zij kunnen in deze tijd onmogelijk de pet van wethouder sociale zaken, verantwoordelijk voor armoede en schuldhulpverlening, scheiden van die als bestuurder van een gemeenschappelijke regeling als de Stadsbank. Als bestuurder zouden ze moeten werken met oog voor de continuïteit van deze organisatie terwijl ze tegelijkertijd hier alleen maar minder geld naar toe ‘schuiven’. Zij moeten zich verlossen van deze knellende en schurende verantwoordelijkheden.

Tot slot heeft minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) in december een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft middels een Algemene maatregel van Bestuur schuldbemiddeling tegen betaling door private partijen te willen toestaan. De gemeentelijke kredietbanken komen in een ongelijkwaardige situatie om te kunnen concurreren met deze private partijen, waarbij het toenemende leed voor mensen in een onoverzichtelijke schuldenlast te voorspellen is.

Er wordt veel gesproken over de effectiviteit van schuldhulpverlening, maar wellicht is het logischer te spreken over schulddienstverlening, waarbij inmiddels vier activiteiten zijn te onderscheiden. De eerste drie zijn gericht op inhoud en de vierde op het proces: stabilisatie van inkomsten en uitgaven, schulden oplossen, gedragsverandering realiseren en het voeren van regie.

Schulddienstverlening is meer gericht op het leren omgaan en leven met schulden. Je niet belemmerd of ziek voelen om te gaan werken omdat je schulden hebt. De schulden kunnen ook opgelost worden in een langere periode en vooral door een gedragsverandering tot stand te brengen. Laat de kredietbanken groeien tot zelfstandige, gecertificeerde en dus betrouwbare sociale ondernemingen waarbij gemeenten één van de vele afnemers worden van de waardevolle producten en diensten die deze organisaties in de aanbieding hebben.

Myra Koomen
Voorzitter Stadsbank Oost Nederland Wethouder Werk en Inkomen gemeente Enschede

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan op
"De gemeentelijke kredietbanken komen in een ongelijkwaardige situatie om te kunnen concurreren met deze private partijen, waarbij het toenemende leed voor mensen in een onoverzichtelijke schuldenlast te voorspellen is. "

Concurreren op de schuldhulp tegenover private (lees: commerciele) partijen, als je dat wilt weet je dat het einde van de schuldhulp nabij is. Een gemeente is bij uitstek een organisatie die zich bewust moet zijn met meerdere petten te functioneren. Als Myra Koomen als voorzitter Stadsbank Oost Nederland en kennelijk wethouder Werk en Inkomen van de gemeente Enschede hier moeite mee heeft makt mij dan ook ongerust en gelukig dat ik niet in Enschede woon. Maar misschien dat haar collega's wel in staa zijn met meerdere petten op een verantwoorde manier de gemeente te besturen...