of 59281 LinkedIn

Jeugdzorg vraagt niet om extra geld maar om extra onderzoek

Raymond Gradus 1 reactie

Er zou veel meer geld nodig zijn voor de uitvoering van de jeugdzorg. Nadat de jeugdzorg in 2015 is gedecentraliseerd naar gemeenten en bij deze decentralisatie een efficiencykorting van 450 miljoen euro is toegepast, is er een discussie ontstaan over de omvang van het macrobudget.

De oproep om extra middelen toe te voegen is omvangrijk. Volgens een artikel in Binnenlands Bestuur van 8 mei zouden gemeenten door tekorten in de jeugdzorg extra moeten bezuinigen op bijvoorbeeld sport en onderhoud van wegen. Een gemeente gaat zelfs de ambtswoning van de burgemeester verkopen.

 

Inmiddels heeft één op tien jongeren tot en met 23 jaar in Nederland jeugdzorg en als we ons beperken tot 18 jaar dan is dat bijna één op acht jongeren. Sinds de decentralisatie steeg het gebruik met 14 procent, zo blijkt uit onlangs door het CBS gepubliceerde cijfers. In 2015 kregen 380.000 jongeren tot 23 jaar jeugdzorg, in 2017 waren dat er bijna 420.000 en vorig jaar was dat aantal gestegen naar 428.000 jongeren.

 

Deze forse stijging van het beroep op de jeugdhulp, -bescherming en -reclassering in de afgelopen jaren doet mij denken aan wat de Engelse psychiater en publicist Theodore Dalrymple de ‘cult of attest’ (of medische verwijzing) noemt. In een vlijmscherpe cultuurkritiek uit 2011 met als pakkende titel Door en door verwend geeft hij aan dat opvoedingsproblemen steeds meer worden afgewenteld op een professioneel circuit van jeugdhulpverleners, -orthotherapeuten en -psychologen. Dit wijdt hij aan de toenemende sentimentaliteit, die aanzet tot overdreven emotionele uitingen. Vooral het veelvuldig uiten van sentimentaliteit in het openbare domein en ook op het internet heeft volgens Dalrymple grote gevolgen omdat dit volgens hem “het leven van miljoenen kinderen heeft geruïneerd door een dialectiek te creëren van verwennerij”.

 

Dit is wel sterk aangezet, toch zijn er ook andere indicaties dat de jeugdzorg niet overal even doelmatig is ingericht. Uit dezelfde CBS-cijfers blijkt dat het gebruik van jeugdhulp tussen gemeenten flink varieert. In het noordoosten van Nederland en het midden van Limburg kreeg meer dan 12,5 procent van de jongeren jeugdhulp. In sommige gemeenten is dit lager dan 7. Overigens geeft ditzelfde onderzoek ook aan dat de verschillen tussen buurgemeenten heel groot kunnen zijn. Binnenlands Bestuur vroeg onlangs enkele van die gemeenten naar een verklaring daarvoor en kwam met de conclusie dat sociale cohesie en een bruisend verenigingsleven lijken te leiden tot een lager beroep op professionele jeugdhulp. Ook krijgen in sommige gemeenten gezinscoaches een plek bij de huisarts, hetgeen langdurige trajecten afvangt.

 

Het doel van decentralisatie zoals die door het kabinet Rutte II in gang is gezet was om te komen tot een verbetering van de doelmatigheid. Volgens het regeerakkoord van het kabinet Rutte II zou de decentralisatie van het sociale domein ertoe moeten bijdragen dat “de eigen kracht, het sociale netwerk en de voorzieningen in een gemeente beter worden benut”. Uit onderzoek naar eerdere decentralisaties blijkt dat een verbetering van de doelmatigheid kan optreden, maar dat dit wel een flink aantal jaren zal duren en de gemeenten de ruimte moet worden geboden voor best practices om van elkaar te leren. Continue beleidsoekazes vanuit het Haagse -hoe goed bedoeld ook- zijn daarbij weinig behulpzaam.

Bonden en werkgevers in de jeugdzorg eisen dat het kabinet structureel 750 miljoen euro extra moet uittrekken voor de jeugdzorg. Dit wordt beargumenteerd door te stellen dat 300 miljoen euro nodig is om de toegenomen vraag te bekostigen en 450 miljoen euro om de eerder doorgevoerde bezuinigingen ongedaan te maken.

 

De inwilliging van deze eisen zou echter betekenen dat zowel de gestegen macrovraag voor zoete koek wordt geslikt als de ondoelmatigste werkwijze als uitgangspunt wordt genomen. Nu sluit ik ook niet uit dat sommige gemeenten nu in de problemen komen met de hoeveelheid middelen in het sociale domein. Net als in 2018 zou in 2019 een fonds van 200 miljoen euro ingesteld kunnen worden om gemeenten te compenseren voor de tekorten op het terrein van jeugd en WMO en dit te verdelen op basis van strikte criteria. Wat er verder moet komen is veel en goed onderzoek naar de achterliggende oorzaken van de explosie in het gebruik van jeugdzorg. Een professioneel gebruik van jeugdhulp van één op acht kinderen is maatschappelijk niet acceptabel. 

 

Raymond Gradus is hoogleraar Bestuur en Economie van de Publieke en Non-profit sector aan de Vrije Universiteit 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Willemijntje Justa (Gepensioneerd journalist en grootmoeder ) op
Meer geld naar jeugdzorg lost niets op. Sedert 2015 werkt men aan eigen zorgvraag. Bureaucratie, Eindeloos vergaderen , slecht onderzoek doen, eigen verdienmodel staan voorop, kinderen,gezin en hulp komen op de laatste plaats. Treurig dat deze hulpketens in Nederland bestaan, dit moet geheel anders.