of 59318 LinkedIn

Jeugdhulp: grip op de medische verwijsroute

Mieke van der Donk en Tim Robbe 1 reactie

Minister De Jonge (VWS) stelt over een periode van drie jaar 950 miljoen euro ter beschikking voor de tekorten die gemeenten ervaren in de jeugdzorg. Daarbij gaf hij terecht aan dat alleen geld niet genoeg is om structurele oplossingen te vinden voor de tekorten. Gemeenten zullen ook anders moeten organiseren. De regio Zuidoost Brabant is daarmee al eerder voortvarend aan de slag gegaan.

Een groot deel van de kosten in de jeugdhulp zijn gerelateerd aan de zogenaamde ‘medische verwijsroute’. Jeugdhulp is op basis van de Jeugdwet onder andere toegankelijk na verwijzing door een huisarts, jeugdarts en medisch specialist. Deze ‘medische verwijzing’ is echter vaak ongericht. Uiteindelijk bepalen de jeugdhulpaanbieder en de (ouders van de) jeugdige de voorziening en de aard en omvang daarvan. De rol van de jeugdhulpaanbieder is in de medische verwijsroute cruciaal, ook voor de kosten.

 

De Peelgemeenten hebben met omliggende gemeenten en jeugdhulpaanbieders dan ook een protocol opgesteld. Dat protocol bepaalt hoe jeugdhulpaanbieders na een medische verwijzing vaststellen welke voorziening zij inzetten en de aard en omvang daarvan. Ook moeten jeugdhulpaanbieders beoordelen of mogelijk een voorliggende voorziening aanwezig is of dat inzet van een andere jeugdhulpaanbieder noodzakelijk is. Het protocol geeft een duidelijk kader zodat jeugdhulpaanbieders weten hoe zij moeten handelen. Gemeenten kunnen dat, indien gewenst, achteraf controleren. Het protocol is daarom ook opgenomen in de gemeentelijke verordening én in de overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders.

 

Het protocol ziet expliciet op de fase na medische verwijzing. Het feit dat de medische verwijzing de vrijheid heeft om te verwijzen staat dus niet ter discussie. Het protocol volgt ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 maart 2018. De jeugdhulpaanbieder doet eerst een intake en stelt de hulpvraag vast. Daarna stelt de aanbieder vast welke problematiek aan de hulpvraag ten grondslag ligt. Daarna stelt deze de aard en omvang van de benodigde hulp vast. En tot slot kijkt de aanbieder of het gezin hier zelf mee uit de voeten kan, een algemene voorziening voorhanden is of dat een individuele voorziening nodig is. In dat laatste geval kijkt de aanbieder welke voorziening dat is en in welke mate. Na het doorlopen van alle stappen kan de jeugdhulpaanbieder een verzoek tot toewijzing doen bij de gemeente. Hoewel de aanbieder de doorlopen stappen schriftelijk moet vastleggen, is het niet verplicht dit te laten zien bij het verzoek. De gemeente kan er wel om vragen. Ook later in het kader van contractmanagement.

 

Het protocol is een document van gemeenten en jeugdhulpaanbieders samen. De administratieve lasten zijn daarom zo laag mogelijk gehouden. Er is sprake van een ‘high trust – high penalty’ systeem. Daarnaast is niets in beton gegoten. Als dat nodig is kunnen de gemeenten en aanbieders het protocol verder aanpassen. Wat van belang is, is dat gemeenten een duidelijk sturingsinstrument hebben voor de medische verwijsroute en dat aanbieders begrijpen dat dit nodig is. Dat is een goed voorbeeld voor toekomstbestendig ‘anders organiseren’.

 

Mieke van der Donk, juridisch adviseur Peelgemeenten

Tim Robbe, advocaat en bestuurskundige adviseur Victor Advocaten

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerardus op
CBS Benchmark Jeugdzorg
De Benchmark Jeugdzorg in de gemeente toont het gebruik van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering voor elke gemeente in Nederland, en maakt vergelijkingen mogelijk met de betreffende jeugdregio en met het hele land. Daarnaast worden cijfers getoond die betrekking hebben op verschillende verwijzers, en op uitval in jeugdhulptrajecten.
Daarbij worden ook cijfers en grafieken getoond die betrekking hebben op percentages verschillende verwijzers waaronder ook de gemeentelijke toegang (gemeente als verwijzer)
Zie: https://www.cbs.nl/benchmark-jeugdzorg
Naast de reguliere verwijzing mocht de gemeenten vanaf 2015 ook zelf gaan verwijzen bij jeugdzorgvragen naar gecontracteerde jeugdhulpverleners.
En dit terwijl er op het budget in 2015 bij de overheveling is bezuinigd.
Landelijk is gemeente nu verantwoordelijk voor ongeveer 25 % van de verwijzingen naar jeugdzorg (deels meerzorg?)
Gemeentelijke verwijzingen jeugdzorg zijn er dus vanaf 2015 bij gekomen en betaald uit het overgehevelde verlaagde budget.
Dus niet vreemd dat gemeenten nu klagen dat het geld niet toereikend is.
Het is een legitieme vraag of gemeente ook zelf kritisch kijkt waar ze die meerzorg vanuit eigen verwijzingen nu eigenlijk van betalen en of je dit allemaal in stand wilt houden.