of 59147 LinkedIn

Inbesteding schoonmaak levert geen extra banen op

Piet Adema 1 reactie

Eind 2025 moeten er volgens de banenafspraak 125.000 reguliere banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn gecreëerd, waarvan al in 2023 25.000 bij de overheid. Een flinke uitdaging voor de nieuw verkozen wethouders. Een aantal gemeenten kiest voor inbesteding van de schoonmaak om aan deze verplichting te voldoen. Dit levert geen extra banen op , betoogt OSB, de brancheorganisatie van de schoonmaak- en glazenwassersbedrijven.

Gewone banen in het bedrijfsleven en bij de overheid voor mensen met een arbeidsbeperking is een belangrijke maatschappelijke doelstelling die wij als brancheorganisatie van harte ondersteunen. De afgelopen jaren heeft het bedrijfsleven – inclusief veel schoonmaakbedrijven – laten zien veel banen voor deze doelgroep te kunnen realiseren. Werkgevers in de overheidssector is dat helaas niet gelukt.

 

De staatssecretaris van Sociale Zaken heeft daarom eind vorig jaar de quotumregeling voor de sector overheid geactiveerd. Simpel gezegd: er dreigen boetes voor alle overheidswerkgevers, zoals gemeenten, als zij onvoldoende banen creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Om wél aan de doelstellingen van de banenafspraak te kunnen voldoen, heeft een aantal gemeenten gekozen voor inbesteding van de schoonmaak, waarbij schoonmakers in dienst komen van de gemeente. Dat is een heilloze weg. Dat vinden wij als brancheorganisatie overigens niet alleen.

 

Volgens de aanjager van de banenafspraak Aart van der Gaag, wordt met inbesteding ‘de klok teruggezet naar 1950’. En opvallender nog: ook het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), het samenwerkingsverband van de overheids- en onderwijswerkgeversorganisaties, adviseert haar leden om de schoonmaak vooral níet te gaan inbesteden. Het belangrijkste argument: inbesteding creëert voor de Nederlandse samenleving géén extra banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is slechts een boekhoudkundig trucje. Er wordt alleen maar geschoven met banen van het bedrijfsleven naar de overheid, per saldo levert het geen extra banen op.

 

In de praktijk blijkt inbesteding ook fors duurder uit te pakken. Zo kost in de gemeente Amsterdam de schoonmaak na inbesteding bijna 60% meer. Bovendien zal het ten koste gaan van de kwaliteit van de schoonmaak, omdat gemeenten nu eenmaal niet de expertise hebben die marktpartijen wél hebben. De schoonmaakbedrijven bieden op grote schaal taalopleidingen aan, een verplichte basisopleiding voor alle nieuwe schoonmakers- en glazenwassers, en opleidingen om door te groeien naar specialistisch of leidinggevend werk. Daar zijn in de cao bindende afspraken over gemaakt.

 

Inbesteding van de schoonmaak levert dus niet op wat het beoogt: het aan het werk helpen van meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maar wat werkt dan wel? Door het huidige onderscheid in streefcijfers ontstaat er ongewenst gedrag doordat gemeenten banen afsnoepen van de markt. De oplossing zien wij in het samen creëren van meer banen. Om die reden doet OSB dan ook een dringend appèl op de staatssecretaris van SZW om niet langer onderscheid te maken of iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de overheid of in de marktsector aan de slag gaat, maar te kiezen voor een gezamenlijk streefcijfer van 125.000 banen zonder schotten tussen bedrijven en overheden. Laten we vooral met vereende krachten ervoor zorgen dat er méér banen komen. Banen die mensen perspectief bieden voor de lange termijn. Want daar gaat het immers om.

 

Piet Adema, voorzitter OSB (Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Trevor op
Adema bedoelt vermoedelijk dat hij de omzet en winst liever bij zij leden ziet vallen.