of 64120 LinkedIn

Extra oog nodig voor kwetsbare jongere

Marleen van der Kolk en Anne Marijke Podt Reageer

Zorg voor bestaanszekerheid voor jongeren in een kwetsbare positie en voorkom daarmee jongerendakloosheid, adviseren Marleen van der Kolk van Stichting Zwerfjongeren Nederland en Anne Marijke Podt. 

“Kwetsbare jongeren sneller uit zicht door corona”(NJI), “Coronacrisis raakt toekomstperspectief jeugd”(SCP), “Vooral jongeren worden financieel geraakt door coronacrisis”( NIBUD). Zomaar wat berichten uit het nieuws van de afgelopen weken. De coronacrisis treft ook jongeren, zeker jongeren die op de een of andere manier kwetsbaar zijn worden extra hard getroffen: jongeren met een klein baantje, een uitkering of met een achtergrond in de jeugdzorg. Zij lopen groot risico om, net als 12.6000 andere jongeren, op straat en in de opvang te belanden.

Verschillende gemeenten, waaronder Utrecht, hebben een brede aanpak gericht op het signaleren en structureel ondersteunen van kwetsbare jongvolwassenen die veel risico lopen op straat te belanden. Ook staatssecretaris Blokhuis loopt hierin voorop met zijn Actieprogramma Dak- en Thuisloze jongeren met als ambitie dat geen enkele jongere op straat of in de opvang belandt.

Wij denken dat die ambitie kan worden gehaald. Maar daarvoor moet je wel aandacht besteden aan één logisch, maar vaak genegeerd probleem: de inkomenspositie van jongeren. Een jongere van 18-21 jaar, die om welke reden dan ook niet werkt of studeert, krijgt namelijk de jongerennorm: 255 euro bijstand per maand. De gedachte daarachter is dat ouders worden geacht hun kinderen verder financieel te ondersteunen. Maar voor jongeren die een slechte relatie met hun ouders hebben en die juist daarom op straat staan, of voor jongeren wiens ouders zelf financiële problemen hebben, is dat bedrag van 255 euro natuurlijk veel te laag om in hun levensonderhoud te voorzien.

Gezinnen met net iets oudere kinderen krijgen te maken met de kostendelersnorm: een korting op de bijstand die kan oplopen tot honderden euro’s per maand. Een grote belasting voor mensen met een laag inkomen en vaak de druppel voor gezinnen met veel problemen. Met als ultieme consequentie dat de jongere op straat belandt. Beide inkomensproblemen zijn eenvoudig op te lossen, maar in de praktijk blijft iedereen naar elkaar wijzen: gemeenten roepen het kabinet op meer regels te schrappen, de staatssecretaris claimt dat gemeenten gewoon meer maatwerk moeten toepassen. Zo draaien we in een cirkeltje rond in een systeem dat niet werkt. Aan de achterkant dan maar meer zorg of betere opvang regelen, is echt onvoldoende. Als we preventie van dakloosheid zo belangrijk vinden, dan start dat met het inkomen van jongeren.

Daarom zeggen wij: rijk en gemeenten, los het sámen op! Maak deze jongeren niet de dupe van het gebrek aan daadkracht van de gezamenlijke overheid. Gemeenten zullen creatiever moeten worden en minder angstig in het maken van uitzonderingen op de jongeren- en kostendelersnorm. Het rijk moet erkennen dat alleen het toepassen van maatwerk op individueel niveau onvoldoende is.

Tegen de tijd dat jongeren bij gemeenten op de stoep staan voor een uitzondering is er vaak al sprake van ernstige schulden, dakloosheid, of allebei. Daarom zal het voor gemeenten mogelijk moeten worden ‘collectieve uitzonderingen’ te maken voor jongeren waarvan we weten dat ze veel risico lopen op dak- en thuisloosheid. Niemand kan zijn hoofd boven water houden van 255 euro in de maand. Een inkomen waarbij je in je levensonderhoud kunt voorzien zou de standaard moeten zijn voor alle jongeren.

Marleen van der Kolk (Stitchting Zwerfjongeren) en Anne Marijke Podt (D66-gemeenteraadslid in Utrecht)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.