of 62812 LinkedIn

Dieren verdienen eigen wethouder

Reageer
Er is op gemeentelijke niveau structureel dierenwelzijnbeleid nodig en dus moet elke gemeente een dierenwethouder hebben voor de regissering van dat beleid, betoogt Frank Dales.

441 dierenwethouders, zoveel zouden er eigenlijk in ons land moeten zijn. Nederland telt immers 441 gemeenten en het - echt niet zo utopische - streven van de Dierenbescherming is dat iedere gemeente een wethouder benoemt die speciaal belast is met het maken en uitvoeren van gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. Dit beleid neemt de aanwezigheid en behoeften van dieren - in huis of in het wild - serieus. Iedere gemeente krijgt dagelijks op één of andere manier te maken met dieren en ‘moet daar iets mee’.

 

De voorbeelden zijn talrijk: zwerfdieren, verkeersslachtoffers, huisdierenopvang, overlast van dieren, dieronvriendelijke folklore en jacht. Nou kun je problemen met dieren op z’n beloop laten en ad hoc bekijken hoe je deze oplost, maar onze ervaring leert dat dit meestal niet in het voordeel van dieren uitpakt. Integendeel, er wordt vaak maar wat aangerommeld en voor je het weet worden damherten, ganzen, duiven of zwerfkatten gedood vanwege ‘overlast’ waarbij er simpelweg niet is nagedacht over een passende, diervriendelijke oplossing.

 

Er is dus structureel beleid nodig en dat moet door een verantwoordelijke wethouder worden geregisseerd. De Dierenbescherming is blij dat het aantal gemeenten dat dierenwelzijn belangrijk vindt stijgt. Het aantal lokale bestuurders dat dierenwelzijn als volwaardig thema in portefeuille heeft is 56 (51 wethouders en 5 burgemeesters), een dekkingspercentage van bijna 13 procent. En hoewel dit best een prestatie is in bijna 4 jaar, vinden we natuurlijk dat de andere 87 procent ook zo spoedig mogelijk over de brug moet komen. Dat wordt in elk geval onze inzet bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010.

 

Gemeenten hebben een wettelijke taak bij de noodopvang van zwervende gezelschapsdieren. Er bestaat bij hen echter veel onduidelijkheid over wat zij zouden moeten doen en hoe. Bij de opvang van zwervende gezelschapsdieren bijvoorbeeld, komen volgens de wet de kosten voor de opvang voor de eerste 14 dagen voor rekening van de gemeente.

 

Maar niet alle gemeenten vergoeden die kosten en degenen die dat wel doen, doen dat op verschillende manieren. En neem nou het vervoer van de dieren - formeel geen wettelijke taak is van de gemeente. Gelukkig zijn er gemeenten die zich hiervoor wel verantwoordelijk voelen. Zo trekt Emmen de portemonnee voor de dierenambulance en in Heerhugowaard heeft de dierenambulance een permanente ontheffing gekregen om in noodgevallen te parkeren waar dat officieel niet mag. Het voertuig wordt hier tot de hulpdiensten gerekend. 

 

Door alle lokale regelingen zie je door de bomen het bos bijna niet meer. Een flink aantal gemeenten en de Dierenbescherming signaleren daarom – naast de behoefte aan structureel beleid - ook de noodzaak voor uniform beleid. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zou op dit punt een faciliterende rol kunnen spelen door landelijke richtlijnen op te stellen, zoals zij op andere terreinen ook doet (bijvoorbeeld richtlijnen voor de vergoeding van de vrijwillige brandweer).

 

Ondanks de uitdrukkelijke wens vanuit haar leden, voelt de VNG er niets voor deze richtlijnen op te stellen, want ‘dierenwelzijn is aan de gemeenten zelf’. Dieren zijn, net als mensen, inwoners van gemeenten. Zij verdienen daarom een eigen wethouder.

 

Frank Dales, directeur Dierenbescherming

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.