of 59345 LinkedIn

Cruciale rol leerplichtambtenaar bij aanpak thuiszitters

Cecile Blansjaar 1 reactie

De ambitie van het kabinet is dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Toch zitten nog steeds te veel kinderen thuis. Ouders weten niet hoe ze hulp kunnen vinden en bovendien wordt er geklaagd over te veel bureaucratie. Dit komt onder meer omdat verschillende partijen navelstaren en een afwachtende houding aannemen. Leerlingen met psychische problemen en een fysieke of verstandelijke beperking zijn hiervan de dupe. De leerplichtambtenaar heeft een cruciale rol bij terugdringen aantal thuiszitters.

 

De leerplichtambtenaar is de eerste die samen met de school vaststelt dat een kind stagneert op school, en signaleert dat er een risico is op uitval en schoolverzuim. Wij werken samen met leerplichtambtenaren uit de regio Purmerend en Zaanstad rondom het in orde maken van ontheffingen van kinderen die op het orthopedisch dagcentrum (ODC) verblijven, en waarvoor deelname aan onderwijs (nog niet) mogelijk is gezien hun ontwikkelingsachterstand. Als een leerplichtambtenaar kennis heeft van de ontwikkelingsproblematiek van het kind, helpt dat enorm bij de procedure die gevolgd moet worden bij het aanvragen van vrijstelling. Meestal kunnen we de aanvraag dan onderbouwen met ons behandelplan van de cliënt.

 

Als een leerplichtambtenaar inhoudelijk minder kennis heeft van de doelgroep die wij bedienen, lopen met name ouders vaak tegen een procedurele muur aan. Ze worden belast met extra bezoeken aan de GGD-arts van de gemeente en veel papierwerk om te onderbouwen dat hun kind toch echt een beperking had. Voor ouders is dit vaak heel vermoeiend en frustrerend, omdat ze met hun kinderen al bij veel artsen en andere hulpverleners in beeld zijn voor hun kind. Zij wensen dan ook dat de organisaties beter samenwerken en er minder ‘administratie’ nodig is omdat uit het dossier van het kind duidelijk naar voren komt dat onderwijs niet haalbaar is. Voor ouders die in een verwerkingsproces zitten rondom het accepteren van de beperking van hun kind, helpt het als wij onderling elkaars ‘taal’ spreken en kennis hebben van de ontwikkelingsproblematiek van kinderen binnen passend onderwijs. Een sterke rol voor gemeenten is op dit onderwerp dus erg belangrijk. Maar ook ouders moeten als ervaringsdeskundigen veel serieuzer worden genomen.


Verder pleit ik voor een integrale samenwerking tussen alle partijen, zoals het Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG), het samenwerkingsverband passend onderwijs, ODC en andere zorgverleners, waarbij wordt gekeken waar het kind het best past: (speciaal) onderwijs, ODC of dagbesteding. Individuele instellingen kunnen in deze werkgroep anticiperen en de directe behandelvraag oppakken. Maatwerk is er nu namelijk onvoldoende. Alle betrokken instellingen zouden eens per maand een paar uurtjes bij elkaar moeten komen en bespreken bij wie het kind het beste past. Dit zijn ondeclarabele uren, maar is de morele plicht van iedereen die ermee te maken heeft. Deze oplossing kan ertoe bijdragen dat thuiszitters sneller deelnemen aan (passend) onderwijs, of worden behandeld/begeleid in een OCD/dagcentrum. Elk kind dat onnodig thuis zit is er een te veel.

 

Cecile Blansjaar is gedragsdeskundige bij ODC Wegwijzer van Prinsenstichting

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Hans op
"Leerplichtambtenaar",

U bedoelt volgens mij een Aanwezigheidsplichtambtenaar.