of 61043 LinkedIn

Coronacrisis en jeugdhulp: leed en lessen

Daan Heineke, Xander van der Klaauw en Farah Ysebaert Reageer

De coronacrisis maakt duidelijk dat effectieve en doortastende samenwerking binnen de jeugdzorg wel degelijk snel tot stand kan komen. Er is een kentering te zien van bureaucratie naar werken vanuit de bedoeling van de Jeugdwet. Welke lessen nemen we hiervan mee na de coronacrisis?

Werken vanuit de bedoeling Jeugdwet

Met gepaste verwondering kijken wij naar onze boa’s die de leerplichtambtenaren beter blijken te vinden dan ooit en naar onze politie die veel nauwere banden onderhoudt met de jongerenwerkers en hun inzichten ter harte neemt. Bovendien blijken er ineens allerlei geldpotjes open te kunnen worden getrokken om de aller kwetsbaarsten te voorzien van bijvoorbeeld een laptop. Een shift van bureaucratie naar werken vanuit het belang van het kind; werken vanuit ‘de bedoeling’.

De ontstane pragmatische initiatieven en constructieve samenwerkingsactiviteiten nemen niet weg dat het leed van jeugdigen en hun gezinnen soms groot is. De dagelijkse structuur en de verschillende hulpbronnen zijn al gedurende weken compleet weggevallen. De ergste nood wordt aangepakt door samenwerkingsverbanden die de ruimte nemen en de ruimte krijgen om voortvarend diverse maatregelen te nemen, zoals noodopvang, beeldbellen en outreachende huisbezoeken. Maar het is voornamelijk wel behelpen, pappen, nathouden en volhouden.

Als de coronacrisis voorbij is en er zijn weer zoals vanouds ondersteuningscontacten mogelijk, dan zijn er naar verwachting zeer grote capaciteitstekorten en zullen er keuzes gemaakt moeten worden: voor welke gezinnen heeft jeugdhulp straks het meeste zin? Gespecialiseerde, schaarse jeugdhulp is dan waarschijnlijk niet meer voor alle gezinnen met hulpvragen beschikbaar. Op twee niveaus zou je de lessen van de coronacrisis kunnen gebruiken om die uitdaging behapbaar te maken: op casusniveau en systeemniveau. Op casusniveau lijkt nu pas de waarde erkend te worden van beschikbare steunsystemen en Ehealth. De crisis legt namelijk ook bloot dat er gezinnen zijn die meer in hun mars blijken te hebben en het beter kunnen rooien dan in eerste instantie werd gedacht. De sociale basis blijkt veel beter te kunnen worden aangesproken en ingezet dan voorheen. Daarbij blijken vormen van Ehealth door middel van bijvoorbeeld beeldbellen een welkome toevoeging te zijn op de regulier ambulante jeugdhulp.

Dit zijn waardevolle inzichten die er mede aan bijdragen dat het leed van de huidige crisis enigszins verzacht kan worden, en tegelijkertijd aanknopingspunten vormen om de jeugdhulp na dit coronatijdperk op casusniveau nog beter aan te laten sluiten bij de behoeften van het kind en gezin. Vervolgens zou je op systeemniveau moeten blijven inzetten op de succesvolle samenwerkingsinitiatieven die in het coronatijdperk van de grond zijn gekomen. Het succes van doortastende samenwerking in deze crisis is ons inziens te verklaren door het wederzijdse vertrouwen dat álle instanties naar elkaar uitstralen om daadwerkelijk te handelen vanuit het belang van het kind. Als je dit breder trekt zou je je wat dat betreft af kunnen vragen of de ‘vrije markt’ met alle stroperige en dure aanbestedingen ook na deze crisis nog in stand zou moeten blijven. Wij zouden er juist voor pleiten om na deze crisis meer te investeren in vaste zorgpartners waar je mee samenwerkt op basis van vertrouwen en echte urgentie.

Daan Heineke, Xander van der Klaauw en Farah Ysebaert, allen werkzaam bij adviesen projectenbureau Langhenkel-Talenter. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.