of 59244 LinkedIn

Zoet en zuur

Eerder ging ik in een reeks columns in op de wijze waarop we bij Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) proberen de kracht van onze professionals te ontketenen gericht op het waarmaken van onze ambitie “Ieder Kind Veilig”. Destijds waren er eerste kwalitatieve indicaties dat we op de goede weg waren met de invoering van generiek gezinsgericht werken (GGW). We zijn inmiddels weer wat verder op streek.

Eind 2012 is in circa driekwart van de organisatie de nieuwe werkwijze ingerold. Tijd voor een nieuwe tussenstand met wat meer  kwantitatieve resultaten. Die resultaten smaken zoet, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat er ook nog het nodige zuur te verwerken valt.

 

Sinds 2009 is het aantal ondertoezichtstellingen bij BJAA met 24 procent gedaald ten opzichte van een landelijk gemiddelde van circa 3 procent. Veruit het grootste deel van die daling (circa 17 procent) vond plaats in 2012. In de drie teams die als eerste startten met GGW (september 2011) was die daling zelfs 28 procent. Ook trends ten aanzien van het aantal uithuisplaatsingen en andere verwijzingen naar geïndiceerde jeugdzorg laten een parallel aan de invoering van GGW verlopende daling zien in 2012. Zo nam het aantal verwijzingen naar residentiële zorg af van gemiddeld 150 per kwartaal in 2011 naar 118 per kwartaal in 2012. Ook het ziekteverzuim is in 2012 in de GGW teams beduidend lager dan in de overige teams. Driemaandelijkse onderzoeken van het Athena Instituut van de VU wijzen uit dat sprake is van toenemend enthousiasme en reflectief vermogen van gezinsmanagers. Het aantal klachten is dalende en er zijn eerste indicatie van toenemende tevredenheid onder cliënten die te maken krijgen met de nieuwe werkwijze.

 

De grote klapper die in 2012 gemaakt is ten aanzien van de daling van het aantal ondertoezichtstellingen zal ongetwijfeld mede te maken hebben met het inhalen van in voorgaande jaren gegroeid achterstallig onderhoud. Tegelijkertijd zullen de effecten van de binnenkort af te ronden BJAA brede invoering van GGW zich pas vanaf medio 2013 in volle omvang gaan manifesteren. Er is dus reden om aan te nemen dat de ingezette trend zich de komende jaren zal doorzetten. Dit betekent dat er vanaf 2014 sprake zal zijn van miljoenenbesparingen bij BJAA en vooral ten aanzien van het beroep op geïndiceerde jeugdzorg. Daarmee wordt goed voorgesorteerd op de bezuinigingen die vanaf 2015 als gevolg van de transitie door de gemeenten moeten worden gerealiseerd op de jeugdzorg.

 

In het overgangsjaar 2013 wordt BJAA in volle omvang geconfronteerd met de perverse financiële effecten van dit succes. De besparingen op het aantal ondertoezichtstellingen vloeien terug naar het ministerie van VenJ, terwijl de extra kosten die in het drang kader gemaakt worden niet vanuit de vaste doeluitkering van VWS gefinancierd kunnen worden. Met portefeuillehouder jeugdzorg Pieter Hilhorst is onlangs een financieel akkoord bereikt, waardoor BJAA 2013 financieel kan overleven en weer kan gaan werken aan het wegwerken van de inmiddels fors opgelopen wachtlijst in het drangkader (zorgmeldingen). Het tekort van circa 6 mln. wordt voor de helft weggewerkt door scherp te differentiëren in zaken die volledig GGW conform worden behandeld en zaken die minder tijd vergen (met name langer lopende voogdijzaken) en door in intensieve samenwerking met de gemeenten uit de Stadregio Amsterdam onnodige instroom te voorkomen en versneld af te schalen naar het professioneler wordende lokale veld. Het resterende tekort wordt grotendeels via een kasschuif van 2014 naar 2013 gedicht. Er komt dus meerjarig geen geld bij, waardoor de financiële druk groot blijft.

 

Deze ontwikkelingen, betekenen niet dat het zware weer waarin BJAA al jaren verkeerd door objectief aangetoonde tekortschietende financiering voorbij is. Het noodgedwongen woekeren met zeer schaarse middelen in een periode waarin de fundamentele transformatie die BJAA met de invoering van GGW doormaakt nog eens een extra beslag op de organisatie legt, leidt op verschillende onderdelen tot tekortkomingen in de organisatie. Zo is de bedrijfsvoering (waaronder de registratiediscipline) nog niet geheel op orde en constateerde de Inspectie Jeugdzorg onlangs terecht bij een herhalingsonderzoek, dat het zorgvuldig vastleggen van accordering van verklaringen van informanten ten behoeve van verzoeken tot het doen van raadsonderzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming nog steeds niet aan de eisen voldoet. Het gaat hier weliswaar om een administratieve onzorgvuldigheid (accorderen vindt wel plaats maar wordt niet navolgbaar in de rapportage verwoord), maar BJAA is met de Inspectie van mening dat dit werkproces gewoon op orde had moeten zijn. Er is direct actie ondernomen en de verwachting is dat de zaak binnen enkele weken alsnog op orde is. Er valt echter niet uit te sluiten dat er de komende tijd nog meer van dit soort onzorgvuldigheden naar boven zal komen, mede als bijvangst van de invoering van GGW. Dit alles leidt ertoe dat er voorlopig nog sprake is van een permanente dreiging van verscherpt toezicht door de Inspectie op onderdelen van de bedrijfsvoering. Bij het woekeren met schaarse middelen wordt op de werkvloer prioriteit gegeven aan het direct helpen van kinderen, wat nog te vaak ten koste gaat van de administratieve zorgvuldigheid. Geen excuus, niet acceptabel, wel verklaarbaar.

 

Neem daarbij de recente aankondiging van de Stadsregio dat zij de subsidierelatie in verband met de aanstaande transitie per 1-1-2015 beëindigd, zonder dat binnen afzienbare tijd door gemeenten helderheid wordt geboden over het toekomstperspectief, en het is duidelijk dat BJAA zich nog steeds in een uiterst complexe en kwetsbare, om niet te zeggen onmogelijke situatie bevindt. Dit weerhoudt BJAA er niet van om haar ingezette transformatie gericht op de ambitie “Ieder kind veilig” met volle energie voort te zetten op weg naar de gecertificeerde dwang/drang organisatie die zij eind 2014 wil zijn als verlengde overheid en partner van gemeenten.

 

Het zoet van de eerste positieve resultaten in 2012 biedt zicht op licht aan het einde van de tunnel en het kunnen leveren van een belangrijke bijdrage aan een succesvolle transitie. Tegelijkertijd verwachten we op weg naar dat licht ook nog door de nodige zure appels te moeten heen bijten. Meer hierover in een volgende update vlak voor de zomervakantie.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht