of 59329 LinkedIn

Waarheidsvinding

De vraag in hoeverre de jeugdzorg aan waarheidsvinding doet en kan en moet doen brengt al jaren de nodige kritische tongen in beweging. Onlangs is ook vanuit de Tweede Kamer en de Kinderombudsman een initiatief ondernomen om dit vraagstuk nader in kaart te brengen. Ik constateer dat het debat met betrekking tot het thema waarheidsvinding top op heden weinig productief is.

Critici beschuldigen de jeugdzorg dat ze ten onrechte niet aan waarheidsvinding doen en pleiten vaak ook voor een strafrechtelijke aanpak. De reactie daarop is vervolgens dat de jeugdzorg niet aan waarheidsvinding doet en ook niet kan doen. Een meer genuanceerde en evenwichtige benadering kan wellicht uitkomst bieden.

 

Afgezien van jeugdreclassering en strafbare vormen van kindermishandeling zoals seksueel misbruik valt er veel voor te zeggen om jeugdbescherming vooral in civielrechtelijk kader te laten plaatsvinden. Ten eerste is het zeer de vraag of het wenselijk is dat opvoedkundig onmachtige ouders strafrechtelijk vervolgd worden.

 

Ten tweede is veel kindermishandeling veel moeilijker met objectieve feitelijke bewijslast aan te tonen dan bijvoorbeeld inbraak of moord. Kindermishandeling betreft veelal geen eenmalige handeling, maar gaat over langdurig volgehouden gedrag en we komen ogen en oren tekort om de opvoedsituatie 24 uur per dag zeven dagen in de week in de gaten te houden. Daarbij komt dat in situaties van (vermoedens van) kindermishandeling vrijwel altijd sprake is van meervoudige werkelijkheidsbelevingen en soms valse beschuldigingen. Denk bijvoorbeeld aan vechtscheidingen waarin de gescheiden ouders er veelal een diametraal tegenover elkaar staande opvatting van de werkelijkheid op na houden.

 

Het is dus in de meeste gevallen simpelweg onmogelijk om puur op objectieve feitelijke informatie kindermishandeling vast te stellen. Als dat het criterium voor ingrijpen zou worden, dan zou het in veruit de meeste gevallen van kindermishandeling onmogelijk zijn om in te grijpen. Vanzelfsprekend moet maximaal gestreefd worden naar objectivering op basis van feiten. Denk bijvoorbeeld aan het feitelijk vaststellen dat bepaalde botbreuken bij kinderen niet door natuurlijk gedrag kunnen zijn veroorzaakt of het feitelijk constateren van ondervoeding, schoolverzuim, stoornissen bij ouders en probleemgedrag van kinderen. Maar daarnaast zal ook veelal niet te ontkomen zijn aan het maken van een professionele inschatting. Vaak ook is duidelijk dat sprake is van kindermishandeling, maar is niet te bewijzen wie de dader is. Dan is het toch cruciaal dat tenminste de kindermishandeling stopt. Of ouders hieraan wel of niet meewerken is dan uiteraard een relevant gegeven.

 

Juist omdat het uitermate complex is om kindermishandeling vast te stellen, is het van groot belang dat de onderbouwing ervan zo zorgvuldig en professioneel mogelijk plaatsvindt. Kiezen voor de strafrechtelijke benadering is niet de oplossing, maar het is wel degelijk nodig dat de onderbouwing aan kwaliteit wint. De belangrijkste winst die nog te behalen is betreft het in rapportages duidelijker onderscheid maken tussen feiten, signalen, opinies en professionele inschatting. Om allerlei redenen (tijdsdruk, te hoge caseload, administratieve onzorgvuldigheid) komt het inderdaad nog voor dat deze zaken te veel door elkaar heen lopen. Dit leidt tot terechte maar onnodige ergernis bij cliënten en tot een verhoogd risico op verkeerde beslissingen. Dat moet en kan beter. Dat is een kwestie van verdere professionalisering.

 

Maar ook dan moeten we ons blijven beseffen dat het vaststellen van kindermishandeling altijd met de nodige onzekerheden gepaard zal blijven gaan. Vanuit de veronderstelling dat ouders het beste voor hun kinderen willen en dat kinderen vooral willen dat kindermishandeling stopt, is het dan ook vooral zaak om bij vermoedens van kindermishandeling alles op alles te zetten dat kindermishandeling stopt, danwel dat zorgwekkende signalen verdwijnen, los van de vraag wat zich in het verleden precies wel of niet heeft voorgedaan. Dat is een kwestie van goed motiveren en in staat stellen van ouders om op eigen kracht, met steun van een sociaal netwerk en in samenwerking met jeugdzorgprofessionals te werken aan een gezonde opvoedingssituatie voor hun kinderen.

 

De kwaliteit van de waarheidsvinding in niet strafrechtelijke zin kan en moet verder verbeterd worden, maar zal, vanwege inherente onzekerheden over wat zich in het verleden precies heeft afgespeeld, tegelijkertijd minder doorslaggevend moeten worden door een motiverende op de toekomst en probleemoplossing gerichte aanpak. De jeugdzorgsector is hier zelf al volop mee bezig, maar een politiek steuntje in de rug kan nooit kwaad.

Erik Gerritsen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Patrick Weisbeek op
Ik val in herhaling, gerritsen jij bent echt een sjap. het gaat niet over de strafrechterlijke vervolging van ouders, maar figuren zoals o.a. jezelf, en je personeel

AMK komt niet in aan merking voor beroep en of bezwaar
RvK maakt gebruik vn de door het AMK aangeleverde gegevens

ZELFS JIJ MOET DIT KUNNEN ZIEN GERRITSEN
Door Sandra van Leeuwen op
1 Bureau Jeugdzorg Amsterdam staat onder verscherpte aandacht van de Inspectie Jeugdzorg vanwege ernstige fouten en onwaarheden in dossiers. Maar daar baseert men wel hulp op. Juist om dit soort praktijken klinkt de roep om waarheidsvinding, vooral ook omdat er geen onafhankelijke goede klachtenregelingen zijn als ouders en of kinderen ernstig zijn gedupeerd door fouten en slordigheden van jeugdzorg met informatie. Gerritsen is daarom de laatste die dit probleem mag bagatelliseren, hij zou zich rot moeten schamen voor de fouten en slordigheden met kinderen en mensenlevens die zijn organisatie maakt.

2 Het dode jongentje in Roosendaal van zeven dat door zijn moeder onlangs in omgebracht, kwam uit de regio Amsterdam. Het blijkt dat er meerdere meldingen zijn geweest bij het AMK (onderdeel van BJAA) over de gevaren waarin dit kind verkeerde. Die zijn gewoon terzijde geschoven, zonder onderzoek. W

Het komt er dus op neer dat Gerritsen nu pleit voor nog meer vrijheden om fouten te maken. Ten koste van mensenlevens en burgerrechten. En dat van een directeur van een BJZ dat bijna constant onder de aandacht van de Inspectie Jeugdzorg staat vanwege deze fouten en de arrogante en zeer slordige omgang met klachten hierover.

Als er geen kindermishandeling is bewezen, dan is er geen grond voor ingrijpen van BJAA. Punt. Wil men hulp verkopen, dan moet daar een zeer degelijke analyse en diagnose van het probleem onder liggen. Moet men exact weten wat er met de kinderen gebeurt en wat er speelt. Anders kan er immers nooit sprake zijn van maatwerk maar blijft het natte vingerwerk met levensgevaarlijke consequenties.

Onbegrijpelijk dateen jeugdzorgdirecteur die zich altijd laat voorstaan op zijn betrokkenheid bij 'kinderen in de knel' het niet belangrijk vindt om uit te zoeken hoe die kindren dan in de knel zitten voordat hij er hulp op loslaat.

Tot slot is het heel raar om enerzijds te zeggen dat je niet zeker weet of er is mishandeling is en dat je als hulpverlening de opvoedingssituatie niet echt ni de gaten kan houden. Maar anderzijds uiterst zelfverzekerd te claimen dat de kinderen waar zorg aan wordt verleend niet langer mishandeld worden en veilig zijn.

Het verhaal deugt niet en rammelt en gaat vooral uit van het belang van de jeugdzorgsector (zoveel mogelijk macht, zo weinig mogelijk verantwoording afeleggen) en niet van het belang van kinderen.



Door Verontruste ouder (Ouder) op
Gerritsen stelt de vraag of het wenselijk is dat "opvoedkundig onmachtige ouders" strafrechtelijk vervolgd worden, maar beantwoordt deze vraag helaas niet. Als je kinderen onder politiegeweld uit huis worden geplaatst; naar een pleeggezin of, nog erger, een jeugdinstelling worden overgebracht; het contact beperkt wordt tot hooguit enkele uurtjes per maand, waarbij jeugdzorg allerlei randvoorwaarden stelt en je uiteindelijk het risico loopt om uit de ouderlijke macht gezet te worden, zodat een terugkeer helemaal niet meer im frage is, dan is het minste wat je wel mag verwachten een eerlijk proces. De huidige procedures geven die garantie niet. In de verste verte zelfs niet. De zaak Yunus, maar bijvoorbeeld ook Arlette Heskes, zijn hier schoolvoorbeelden van. En dat is dan slechts het topje van de ijsberg.

Gerritsen geeft zelf toe dat de huidige subjectieve manier van rapporteren niet deugt, maar komt dan met flauwe smoesjes zoals tijdsdruk, te hoge caseload en administratieve lastendruk. Alsof dat het ontwrichten van het gezinsleven en levenslang traumatiseren van kinderen rechtvaardigt. Je zult maar ten onrechte uit huis geplaatst worden en onthecht van je ouders en als je dan later verhaal bij Gerritsen gaat halen, zegt ie: "Sorry, we hadden het te druk."

Gerritsen stelt terecht dat kindermishandeling moeilijk is aan te tonen met objectieve bewijslast. Maar is dat dan een vrijbrief om zeer ingrijpende maatregelen dan maar op subjectieve gronden zoals "niet-pluis" gevoelens, indrukken en intuïtie te nemen? Want als kindermishandeling moeilijk is aan te tonen, is het gevaar van valse positieven zeer groot. Het staat vrijwel vast dat er groot aantal kinderen uit hun gezin getrokken zijn op basis van vermoedens van kindermishandeling, waar feitelijk geen sprake was van kindermishandeling. Het weghalen van kinderen uit gezinnen op valse gronden is ook een vorm van ernstige kindermishandeling. Het is deze kindermishandeling van staatswege waar we bestuurders zoals Gerritsen nooit over horen. Naar mijn inschatting zijn er meer gevallen waarin geen sprake is van kindermishandeling, maar die toch ten onrechte worden gesignaleerd (valse positieven) dan gevallen waarin wel sprake is van kindermishandeling, maar die niet gesignaleerd worden (valse negatieven). Een indicatie hiervoor is dat het aantal gezinsdrama's, ondanks de ongebreidelde groei van jeugdzorg, nauwelijks afneemt. Door de aanhoudende hysterie rond het thema kindermishandeling vrees ik dat het aantal valse positieven in de toekomst alleen maar zal toenemen, met alle vreselijke gevolgen voor de betrokkenen van dien. Wat dat betreft belooft de meldcode die per 1 juli verplicht wordt weinig goeds.

Hoe ernstig kindermishandeling ook is, de staat moet haar beperkingen kennen en niet denken dat de samenleving en het gezin in het bijzonder maakbaar is. Het is dit soort wensdenken over maakbaarheid wat in de geschiedenis al zo vaak tot ontsporingen heeft geleid. Zelfs al zouden alle kinderen in Nederland preventief uit huis geplaatst worden, wellicht de natte droom van veel jeugdzorgbestuurders, dan nog zou er sprake zijn van kindermishandeling. Sterker nog, de kindermishandeling zou zelfs toenemen omdat het risico op mishandeling en misbruik in pleeggezinnen en instellingen veel groter is dan mishandeling/misbruik door de biologische ouders. Daarvoor hoef ik slechts te verwijzen naar het rapport van de commissie Samson. Eigenlijk is ook de staat pedagogisch onmachtig, maar daar horen we jeugdzorgbestuurders nooit over spreken.

Het meest verontrustende is dat jeugdzorgbestuurders zoals Gerritsen bereid zijn om fundamentele mensen- en kinderrechten zoals het recht op privacy, het recht op een gezinsleven, het recht op omgang tussen ouders en kinderen en het recht op een eerlijk proces bij het grof vuil te zetten, alles zogenaamd in het belang van het kind, maar vooral in het belang van de eigen carriêre. Ik noem dat het kind met het badwater weggooien.
Door Marjolein van Hooff (Docent) op
Het is niet mogelijk kindermishandeling vast te stellen, maar wordt op grote schaal door jeugdwerkers gedaan, die daar absoluut niet toe in staat zijn. De kindermishandeling door jeugdzorg zelf komt niet aan bod. OTS en UHP zijn beide mishandeling. "Kinderen willen dat mishandeling stopt". Kinderen worden helemaal niet zo vaak mishandeld, maar als je een onbetrouwbare meldcode gebruikt, lijkt dat wel zo. Kinderen willen wel heel graag dat Jeugdzorg stopt en hen met rust laat! Zij ervaren niet hun ouders, maar Jeugdzorg als een last op hun nek, die veel stress oplevert, beschadigt en traumatiseert. Dus: Waarheidsvinding en betere mogelijkheden schadevergoeding te eisen van jeugdzorg moeten komen, zoals ook hoogleraar jeugdbescherming Ido Weijers in zijn stuk "Tekortkomingen bij de uithuisplaatsing" aanbeveelt.
Door Drs. N.J.M.Mul (ouder-ondersteuner Jz-zaken) op
Geachte heer Gerritsen,

Zoals u ongetwijfeld gemerkt heb hoor ik ook tot die kritische tongen over 'jeugdzorg' en hun 'waarheidsvinding'.
U weet het niet altijd zeker inzake als 'kindermishandeling'. Een feit is echter dat u (c.q. BJZ) ouders daarvan beschuldigt zonder dat dit door een specialist / professional is vastgesteld. Als u inmiddels rapporten heeft van échte professionals dat kindermishandeling er gewoonweg niet is, houdt u dit jaren vol en jarenlang achtervolgt dit ouders in uw rapportages. U weet mogelijkerwijs dat er slechts een 7-tal kinderartsen zijn die gespecialiseerd zijn op dit gebied en nu gaat u aan het werk met een 'meldcode' om allerlei 'signalen kindermishandeling' te laten vaststellen door gewoonweg volledig ondeskundigen op dit gebied. U denkt toch niet dat een schoolbegeleider in een cursus van 2 uur omgeschoold kan worden tot 'specialist kindermishandeling'. Ik ben zelf arts en weet hoe gevaarlijk die beschuldiging is en weet ik dat ik TE ONDESKUNDIG ben om wie dan ook van 'kindermishandeling' te verdenken dan wel te beschuldigen.
U kent ongetwijfeld de zaak Yunus, waar BJZ zelf het bewijs van onschuld van de ouders jarenlang verborgen hield, zelfs voor de rechters....

Treurig acht ik het standpunt van een bestuurder van de BMJ, P. Bleeker, die gewoonweg opschrijft (zie: http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/04/b … ) dat 'waarheidsvinding de figuurlijke motorzaag' is voor een kind. Ook overweegt deze man ontslag te nemen als hij beëdigd zou moeten worden als BJZ_medewerker. In hoeverre zijn standpunt illustratief is voor de gemiddelde BJZ-medewerker en het beleid van de BMJ zal nog nader onderzocht worden.

Als u écht wilt komen tot een verbetering van de jeugdzorg, dan stel ik voor dat als u 'signalen' dan wel 'meldingen' heeft deze éérst direct te laten onderzoeken door een échte deskundige. Is het probleem gezinsstructuur gerelateerd geef dan hulp op vrijwilligers ouder-ouder niveau dan wel via een systeemtherapeut, is het probleem kind-gerelateerd, geef ouders dan direct ofwel via de huisarts toegang tot een échte professional als kinder-psycholoog / kinderpsychiater dan wel orthopedagoog-generalist. Juist die stap, échte deskundige inschakelen houdt BJZ juist tegen en schakelt mogelijk voor eigen gewin, de ene na de andere 'jeugdzorginterventie' in voor de somma van 1730 €/ kind/ maand... (bron: 'normbedragen jeugdzorg /http://wetten.overheid.nl/BWBR0026916/geldigheid … )...

Ik hoop dat deze reactie zal leiden tot het geheel overbodig maken van BJZ: respecteer ouders en geef ouders direct toegang tot échte professionals! Zie de projecten, zonder BJZ: in Noordwijk ('Alle hens aan dek') / Huisartsenpraktijk Eudokia Enschede, 'de opvoedpoli' en Zeeland, waar prof. J. Hermanns inmiddels 50 % minder UHP bereikt heeft!

Als u écht werk maakt van 'maak BJZ overbodig' zoals u eerder schreef, zullen vele ouders u als échte 'jeugdzorgheld' bestempelen...(ooit noemden BJZ-medewerkers zichzelf 'helden' in een plaatselijke krant...)
Ik dank u voor uw aandacht!

Drs. N.J.M.Mul
Door Joost Langezwaal op
Gerritsen ontwijkt de kern van de discussie door te focussen op kindermishandeling, en daar is natuurlijk iedereen tegen.

Waarheidsvinding bedreigt in potentie minstens 50% van de omzet van de jeugdzorgondernemers, en daarom wordt daar kennelijk angstvallig en behendig omheen gedraaid.
Als zaken moeten worden onderbouwd met feiten zal het namelijk in veel gevallen niet lukken om de 'zorgen' te onderbouwen, waardoor het opleggen van een maatregel niet zal lukken.

In andere gevallen zal of zou uit de feiten blijken dat de maatregel ten onrechte is opgelegd (zie bv Yunus en vele anderen), en dat is voor jeugdzorg cs natuurlijk onwenselijk, evenals voor de politici die al lang op de hoogte zijn, maar die het losschieten van het deksel van een van de grootste beerputten in onze nationale historie hoogstwaarschijnlijk liever (opnieuw) over de verkiezingen heen tillen ..

Het ontbreken van deugdelijke rechtsbescherming tegen de overheid en het ontbreken van rechtszekerheid, feitelijke rechtsbescherming en rechtshandhaving, en de volstrekt ongelijke positie in procedures van kinderen en ouders tegenover (NB) organen van de overheid die zich mogen verheugen in rechters die de oren veelal naar hun (veelal loze en/of onware) beweringen laten hangen, is in strijd met nationaal en internationaal recht.

Maar ja, er zijn intussen al snel zó veel bepalingen van toepassing dat je als rechter onder de productiedrang vanuit de Raad voor de Rechtspraak al snel zelf het overzicht verliest.
En wie de Raad voor de Rechtspraak of andere organen van de overheid aanschrijft over e.e.a. merkt vaak tot zijn ontsteltenis dat reageren op de opgeworpen kwestie simpelweg niet lukt of kennelijk bewust wordt ontweken.

Het verklaart wél waarom al lang bekende problemen alsmaar kunnen blijven bestaan.

Nederland is niet voor niets Europees 'kampioen' uit huis plaatsen en onder toezicht stellen. Dat vele gezinnen ten onrechte worden ontwricht door de huidige werkwijze en dat vele kinderen ten onrechte worden beschadigd lijkt velen in het veld niet of nauwelijks te interesseren.

Het belang van het kind is slechts de handige universele kapstok waaraan heden ten dage zo ongeveer álles kan worden opgehangen.

Omdat AMK, Raad en Bjz zelf aangeven dat zij niet aan waarheidsvinding doen betekent dit dat de mededelingen en de rapporten van deze instanties op geen enkele wijze voldoen aan de eisen die de KNMG, NIP en/of NVO stellen aan valide onderzoek en rapportages. Het betreft NB organen van de overheid (AMK, Raad en Bjz worden in stand gehouden op grond van een wet in formele zin).

In dat verband is bij de Toekomstverkenning jeugdzorg (2010) door de Tweede Kamer terecht ingebracht dat de Nederlandse jeugdzorg functioneert op het niveau van de geneeskunde in de middeleeuwen.

De marginale toetsing door de kinderrechter is op deze 'basis' in strijd met het recht, de internationale verdragen en de grondbeginselen van de rechtstaat.
In de praktijk heeft de rechter niet zelden geen tijd om alle stukken behoorlijk te bestuderen, dus het is eigenlijk geen wonder dat het niet lukt om alle toepasselijke bepalingen en beginselen te vinden, laat staan toe te passen. Partijen mogen ter zitting nog net even snel hun zegje doen. Volgende zaak!

Gezien de inhoud van het rapport 'De positionering van de jeugdrechter' gaat het tegelijk om ontbrekende afstemming t.a.v. bevoegdheden, deskundigheid en 'checks en balances' (zie p. 35 e.v.), waardoor kinderen en ouders vaak tussen de wal en het schip vallen zonder mogelijkheden om behoorlijk voor hun rechten op te komen en/of om herstel van gemaakte fouten af te dwingen.

In feite heeft de overheid in het zogenaamde jeugdrecht al langer geleden het sociaal contract (het opgeven van persoonlijke macht en kracht in ruil voor (rechts-)bescherming door een centrale overheid) eenzijdig opgezegd of op zijn minst losgelaten.
Zal de overheid in staat zijn uit eigen beweging het tij te keren, of is de overheid heden ten dage zó onmachtig geworden dat het wachten is op burgers die, om de zoek geraakte balans te herstellen, dan maar weer klassieke middelen introduceren in de discussie?

Het getuigt overigens niet van een academisch werk- en denkniveau om ingrijpende beslissingen te baseren op beweringen en adviezen van instanties (en van individuele MW'ers!) die zelf aangeven dat ze geen onderzoek naar de feiten doen.

Wie kust onze slapende rechters wakker?