of 59244 LinkedIn

Reactie op reacties

Mijn serie columns over ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg heeft tot de nodige reacties geleid, op deze site, via twitter (@egerrit), binnen mijn Bureau Jeugdzorg en één op één. Op een aantal van deze reacties wil ik graag in deze column (die overigens niet de laatste zal zijn, ik ga gewoon door met schrijven over de jeugdzorg), reageren. 

Ik beperk mij daarbij tot het bespreken van inhoudelijke reacties. De repeterende kritiek die mijn columns steeds weer oproept over mijn persoon en mijn bureau jeugdzorg, laat ik verder – ook in de toekomst - voor wat ie is. Ik heb daar eerder naar mijn mening afdoende met feiten op gereageerd, zoals valt na te lezen als je “terugbladert” naar columns van enige tijd geleden.

 

Om te beginnen kan ik het niet laten om te vermelden dat ik ook heel veel positieve reacties heb gekregen op mijn columns van wetenschappers, (gepensioneerde) werkers in de jeugdzorg, beleidsmakers en “ervaringsdeskundigen” (ouders van licht verstandelijk gehandicapten, kinderen van psychiatrische ouders, enzovoorts) die voor mij een aanmoediging vormen om door te gaan met agenderen van de ongemakkelijke waarheid in de jeugdzorg. Een andere aanmoediging vormde de recente reeks artikelen in de Volkskrant met verhalen van gezinsvoogd Sophie Mulder. Wie die schrijnende verhalen leest kan toch niet langer stil blijven zitten? Maar laat ik mij in deze column vooral focussen op de kritiek.

 

Een deel van de kritiek maakt, bewust of onbewust, een karikatuur van mijn verhaal om vervolgens die karikatuur aan te vallen. Daarvan is vooral sprake wanneer het gaat om het verwijt dat ik voorbij zou gaan aan een benadering gebaseerd op aanboren van eigen (positieve) kracht, hulpverleners die naast de ouders en kinderen staan en werken aan vrijwillig motiveren tot meewerken. Toepassen van dwang zou per definitie contraproductief werken, omdat mensen alleen veranderen als ze willen veranderen. Diegenen die mijn columns regelmatig lezen weten dat dit verwijt onterecht is. Ik ben een groot voorstander van meer eigen kracht en het verder verhogen van de professionaliteit van de jeugdzorgwerkers om ouders en kinderen te motiveren tot vrijwillig meewerken. Daar is nog een wereld te winnen, al lukt het de jeugdzorg ook nu al om in 75% van de zeer zorgelijke situaties in vrijwillig kader te werken. Wat ik heb proberen duidelijk te maken is dat er nu één maal, of we dat leuk vinden of niet, situaties zijn waarin het werken in vrijwilligheid simpelweg niet werkt. Niet kiezen voor gedwongen ingrijpen komt dan feitelijk neer op gedogen van kindermishandeling. Ik krijg nog elke keer weer pijn in mijn buik als ik in een “afsluitrapportage” van een zorgaanbieder de passage lees “behandeling afgesloten omdat cliënt niet voldoende gemotiveerd is”. Dan denk ik simpel, ja en wat nu? Berusting is wat mij betreft geen optie.

 

Een ander deel van de kritiek is gebaseerd op de redenering dat kinderen er door gedwongen ingrijpen vanuit de jeugdzorg niet beter en zelfs slechter van worden. Het staat buiten kijf dat elke opvoedsituatie, anders dan veilig opgroeien in het eigen gezin, per definitie minder optimaal is. Opgroeien in een liefdevol pleeggezin benadert de ideale situatie nog het beste, maar elke andere vorm van opgroeien is in zekere mate schadelijk voor de veilige ontwikkeling van kinderen. Dat betekent echter niet dat daarom altijd gekozen moet worden voor opgroeien bij de biologische ouders, hoe belangrijk de band tussen kinderen en biologische ouders ook is. Als de situatie thuis ernstig onveilig is, betekent gedwongen ingrijpen een keuze uit de minste van twee kwaden.

 

Wel is het zo dat door de wijze waarop de jeugdzorg nu georganiseerd is en werkt, voor nog te veel kinderen geldt, dat ze er onnodig “zieker” uitkomen. Ik heb daarover in vorige columns en blogs het nodige over geschreven. De vraag die vervolgens opkomt is, of we kinderen die in het eigen gezin ernstig in hun veilige ontwikkeling worden bedreigd het moeten “aandoen” om ze in de jeugdzorg te laten belanden waar ze het risico lopen om nog “zieker” te worden. Ik spreek nadrukkelijk van risico, omdat de meeste kinderen veel baat hebben bij jeugdzorg, met dank aan de professionals die in een ziek jeugdzorgsysteem in staat zijn heldendaden te verrichten. Mijn eerste antwoord is dat we er natuurlijk alles aan moeten doen om de jeugdzorg nog beter te maken. Maar het simpelweg kinderen thuis in ernstig onveilige omstandigheden laten opgroeien, omdat we niet kunnen garanderen dat elk kind maximaal geholpen wordt in de gedwongen jeugdzorg, gaat mij een stap te ver. Mijn vraag aan diegenen die zich bedienen van het argument “alsof kinderen er in de jeugdzorg zoveel beter van worden” is dan ook steevast: “wat dan?”. Tot op heden volgt dan veelal een oorverdovende stilte. Het valt sowieso op dat in de kritieken weinig concrete alternatieven worden aangereikt voor de voorstellen die ik doe.

 

Eens ben ik het met diegenen die pleiten voor het realiseren van nieuwe vormen van  zorgaanbod waarmee uithuisplaatsingen kunnen worden voorkomen, dan wel dat de schadelijke effecten daarvan kunnen worden verzacht. Denk bijvoorbeeld aan professioneel co ouderschap in de vorm van intensieve dagelijkse thuishulp (als het gaat om meerdere kinderen in een gezin al snel ook goedkoper dan uithuisplaatsing), langdurige stut en steun voor LVB ouders, verplichte kinderopvang in plaats van uithuisplaatsing, aanleunwoningen (onmachtige ouders wonen begeleid naast hun kinderen) en intensievere omgangsregelingen bij uit huisgeplaatste kinderen (scheiden van ouderrol en opvoedrol). Dit is een kwestie van politieke keuzes durven maken. Maar zolang het nog niet zover is, kan het ontbreken van dit aanbod geen reden zijn om kinderen onveilig thuis te laten opgroeien.

 

Een ander punt van kritiek is dat ik met mijn pleidooi voor eerder steviger ingrijpen in extreme situaties waarin sprake is van een grote kans op falend ouderschap (criminele gezinnen, verslaafde ouders, psychiatrische ouders, licht verstandelijk gehandicapte ouders, transgenerationele problematiek) wel heel erg een “alles of niets” benadering voorsta. Ten eerste is dat niet zo, omdat ik in deze situaties – behoudens verslaafde ouders – uitga van het principe dat ouders tenminste bij hun eerste kind een kans moeten krijgen om te bewijzen dat ze opvoed vaardig zijn (wat mij overigens door sommige critici het verwijt oplevert dat kinderen als experimenteermateriaal worden gebruikt, maar dit terzijde). Ten tweede gaat het mij vooral om het bereiken van een mentaliteitsverandering van “ja tenzij” naar “nee tenzij”.  Het blijft ook in mijn benadering individueel maatwerk en een professionele afweging of ouders met bovengenoemde problematiek wellicht vanwege specifieke omstandigheden (sterk sociaal netwerk, nieuwe sterke partner, therapietrouw) toch in staat zijn op een veilig opvoedklimaat voor hun kinderen te realiseren. En de uiteindelijke beslissing is en blijft aan de rechter.

 

Weer een ander aspect van de kritiek betreft het veronderstelde gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing van mijn voorstellen. Los van het feit dat het ultieme wetenschappelijke bewijs vaak niet te leveren is (vanwege het ontbreken van “randomized controlled trials”) zijn mijn voorstellen wel degelijk mede gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Ik moet eigenlijk de eerste wetenschapper nog tegenkomen die mijn voorstellen op basis van resultaten van wetenschappelijk onderzoek weerlegt. Ik roep ze hierbij nogmaals op zich bij mij te melden of te reageren op deze column. Overigens ben ik van mening dat bij het ontbreken van ultieme wetenschappelijke bewijzen, we niet anders kunnen dan ons mede te baseren op “practice based” inzichten van bijvoorbeeld bestuurders in de jeugdzorg die dagelijks met jeugdzorgproblematiek te maken hebben.

 

In een aantal kritische reacties waarin wetenschappelijke inzichten werden aangehaald, werd voorbij gegaan aan de kern van het punt dat ik wilde maken. Natuurlijk ben ik op de hoogte van de kennis over hechtingsproblematiek die ten grondslag ligt aan veel probleemgedrag en opvoedonmacht bij ouders. Maar dat leidt wat mij betreft niet tot andere inzichten over te maken keuzes ten aanzien van de ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg. Het feit dat de meeste ouders er niets aan kunnen doen dat ze onmachtig zijn is geen reden om andere besluiten te nemen over de manier waarop hun kinderen beschermd moeten worden. Wat de hechtingstheorie ons ook leert, is dat kinderen zich prima veilig kunnen hechten aan anderen dan hun biologische ouders. Vandaar het grote belang van pleegzorg en de noodzaak om wel drie keer na te denken over het na enige jaren terugplaatsen van veilig in pleeggezinnen gehechte kinderen bij hun biologische ouders. Als het gaat om de keuze tussen onveilig hechting bij biologische ouders of veilige hechting bij pleegouders dan lijkt mij de keuze simpel.

 

Als het gaat om de rol van schaamte, moet natuurlijk rekening worden gehouden met het risico dat krenking bij mensen met een beperkte emotionele en gewetensontwikkeling agressief en gewelddadig gedrag alleen maar zal aanjagen. In die gevallen is juist zaak om veel directiever (en dus in gedwongen kader) te opereren. Ook deze constatering is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Maar in het voorbeeld dat ik gaf in mijn column over gebruik van schaamte ging het om situaties waarin gebruik van schaamte plaats vind in een context van bieden van een gevoel van geborgenheid en erbij houden en van een perspectief op een betere toekomst.

 

Als het gaat om te weinig wetenschappelijke kennis over de – vaker internaliserende – problematiek bij meisjes, dan doel ik niet zozeer op ontbrekende kennis over het ontstaan van die problematiek zelf, maar op wel degelijk ontbrekende kennis hoe we moeten omgaan met het gegeven dat deze problematiek minder zichtbaar is en pas op termijn tot bredere schadelijke effecten leidt (de moeders van de volgende jeugdzorggeneratie?).

 

Als ik alle kritische reacties nog eens overzie, dan ben ik bevestigd in het belang van het agenderen van de ongemakkelijke waarheden. Als het gaat om de noodzaak om nog beter “engageren” dan zijn we het snel eens. Als het gaat om het tegelijkertijd beter “positioneren” dan slaat het wegkijken toe. Dan komt de nog steeds te grote handelingsverlegenheid van veel betrokkenen bij de jeugdzorg in het volle licht te staan. Daar ligt mijns inziens de kern van het probleem. Door nog beter te worden in het “engageren” zullen we er ongetwijfeld in slagen het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen en het beroep op dure jeugdzorg fors terug te dringen. Maar ook beter “positioneren” zal daaraan bijdragen. Wanneer in de door mij geschetste extreme situaties eerder wordt ingegrepen zal, voor die situaties, het aantal gedwongen maatregelen in eerste instantie toenemen, maar die zullen voor een aanzienlijk deel korter duren en voor het overige een meer duurzaam toekomstperspectief bieden voor kinderen in de knel. In totaliteit schat ik in dat me de door mij voorgestane aanpak het beroep op jeugdzorg tientallen procenten kunnen worden teruggedrongen.

 

Van groot belang is nog om op te merken dat als ik spreek over onmachtige ouders, wat mij betreft geen sprake is van het veroordelen van ouders. Ik kan prima leven met de notie dat niemand zijn kinderen bewust mishandelt en zelfs met het uitgangspunt dat criminele, verslaafde, psychiatrische en LVB ouders er niets aan kunnen doen dat ze opvoedkundig onmachtig zijn. Waar ik als jeugdbeschermer niet mee kan leven is, dat we vervolgens berusten in de gevolgen van die opvoedkundige onmacht voor de kinderen in kwestie. Waar ik niet mee kan leven is dat we vanwege de extreem moeilijke afwegingen die de ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg met zich meebrengen kiezen voor wegkijken en gedogen van de daaruit onvermijdelijk voortvloeiende kindermishandeling.

 

Ik hoop met mijn columns een bijdrage te hebben geleverd aan een discussie die mijns inziens te weinig wordt gevoerd. Een discussie die moet doorgaan en waaraan velen deel moeten nemen. Want zijn we niet allemaal een beetje jeugdbeschermer?

 

Ik kijk uit naar uw reacties.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Eric de Kluis (Hoofdredacteur a.i.) op

Beste lezers,
Zoals u weet zijn uw reacties op deze site van harte welkom. Toch verwijderen wij, met name onder de columns van Erik Gerritsen, regelmatig reacties. Dat heeft met name te maken met het feit dat 1 persoon, die zich bedient van meer dan 15 verschillende namen, de discussie rondom de bijdragen van Erik Gerritsen over de jeugdzorg tracht te beïnvloeden en te verstoren. Wij betreuren dit. Wij hebben de mogelijkheid om de reageren zo laagdrempelig mogelijk gemaakt. Helaas is het dan niet altijd te vermijden dat er personen zijn die daar misbruik van maken.

Eric de Kluis
Hoofdredacteur a.i. Binnenlands Bestuur

Door Ingevoerde op
Erik Gerritsen voert zijn spel steeds agressiever en voert steeds meer censuur uit en trucs. Onlangs werd een ouder met klachten weg gecensureerd hier in Binnenlands Bestuur met haar reacties op de columns van Erik Gerritsen.

Nu probeert ze het via Twitter en komt zo door zijn politieke spelletjes ivm de transitie heen en vestigt opnieuw - zoals zovelen - de aandacht op het klachtenprobleem rondom Gerritsen en BJAA en dan is Gerritsen ineens poeslief en gaat hij zich er persoonlijk mee bemoeien. Dat kennen we van hem hier uit Binnenlands Bestuur: zo lang mogelijk onderdrukken die klachten en ontkennen en de klagers zwart maken en censuur toepassen. En als dat allemaal niet helpt, dan wil Gerritsen plotseling je persoonlijk helpen zogenaamd. Niet echt want mensen die daar op in gingen werden dan gewoon binnen BJAA door Gerritsen weer met een kluitje in het riet gestuurd.

Ook probeert Gerritsen critici te blokkeren van de site van Binnenlands Bestuur, die komen er dan niet meer op.

Zo gaat het er dus aan toe rondom Gerritsen. Zo groot zijn de belangen en zoveel agressie speelt er ook. Het is niet voor niets dat er zo ontzettend vele negatieve reacties op zijn columns komen.
Door Ingrid Dijkhof op
Tja, ik snap ook wel hoe het komt dat voogden zoveel foute beoordelingen maken. Als ze allemaal dit niveau hebben, hoe kunnen zulke mensen dan in godsnaam analyses maken van zeer gecompliceerde familiesituaties en psychische en psychiatrische problematiek inschatten? Met alle respect, maar dat kun je toch geen 'professionals' noemen? Het zit eerder tegen MBO aan, wat een schrikbarend laag niveau. Ongetwijfeld zullen deze mensen van kinderen houden, maar ik zou niet graag zelf aan zo'n HBO-voogd overgeleverd zijn met mijn kinderen. En ik snap ook wel hoe al die fouten er kunnen zijn en waarom er zo'n klachtenprobleem is.
Door Ronald Bant (gezinsmanager BJAA) op
Overigens, over het door zo vaak ijdel gebruikte woord "niveau" gesproken.
Het is toch wel tekenend dat regelmatig uw bijdragen door de redactie van BB worden verwijderd.
Maar goed om op uw vraag terug te komen.
U heeft het over meisjes op kleuterschoolniveau: onjuist en ongemotiveerd
U haalt BJAA aan mbt uitzending VARA ombudsman:
onjuist en ongemotiveerd
U heeft het over ernstig tekortschietende kennis
onjuist en ongemotiveerd
U heeft het over argumentatie en feiten
nog steeds onjuist en ongemotiveerd
Zomaar een paar voorbeelden. U zegt te refereren, maar houdt zich op de vlakte.
U durft niet met open vizier te spelen. U verschuilt zich achter een term. Wees een man/vrouw en speel open kaart. Dit is zo karakterloos allemaal!
Door Eugene (student psychiatrie) op
Wat in de ogen van een hoogleraar een 'cursusje' is, kan in de ogen van HBO-ers een diepgaande studie zijn.
Door Tegengeluid op
Wat wilt u dan gefundeerd hebben, dan zal ik dat doen? En wat is volgens u feitelijk onjuist in wat ik zeg? Dan kan ik dat toelichten. Ik denk dat ik refereer aan zeer veel onderzoek en feiten.

Ik schrijf als Tegengeluid omdat het ook letterlijk zo is. Het gaat om de argumentatie en het gaat om de feiten.

Dus kom maar op met wat u van mij gespecifeerd wil hebben daarin?
Door Ronald Bant (Gezinsmanager bij BJAA) op
Meneer/mevrouw tegengeluid u draait en draait en komt telkens weer met dezelfde ongefundeerde beschuldigingen en feitelijke onwaarheden. Nergens toont u aan wat u stelt. Maar herhaalt, herhaalt herhaalt. U bent gelijk een LP die blijft hangen. Het is zeer evident dat u kennis en deskundigheid ontbeert mbt tot onderhavige problematiek. U weet echt niet waar u over praat, als u het heeft over een "cursusje".
Wellicht zou het bekend maken van uw echte naam en functie bijdragen aan een open discussie. Maar wie weet, is dit wel Freudiaans om een dergelijke schuilnaam te gebruiken.
Door Tegengeluid op
Sorry, ik twijfel niet aan de gedrevenheid. Maar echte professionals doen aan zelfreflectie, handelen klachten eerlijk en fair af, zijn transparant, houden vakliteratuur bij. En klagen niet voortdurend over een gebrek aan waardering. Je krijgt salaris - en een prima salaris ook - als beloning. Daar mag excellent presteren en een hoog kennisniveau van verwacht worden. De professionalisering betreft wel cursusjes zoals de hoogleraar bij de VARA ook zei en de kennis van de problematiek van de kinderen bij gezinsmanagers schiet zeer ernstig tekort. Het niveau is echt veel te laag en dat blijkt ook uit de mate van zelfbeklag en de waarde die de professionals aan hun eigen kennis toekennen. Ze schatten dat te hoog in, hebben onvoldoende reflectie.. Dat blijkt ook uit alle onderzoeken bijvoorbeeld van de Raad van de Veiligheid, de Inspectie, Unicef en Defense for Children trekken jaarlijks aan de bel. En alle media en politieke partijen worden overstroomd met klachten over BJZ's, BJAA voorop, dat is de enige organisatie die zelfs onder dubbele curatele heeft gestaan wegens disfunctioneren.En de enige organisatie waar voortdurend schandalen omheen hangen, en daar is de omstreden Erik Gerritsen met zijn publieke optredens een belangrijke factor in. Helaas.

Door Ronald Bant op
Deze meneer of mevrouw heeft wel erg veel noten op zijn of haar zang. VALSE noten wel te verstaan. Want waar hij/zij schermt met de VARAombudsman, weet hij zij heel goed dat BJAA daar niets mee te maken had. Maar ja, wel zo veilig en makkelijk he, op deze manier. Ook heeft hij/zij het over "jonge meisjes, die het kleuterschoolniveau" niet te boven zouden zijn. Gek, ik werk bij BJAA en de gemiddelde leeftijd van de bijzonder gedreven en professionele collegae gezinsmanager ligt toch dicht tegen de 30 jaar. Allen met een gedegen HBO- opleiding en zeer gedegen en professionele, vakgerichte cursussen en opleidingen om onze professionaliteit verder te vergroten., binnen BJAA . En niet zoals door een professor in de uitzending van de VARA, " zomaar een cursusje". Ik denk zo dat meneer of mevrouw Tegengeluid nimmer binnen een BJZ is geweest en nimmer met een gezinsmanager heeft gesproken en heeft gezien wat ons werk echt inhoudt en in wat voor( moeilijke) situaties wij soms komen en moeten werken. Maar dat doen we graag en goed, en daar ben ik TROTS op!!! Jammer dat het door sommigen in een zwart daglicht wordt gezet. Zo ongelooflijk onrechtvaardig.
Door Sara D. op
Vandaag bevestiging gekregen van de politie dat er inderdaad al drie maanden geen buurtregisseur meer is om de veiligheid van het kind te controleren. Wij zijn verbijsterd, want we moesten van BJAA en Erik Gerritsen, de zaak maar aan de 'professionals' overlaten. Het kind was veilig, het kind werd 'niet mishandeld' ondanks onze jarenlange ervaringen met de extreme verwaarlozing en mishandeling. Dat was niet waar en BJAA en de politie hadden de zaak onder controle, het kind was echt veilig.

En nu dit.....