of 59318 LinkedIn

Oplopende temperaturen?

Heel (zorg)professioneel Nederland werkt hard om mensen zoveel mogelijk binnen hun eigen woonomgeving en met hulp van hun eigen netwerk te laten participeren in de maatschappij. Vergroten van de belastbaarheid door eigen krachtconferenties, wijkgericht werken, meer mantelzorg, meer vrijwilligerswerk is het adagium. Naar mijn stellige overtuiging een heel goed streven, maar ik kan mij niet losmaken van de vraag: hoe draagkrachtig is een wijk eigenlijk?

Deze vraag komt voor mij, als directeur Publieke Gezondheid, scherp naar voren bij de ontwikkeling van de Wet forensische zorg en de Wet Verplichte GGZ. Want naast de drie decentralisaties gaan deze wetten grote gevolgen hebben.

 

Waar het om gaat: beide wetten streven naar het voorkomen dat personen met een psychische stoornis of verstandelijke beperking in een justitiële inrichting terechtkomen, als ze daar niet thuishoren. Waar ze wel thuishoren? In de wijk. Daar ontvangen zij extramuraal ofwel ambulant geestelijke gezondheidszorg. Dit vraagt om aanpassingen door aanbieders van deze vorm van zorg, maar even belangrijk, zo niet belangrijker, zijn de gevraagde aanpassingen van de wijk en dan meer specifiek van haar bewoners. De bewoners zijn immers de mensen die een wijk daadwerkelijk 24 uur per dag vormen.

 

In ‘vroeger tijden’ had ieder dorp of iedere wijk zijn ‘dorpsgek’. Een nu onaardige term voor een wat buitengewoon, maar verder ongevaarlijk persoon. Het moest natuurlijk niet ‘te gek worden’. Als dit toch gebeurde, werd iemand uiteindelijk van straat gehaald. Enerzijds kan je dit een vorm van barmhartige zorg voor uw zwakkere naasten noemen, anderzijds heeft het ook een meer egoïstisch karakter; zolang we er geen last van hebben prima, maar anders: weg ermee. Het maatschappelijk begrip ‘last hebben van’ is in de loop van de jaren aan verandering onderhevig. Zichtbaar, buitengewoon gedrag wordt steeds eerder ervaren als storend gedrag dat aangepakt moet worden. De ontwikkelingen van de Wet forensische zorg en de Wet Verplichte GGZ brengen de problemen weer terug naar de wijk. Zichtbaar en hoorbaar voor elke wijkbewoner, 24 uur per dag. Er komen meer ‘probleemgevallen’ terug naar de wijk en afwijkend gedrag wordt eerder als probleem gezien. Voor het gevoel van bewoners een extra, dubbele belasting van hun wijk dus.

 

Hoe gaat een bewoner, een straat, de wijk hier mee om? De laatste jaren is hard gewerkt de kracht van wijken te maximaliseren. Maar (hoe snel) lukt het ons een omslag in maatschappelijk denken te realiseren? Het leren accepteren van elkaar. En daarnaast: hoe zit het met de belasting? Op dit moment is onvoldoende duidelijk hoe de spreiding van cliënten over een stad of wijk zal verlopen. Deze cliënten zijn aangewezen op sociale huurwoningen. Hierdoor zal concentratie in wijken en buurten binnen gemeenten plaatsvinden. Het is spannend hoe bewoners op elkaar zullen reageren. Het is de vraag of vergroten van de belastbaarheid en spreiding van de belasting voldoende is. Als we de grenzen van de draagkracht van wijken naderen, valt dat af te lezen aan meldingen bij de crisisdienst. De publieke gezondheid, de crisisdienst, als thermometer voor de draagkracht van de wijken. Het zou mij niet verbazen als de temperatuur de komende tijd oploopt.

Paul van der Velpen

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jozef van der Maas (tactisch adviseur veiligheid) op
Hoi Paul,
Lijkt me wel een uitdaging om in beeld te brengen wie allemaal op het gebied van dit onderwerp actief is in de wijk en welke samenwerking er nodig is om “de zelfredzaamheid van de wijk” te bevorderen. Er zijn overigens meer thema’s die dichter bij de burger gebracht kunnen worden. Ik denk daarbij bv. aan:
• Bevorderen van een gezonde leefstijl;
• Zelfredzaamheid bij crises;
• Vroegtijdige opsporing van gebrek aan handelingsperspectief bij de burger.
Preventie is dan het bevorderen van zelfredzaamheid en handelingsperspectief en dat zijn tegenhangers van consumptie van gezondheidszorgvoorzieningen en eindeloos optuigen van voorzieningen die nodig zijn om gezondheids- en veiligheidsrisico's te vermijden.
Door Erik van Marissing (Onderzoeker Verwey-Jonker Instituut) op
Beste Paul, herkenbaar verhaal. In ons onderzoek 'Samenleven met verschillen' in twintig Amsterdamse buurten kwamen we tot een vergelijkbare conclusie. Als je beginnende ergernissen en irritaties als gevolg van onwetendheid en onbekendheid niet op tijd aanpakt, kunnen deze uiteindelijk leiden tot spanningen, conflicten en zelfs vermijdingsgedrag. De oplossing moet mijns inziens vooral gezocht worden in het signaleren en bespreekbaar maken van de gevoelens van zowel bewoners die spanningen of last ervaren als bewoners die die last al dan niet bewust veroorzaken. Het gaat er niet om de stoornis of beperking zelf ter discussie te stellen of op te willen lossen, maar ermee om te leren gaan. HU Lector Doortje Kal spreekt in dit verband van 'ruimte voor anders zijn'. Het is zaak te voorkomen dat problemen pas duidelijk worden als het al te laat is. Het kan geen kwaad om af en toe een goed gesprek te hebben over wat wel en niet kan in de buurt en om te zorgen dat bewoners zich beter in (het gedrag van) hun buurtgenoten kunnen verplaatsen. Belangrijkste vraag die voorligt is: wie is de eerst aangewezene om dit vraagstuk op te pakken? De gemeente? De woningcorporatie? Een andere partij? Zie http://bit.ly/M5CqOU voor het rapport.