of 58952 LinkedIn

Losse einden

Naar verwachting stemt een forse meerderheid van de Eerste Kamer op 18 februari in met de nieuwe Jeugdwet. Het zal niemand verbazen dat ik dat heel goed nieuws vind. Met de transitie ontstaat een historische kans om de jeugdzorg duurzaam te transformeren.

Toch is er geen enkele reden om zelfgenoegzaam achterover te gaan leunen. De nieuwe wet bevat niet meer, maar ook niet minder, dan de noodzakelijke randvoorwaarden voor een succesvolle transformatie. Het uiteindelijke succes zal afhangen van de wijze waarop de nieuwe wet wordt uitgevoerd. Op dat punt zijn er nog de nodige hobbels te nemen. Ik schreef er vele columns over vol. Voor de voorstanders van de transitie is er dan ook nog lang geen reden voor euforie. Twee urgente losse einden waarvoor op korte termijn een oplossing zal moeten worden gevonden licht ik er even uit.

 

Het lijkt erop dat de budgettaire onzekerheid voor de jeugdzorgorganisaties, met de nogal procedurele toezegging van staatsecretaris van Rijn met betrekking tot het instellen van een transitieautoriteit, veel te lang gaat voortduren. Nog maar kort geleden werd 1 oktober 2013 gezien als een uiterste datum waarop definitieve helderheid moest komen. Een datum die keer op keer verder naar voren werd geschoven. Nu al is duidelijk dat er eind februari 2014 nog geen definitieve regeling voor de financiering van de frictiekosten zal zijn. Nu al is ook duidelijk dat de omvang van die frictiekosten, ondanks maximale inzet van gemeenten en jeugdzorginstellingen om deze zo laag mogelijk te laten zijn, dusdanig van omvang zijn, dat veel jeugdzorgorganisaties die in alle redelijkheid en billijkheid niet zelf kunnen dragen. Zolang geen oplossing wordt geboden is de continuïteit van de zorginfrastructuur en daarmee van de zorg aan kwetsbare kinderen in de knel niet gegarandeerd. Met de instelling van een transitieautoriteit die ondermeer de redelijkheid van eventueel door het Rijk te vergoeden frictiekosten gaat beoordelen, lijkt het erop, dat de budgettaire onzekerheid nog maanden gaat voortduren.

 

De kans is groot dat veel jeugdzorginstellingen hierdoor op korte termijn al genoodzaakt zullen zijn vergaande saneringsmaatregelen te starten, waarvan dan later blijkt dat ze een te grote aanslag op de bestaande jeugdzorginfrastructuur hebben veroorzaakt. En dat puur en alleen, omdat de betrokken overheden (Rijk, Provincies/Stadsregio’s, gemeenten) te lang om elkaar heen zijn blijven draaien over de vraag wie welk aandeel neemt in de onvermijdelijke frictiekosten. Jeugdzorginstellingen kunnen het zich vanuit wettelijke bestuurdersaansprakelijkheid simpelweg niet permitteren om er op te vertrouwen dat er via de transitieautoriteit uiteindelijk ergens rond de zomervakantie wel een redelijke oplossing zal worden gevonden. Door zolang te talmen met een regeling voor de frictiekosten spelen de overheden dus met vuur.

 

Het tweede urgente losse eind betreft de samenwerking tussen gemeenten en de JGGZ. Die heeft behoorlijke vertraging opgelopen door alle energie die is gaan zitten in de anti-jeugdwet lobby. Waar gemeenten en jeugdzorginstellingen de afgelopen maanden onder druk van de verplichte totstandkoming van regionale transitiearrangementen steeds nader tot elkaar kwamen, bleef een vergelijkbare ontwikkeling met betrekking tot de JGGZ fors achter. Het akkoord dat de VNG en Zorgverzekeraars Nederland onlangs sloten over de ondersteuning van de gemeenten door de Zorgverzekeraars ten aanzien van de inkoop van de JGGZ, is een stap in de goede richting, maar wel rijkelijk laat.

 

Noodgedwongen ontkomen gemeenten er daardoor niet aan voorlopig de perverse DBC-financiering te continueren. Een financieringssystematiek die vroegtijdig inschakelen van JGGZ-expertise en samenwerking tussen JGGZ en jeugdzorg ontmoedigt en daarmee de transformatiedoelstellingen ondergraaft. Gemeenten doen er dan ook verstandig aan om niet alleen als de sodemieter een inhaalslag te maken ten aanzien van de voorbereiding op de JGGZ inkoop voor 2015, maar tegelijkertijd direct op zoek te gaan naar correcties/aanvullingen op de DBC-financiering. Dat is in beginsel mogelijk nu ze de beschikking krijgen over een ontschot jeugdzorgbudget, waarbinnen men een potje kan reserveren om vroegtijdige diagnostiek en samenwerking te financieren los van de DBC-terreur. Doen ze dat niet, dan zullen de kosten de komende jaren nog onnodig worden opgedreven door een gemankeerde integrale aanpak.

 

Erik Gerritsen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Lea Kraan (AWBZ indicatiesteller Jeugd GGZ en geregistreerd jeugdzorgwerker) op
Ik sluit mij aan bij de inhoudelijke en bezorgde opmerkingen van een aantal andere werkers in de jeugdzorg en jeugdgezondheidszorg c.q. Jeugd GGZ.
We moeten samen alert en proactief reageren op de aankomende stelselwijziging. Ik wil niet dertig jaar terug in de tijd van de "houtje-touwtje jassen", waarin ook al gesproken werd over interdepartementale werkgroepen voor welzijn, justitie, zorg en welzijn.
Geen losse eindjes, maar daadwerkelijk zorgen voor de kinderen en gezinnen, die kwetsbaar zijn door ernstige persoonlijke problematiek
Door Anneke Vinke (GZ psycholoog Kind en Jeugd) op
Mijn grootste zorg is vooral het volkomen ontbreken van een inhoudelijk pedagogisch, psychologisch en kinderpsychiatrisch wetenschappelijk en praktisch gevalideerd kader. Het draait om geld niet om goede hulpverlening.
Nederland moet zich diep diep schamen dat zij haar jeugd verkwanseld - over een aantal jaren zal de rekening opgemaakt kunnen worden en als er dan in de volwasene pn zoeg een groter beroep gedaan wordt op ondersteunende voorzieningen, psychiatrie en ook detentie, weten we zeker dat dit niet werkt. Ook dan krijgt de jeugdzorg de zwarte piet want dan hebben ze het niet goed gedaan.
Persoonlijk word ik onpasselijk van het politieke beheers-en machtspel dat wordt afgedekt met mooie ideeen en voornemens - overigens allen gelijk aan de voornemens en uitgangspunten van de transitie in de jaren '90 toen BJZ werd opgericht en die niet geslaagd is-
Wat dan wel? Vooraleer luisteren naar de academisch geschoolde, evidence based werkende professionals en samen met hen de inhoud bepalen - dan de vorm .
Pijnlijke keuzes kunnen niet worden vermeden, maar ze moeten inhoudelijke keuzes zijn en geen beheers, machts en politieke keuzes.
Eerste kamer schep daar nou het kader voor! heb lef om dat te doen ipv gewoon met oogkleppen op mee te gaan in een maalstroom waar onze jeugd (en dus inze toekomst) in verzuipt
Door Trees Lamers (innovator) op
Dat zijn inderdaad een paar knelpunten en in onze brief naar de Eerste Kamer hebben we nog een paar andere knelpunten genoemd (brief is openbaar en staat op www.houdinibeweging.nl) Verzekeraars kunnen nu niet uit de voeten met innovatie van instellingen die een integraal aanbod hebben van jeugdzorg en jeugd GGZ zorg. Nu dreigt het gevaar dat de methode diagnose behandel combinatie (DBC) overgenomen wordt omdat er "nog geen andere methode is". DBC zijn op weg naar DOT - DBC op weg naar transparantie. Een manier die gebruikt wordt om een specialisme overstijgende wijze van werken in een systeem te kunnen onderbrengen. Ervaring is vooral opgedaan in de gezondheidszorg en GGZ. Hoe zal het gaan met combinatie van jeugdzorg en jeugdGGZ? Daarin hebben de verzekeraars zoals aangegeven geen ervaring en kunnen hierin niet adviseren. Er zijn wel nieuwe organisaties die hierin ervaring hebben maar die dreigen om te vallen omdat ze kosten niet vergoed krijgen, de behandeling valt niet voor 100% in de GGZ zorg en niet voor 100% in de jeugdzorg, dus geen financiering. Het was juist de bedoeling van de wet Jeugd om meer van een cliënt uit te gaan en niet "productie driven" te werken? Innovatie dreigt vroeg te sneuvelen als dit op deze wijze doorgaat.
Toch moet ook worden opgemerkt dat het grote voordeel van de verzekeraars is dat zij de kosten hebben terug weten te brengen in de zorg, een complexe opgave. Een vraag blijft wel wat er met de hoge winsten van de verzekeraars gebeurt. Gaan dan de zorgpremies omlaag? Het systeem van DOT wordt steeds meer geautomatiseerd en gebruikt een computerprogramma (een grouper) om te kunnen berekenen of de geleverde zorg overeen komt met een zorgproduct. Het grote voordeel is dat de privacy beschermd is van een cliënt maar dat een systeem bepaalt of zorg betaald wordt. Hoe goed je ook programmeert, een werkelijkheid is weerbarstig en de menselijke maat past niet in een systeem. Tja en tegen een computer kan je redeneren maar die herhaalt alleen een systeem. "System say no", is dan het antwoord. Wat vervelend dat een mens niet net zo voorspelbaar is als een systeem..... :(. Hoe onwerkelijk dat kan zijn, daar zijn genoeg ervaringen mee. Dus ja, er is veel werk te doen, veel energie is gaan zitten in de structuur. Een daadwerkelijke innovatie en een continu proces van kwaliteit verhogen in de zorg, tevens een bewustzijn van de kosten. Dat vergt een langere adem en het vinden van een menselijke maat.