of 59244 LinkedIn

Ieder Kind Blijvend Veilig!

Deel 2 in de serie Betekenisvolle prestaties in de jeugdzorg. 
In mijn eerste column over betekenisvolle prestaties in de jeugdzorg concludeerde ik, dat het vanwege perverse effecten niet verstandig is om in de jeugdzorg te sturen en af te rekenen op vermindering van het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, terwijl een daling van het aantal gedwongen maatregelen wel degelijk een goede indicator is voor de gezondheid van het jeugdzorgstelsel.

Sturen doe je op een doel (veiligheid van kinderen) niet op een middel (ondertoezichtstelling/uithuisplaatsing). Sturen op een blijvend veilige ontwikkeling van kinderen in de knel zal overigens vanzelf leiden tot een forse vermindering van het aantal gedwongen maatregelen, zo gaf ik aan.

 

(Bureau) Jeugdzorg is derhalve succesvol als ze er in slaagt kinderen in de knel weer blijvend veilig te laten opgroeien. Maar wat is dat precies, een veilige ontwikkeling? Hoe meet je dat? Daarover gaat deze column. Ik baseer mij daarbij op de praktijk bij mijn eigen Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Een praktijk die ontwikkeld is door de professionals zelf. Een praktijk die nog in ontwikkeling is. De beschrijving die nu volgt geeft daarom de ideaalsituatie aan waar naar gestreefd wordt.

 

Het begrip veilige ontwikkeling is uitgewerkt in een pedagogische visie die bestaat uit een aantal veiligheidsnormen, te weten:

  • een leeftijdsadequate ontwikkeling;
  • adequate verzorging gericht op een goede gezondheid;
  • een veilige fysieke omgeving;
  • continuïteit en stabiliteit in levensomstandigheden, verzorging, aandacht en relaties,
  • een respectvolle leefomgeving waarin wensen en behoeften van het kind serieus genomen worden
  •  geborgenheid, steun en begrip van tenminste één volwassene;
  •  structuur die ondersteunt, met aanmoediging, realistische grenzen, balans in belonen en straffen, toezicht en ruimte voor initiatief en plezier;
  • educatie: mogelijkheden om talenten te ontplooien;
  • psychische problematiek van opvoeder(s) is niet overheersend en bepalend binnen het gezin.

 

Per norm worden zorgpunten en krachten van ouders en kinderen concreet in kaart gebracht en wordt beoordeeld of sprake is van een (ernstig) bedreigde ontwikkeling. De veiligheid wordt periodiek gescoord op een schaal van 1 tot 10. Vanuit de zorgpunten worden concrete doelen geformuleerd die nodig zijn om de kinderen in kwestie weer blijvend op de veiligheidsnorm te brengen. Dit wordt de “centrale lijn” (plan van aanpak) genoemd.

Ook die centrale lijn wordt periodiek gescoord op een schaal van 1 tot 10. Als op veiligheid en centrale lijn een 6 wordt gescoord is sprake van een “goed genoeg” situatie en kan worden afgesloten en/of overgedragen naar het lokale veld/sociale netwerk. De beoordeling op basis van de pedagogische visie en de scores op veiligheid en centrale lijn vinden plaats op basis van intercollegiale toetsing in het basisteamoverleg en in overleg met het gezin en eventueel andere bij het gezin betrokken hulpverleners. Verschil van inzicht met het gezin wordt in de rapportages zichtbaar gemaakt, maar de mening van de gezinsmanager is uiteindelijk doorslaggevend. Het werken met cijfers lijkt simplistisch, maar is dat niet. Het “dwingt” de gezinsmanager om concreet te onderbouwen waarom hij/zij tot die conclusie komt, wat de kwaliteit van de uiteindelijke afwegingen en beslissingen ten goede komt. Natuurlijk is uiteindelijk sprake van een subjectief oordeel, maar door de werkwijze is wel sprake van maximale intersubjectiviteit. Meer is ook niet haalbaar.
 

De kwaliteit van te nemen beslissingen en te ondernemen acties neemt verder toe, omdat ook een aantal cruciale mijlpalen worden geregistreerd en continu onderwerp van gesprek zijn. Het gaat om datum aanmelding, datum eerste huisbezoek, datum “klik” met het gezin, datum centrale lijn met hele gezin besproken, datum Eigen Kracht Conferentie besproken, datum EKC uitgevoerd, datum eerste hulpaanvraag, datum start hulp, datum start borging, datum centrale lijn gehaald, datum afsluiten. Er wordt niet gestuurd op deze doorlooptijden (behalve datum huisbezoek), maar afwijkingen van gemiddelden in relatie tot scores op veiligheid en centrale lijn vormen aanleiding tot het gezamenlijk zoeken naar verklaringen en mogelijkheden tot bijsturing. Naar het verhaal achter het signaal. Hoe komt het dat het maken van de “klik”zo lang duurt in dit gezin? Waarom is de mogelijkheid van een EKC wel besproken maar is de EKC (nog) niet ingezet? Waarom komt het gezin maar niet in de borgingsfase terecht? Waarom is er lange tijd geen sprake van een stijgende lijn in de scores?

 

Wat deze wijze van meten en sturen op veiligheid en centrale lijn in combinatie met meten van doorlooptijden in essentie doet, is het scheppen van een vruchtbare bodem voor continue zelfreflectie, intercollegiale toetsing, supervisie en dialoog met gezinnen en netwerkpartners. Dat komt niet alleen de kwaliteit van het werk van de gezinsmanagers ten goede, maar leidt ook tot een zo betrouwbaar mogelijk intersubjectief beeld van de prestaties van (Bureau) Jeugdzorg. Het systeem van meten zit zo in elkaar dat de prikkel om eerlijk te scoren en te registreren maximaal is. Om dit systeem volledig sluitend te maken, zou het nog aangevuld moeten worden met onderzoek naar hoe het na bijvoorbeeld een half jaar en een jaar na afsluiting van de zaak met de gezinnen/kinderen gaat.

 

Resteert de vraag of het hiervoor beschreven systeem van meten van prestaties van (Bureau) Jeugdzorg niet te eenzijdig kwantitatief is en te veel gedomineerd door het oordeel van de jeugdzorgprofessionals. Daarover meer in de volgende en laatste column over betekenisvolle prestaties in de jeugdzorg.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jozef Langezwaal (jurist) op
32 296 Nr. 2
Toekomstverkenning jeugdzorg
VERSLAG VAN EEN RONDETAFELGESPREK
Vastgesteld 10 februari 2010

Mevrouw Greveling: Nee, dat klopt. De naam van Bureau Jeugdzorg is
nooit meer goed te krijgen. Wij beginnen nu met een Centrum voor Jeugd
en Gezin. Ik vrees dat wij daar sowieso niet meer vanaf komen. Niemand
ziet er het nut van in. Je komt namelijk bij loket één binnen en bij loket vijf
ben je je kind kwijt. Er zal dus wel degelijk goed gewerkt moeten worden.
Bovendien is het Centrum voor Jeugd en Gezin puur een vervanging van
wat de gezinsvoogd zou moeten doen en wat deze dus verzaakt. De
gezinsvoogd hoort het contact te onderhouden tussen de verschillende
instanties die met een gezin bezig zijn. Niet alle instanties zitten in het
Centrum voor Jeugd en Gezin, maar je krijgt wel met ze te maken.
Waarom wordt dan niet de hele jeugdzorg opgedoekt? Op dit moment is
dat een ondoordringbare vesting. Hoe meer publiciteit erover komt, hoe
erger het wordt. Je krijgt daar bijna niemand te spreken en je wordt uitgescholden.
Het maakt ze allemaal niet uit. Waarom doen wij Bureau Jeugdzorg
niet weg?
Door Jozef Langezwaal (jurist) op
VERSLAG VAN EEN RONDETAFELGESPREK
Vastgesteld 10 maart 2010
De algemene commissie voor Jeugd en Gezin heeft op maandag 8 maart 2010.
Erik Gerritsen, voorzitter raad van bestuur Bureau Jeugdzorg Amsterdam

De heer Gerritsen:
( .. )
We krijgen echter ook de grenzen van het systeem heel scherp in beeld. Ik heb wel eens gezegd dat de jeugdzorg kan worden beschouwd als een disfunctionele familie en dat er systeemtherapie nodig is om tot verbetering te komen. Wij moeten dus niet de slachtofferrol vervullen. Dat doen wij overigens ook niet, want dat verwachten wij ook niet van onze kinderen en onze ouders. We doen daaraan dus het maximale, maar tegelijkertijd blijkt heel scherp wat er mis is met het systeem. Daaraan moeten de papa’s en mama’s iets doen en die zitten daar (in Den Haag) aan tafel. Als dat gebeurt, wordt er echt een grote sprong gemaakt. Anders blijft er sprake van suboptimaliseren in een disfunctioneel systeem. Familietherapie houdt in dat de disfunctionele patronen bloot worden gelegd.
Door Ron V (Betrokken ouder) op
Beste Lb.Koppenol en uiteraard de heer Gerritsen,
@ koppenol, dus u vindt dat kinderen bij een borderlinemoeder moet worden weggehaald door BJZ? Voor u tijd om de ondersteuningsgroep waar u inzit per direct te verlaten.

Mijn partner heeft ook "borderline" of wat daar ook voor door moet gaan.
Ik ben van mening dat zij haar moeten helpen en niet de kinderen gelijk uit huis plaatsen.
Ook ik ben aanwezig en houdt mij zeer intensief met de opvoeding bezig.
Toch besloot BJZ 2 jaar geleden om de kinderen met spoed uit huis te plaatsen.
Gelukkig heb ik de rechter kunnen overtuigen van de waanzin van wat er gebeurde en waren ze gelukkig weer binnen 5 weken terug, jawel na de uitspraak had BJZ nog 3 hele weken nodig om er voor te zorgen dat ze weer thuis kwamen. BJZ wilde na het jaar de OTS weer verlengen, maar ook dit werd gelukkig door de rechter geweigerd, dankzij een verklaring van een onafhankelijk psycholoog en een rechter die gelukkig wel stukken leest en luisterd.
De psychologische hulp waar mijn partner zelf al naar toe ging vlak voordat BJZ zich met ons ging bemoeien werd door hetzelfde BJZ vakkundig om zeep geholpen, want wij hadden volgens hen opvoedkundige begeleiding nodig. Mijn partner die tot aan deze begeleiding 1x per 6 weken (op zijn Hollands gezegd) uit haar plaat ging, ging gelijk 4x per week uit haar plaat. Weigeren van deze hulp betekende uithuisplaatsing. Gelukkig heb ik uiteindelijk deze opvoedkundige de deur uitgezet en gelijk weer de psycholoog ingeschakeld. Het heeft weer even geduurd, maar de rust is weer teruggekeerd, en niet dankzij BJZ. Gevolg is wel dat de oudste NERGENS meer wil logeren omdat hij nog steeds bang is dat hij dan niet meer naar huis mag.

Hoezo in het belang van de kinderen?

Er geldt bij BJZ maar 1 belang en dat is geld, en hoe kunnen we de kinderen zo snel mogelijk in een OTS krijgen en vooral houden en het liefst uithuis plaatsen.
Externe psychologen worden door hen stelselmatig geweigerd, omdat deze aantoonbaar een andere mening dan de “professionals” van in ons geval toch zeker wel 24 en 26 jaar van BJZ hebben.

En dan durft de heer Gerritsen als kop te gebruiken IEDER KIND BLIJVEND VEILIG!
Laat hij daar dan onder zetten MAAR NIET BIJ BJZ!
Door Drs. N.J.M.Mul (ouder-ondersteuner in Jz-Kb zaken) op
Het is verbazingwekkend dat een bestuursvoorzitter van een BJZ, nu zijn eigen mensen de 'successen' laat beoordelen en dan alle miskleunen, aangetoond door wetenschappers, verzwijgt. Ik noem even pro memorie:
- Het rapport van de WRR Junger-Tas uit 1983;, uitkomst: volstrekte willekeur bij jeugdzorg, geen enkele lijn in enig beleid.

- Het rapport '909 zorgen' van prof. N.W. Slot: het blijkt uit objectief onderzoek dat ca. 26 % van de jeugdzorg-ontvangers er beter van wordt, 28% slechter en de rest géén enkele effect... 74 % van alle geld naar jeugdzorg is weggegooid geld.
- De duidelijke opvatting van prof. J. van de Acker, die in de Volkskrant een artikel schreef met de kop 'BJZ opdoeken'... duidelijke taal lijkt mij van een hoogleraar!
- Rapport van de commissie Samson, waaruit bovendien de ergste passages weggelaten zijn, 'omdat anders BJZ er zo slecht van af zou komen', blijkt dat de kans op misbruik maar liefst 3x zo groot is als men met 'jeugdzorg' te maken heeft.

Toch durft dhr. Gerritsen te spreken van 'successen van jeugdzorg' en nu heb ik nog even niet gehad over de onder toezicht van jeugdzorg vermoordde kinderen.

En hr. Koppenhol: weet u wel wat 'Borderline' is? Kijkt u eens in Wikipedia en maak ook eens het onderscheid tussen B-persoonlijkheidkenmerken en B-persoonlijkheidsstoornissen en zie dat de 'diagnose' 'Borderline' ca. 1980 werd 'ontdekt' en in medische kring nog steeds zeer omstreden is. Enige nuancering van uw kant zou geen kwaad kunnen.

Wat zou er onzinnig aan zijn om jeugdzorg past te betalen na succesvol behaald resultaat, geen resultaat, geen betaling.....??
De lofzang van dhr. Gerritsen heeft wat weg van de studiedag 'succesverhalen van jeugdzorg' 19-06-2008 van het IPO te Utrecht... verbazingwekkend waren de successen en hoe er gepraat werd over 'snelle thuisplaatsing' van kinderen en 'samenwerken met ouders'... (bij die studiedag waren geen ouders en was ik de enige ouder-ondersteuner, de rest BJZ-bobo's en politici die niets met ouders van UHP-kinderen te maken hadden.Als u ooit eens ouders spreekt over jeugdzorg dan zal u leren dat van thuisplaatsing van kinderen zelden sprake is, dat er met jeugdzorg amper communicatie mogelijk is, jeugdzorg 'contact gestoord' is (zelden bereikbaar) en van samenwerken al helemaal geen sprake is, ouders ervaren jeugdzorg eerder als een soort terreur. Zo iets leer je, heer Gerritsen, om eens vaker met ouders te praten, vooral die UHP-kinderen hebben!

Waarom zien ouders die successen eigenlijk zo zelden? Het meest succesvolle is als ouders mij berichten hun kinderen weer thuis te hebben of verlost zijn van de OTS....

Nico Mul
Door Lb.Koppenol (ondersteuninggroep OMstanders bl-Rijnmond-) op
Onzin Mul. Zat borderliners-vrouwen die nooit gezag hadden mogen kunnen krijgen in Familierecht.
Kenmerken: bedonderen, manipuleren, leiegen, valse verklaringen afleggen en ga zo maar door.
Vervreemding door dat soort van eigen duizenden vaders van kinderen en daarmede ook in vele zaken Verduistering van Staat kinderen plegend, een ernstig
misdrijf. 236 Strafrecht.
M.a.w. waar haal je de kul vandaan Mul.
In gevallen heeft u gelijk, doch vele vele kinderen moeten wel uithuis omdat daarvoor al fouten worden gemaakt door ouders gezag te geven die totaal geen gezag hadden moeten hebben of krijgen bij geboorte al niet. En dat weet u donders goed ook. L.l dan een keer niet uit uw nek.
Door Drs. N.J.M.Mul (ouder-ondersteuner in Jz-Kb zaken) op
Geachte heer Gerritsen,
Dat u reclame maakt voor BJZ en graag meer geld voor dit instituut wilt hebben, kan ik me voorstellen voor een bestuursvoorzitter en vooral een extra bonus voor u zal wel welgevallig zijn.
Zonder enige betaling ondersteun ik al meer dan 18 jaar ouders die te maken hebben met wat zij ervaren als 'de terreur van jeugdzorg'. U verzwijgt geheel in uw reclamespot alle negatieve effecten van het vele overplaatsen en gesol met kinderen, de door jeugdzorg opgewekte 'reactieve hechtingsstoornissen' en vooral de schade op lange duur, die u wekelijks kan zien in programma's als 'Vermist' en 'Spoorloos', U gaat met een rijtje algemeenheden die in ieder plan van aanpak staan er van uit dat alles in pleeggezinnen perfect is, pleegouders ook nooit ruzie hebben en dat daar wél voldoende aandacht voor het kind is...(vooral in die gezinshuizen met 8 pleegkinderen en 3 eigen kinderen of zo... waar géén emotie getoond mag worden voor kinderen van 2-12 jaar en waar het contact met ouders geminimaliseerd wordt.

Vreemd vind ik het dat ouders juist zo BLIJ zijn als ze van de 'jeugdzorg amateurs' verlost zijn...
Ik spreek van 'amateurs': een professional respecteert op zijn minst wetenschap, heeft een bij wet vastgestelde beroepsopleiding, een beroepsregistratie en -rechtspraak. Alle 3 de elementen van professionaliteit ontbreken (nog) bij BJZ.
Over de 'veiligheid' zijn mij voldoende, goed geïllustreerde voorbeelden bekend, vooral waar kinderen vermoord werden.... zie Roermond en de brand waar 6 kinderen omkwamen; de ROEP OM HULP van de vader die tot zijn wanhoopsdaad kwam, werd GENEGEERD... Evenzo de bezorgdheid van de vader van 'het meisje van Nulde'... ouders negeren is wel een handelsmerk van BJZ... En nu wilt u middels deze ster-spot voor BJZ wederom ouders buiten spel zetten.

Ik stel daarom voor de financiering van BJZ te veranderen: bij een OTS krijgt u ook ca. 8000 €/ kind/jaar, maar ALLEEN achteraf als de ouders in kwestie tevreden zijn over uw 'hulp'!
Voor de betaling bij UHP: idem: komen de kinderen terug bij ouders én zijn de kinderen beter geworden van de interventie, dán volgt de betaling en niet betaling vooraf en we rukken nog wat gezinnen uit elkaar en we laten dat zo door het overschrijven van rapporten vol met aannames, 'indrukken', 'meldingen' en met vooral geen waarheidsvinding!

Nico Mul, kritisch volger van uw columns