of 59244 LinkedIn

Handelingsverlegenheid

Met de aanstaande transitie en transformatie van de jeugdzorg worden de meeste elementen van een duurzame jeugdzorg in de grondverf gezet. De overgang naar één verantwoordelijke bestuurslaag en één ontschotte financiering betekent dat op landelijk systeemniveau perverse prikkels voor non samenwerking en bureaucratie worden weggenomen.

Als gemeenten de hun geboden ruimte vervolgens goed benutten, door te gaan werken op basis van door de keten/het netwerk te leveren gezamenlijke betekenisvolle prestaties gebaseerde financiering, dan zullen ook hier bureaucratie en non samenwerking bevorderende prikkels verdwijnen.

 

De aanstaande beleidsinhoudelijke transformatie (investeren in eigen kracht en pedagogische “civil society”) zal er vervolgens voor zorgen dat jeugdzorgproblematiek niet onnodig uit de hand loopt, waarmee het beroep op dure jeugdzorg zal verminderen. Als gemeenten daarnaast ook de moed hebben om de ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg recht in de ogen te kijken (zie mijn eerdere columns hierover), dan is het beleidsinhoudelijke fundament onder een duurzame jeugdzorg stevig gelegd.

 

Genoemde maatregelen plaveien de weg naar de grootste uitdaging om het nieuwe jeugdzorgstelsel echt duurzaam te maken, het uitbannen van handelingsverlegenheid. Handelingsverlegenheid komt in de kern neer op “niet het maximale doen wat nodig is om de veilige ontwikkeling van het bedreigde kind te waarborgen”. Handelingsverlegenheid in de jeugdzorg komt op alle niveaus voor. Denk bijvoorbeeld aan van de ongemakkelijke waarheid wegkijkende politici die zich verschuilen achter simplistische oplossingen in plaats van te durven investeren. Denk aan de media die zwelgen in familiedrama’s in plaats van doortimmerde evenwichtige berichtgeving. Denk aan bestuurders die het belang van de eigen organisatie stellen boven het belang van het kwetsbare kind en hun medewerkers belasten met overbodige bureaucratie. Denk aan jeugdzorgprofessionals en middenmanagers die zich verschuilen achter regels, elkaar niet durven aanspreken, berusten in niet optimale oplossingen vanwege het bestaan van wachtlijsten, naar elkaar (ver)wijzen in plaats van te handelen en niet net zo lang opschalen, desnoods tot het hoogste niveau, totdat er een acceptabele oplossing voor het kwetsbare kind is gevonden.

 

Met de hiervoor genoemde maatregelen in het kader van transitie en transformatie verdwijnt een fors aantal systeemprikkels die bevorderend werken voor het ontstaan van handelingsverlegenheid in de jeugdzorg. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat met het verdwijnen van perverse prikkels als vanzelf de handelingsbekwaamheid toeneemt. Handelingsverlegenheid vindt namelijk ook zijn oorsprong in de aard van het jeugdzorgwerk. Die kent een hoog emotioneel karakter, grijpt diep in in het leven van gezinnen (externe bemoeienis met het opvoeden van kinderen rondom het thema kindermishandeling), wordt gekenmerkt door een hoge foutgevoeligheid, onzekerheid en afbreukrisico (“damn’t if you do, damn’t if you don’t”) en vergt een lange adem als het gaat om het boeken van - ook nog eens relatief kleine – successen, vanwege de weerbarstigheid van complexe jeugdzorgproblematiek.

 

Met het verdwijnen van perverse systeemprikkels komen alle schijnwerpers op de jeugdzorgprofessional in de frontlijn te staan. Die kan zich niet langer verschuilen achter verstikkende bureaucratie. Die staat voor de uitdaging om het gevoelige onderwerp van kindermishandeling bespreekbaar te maken met ouders en kinderen, ook in systeemgesprekken met ouders en kinderen samen. Die staat voor de uitdaging om elkaar in het uitvoeringsoverleg rondom een kwetsbaar gezin aan te spreken als sprake is van gebrek aan samenwerking en niet nakomen van afspraken. Die staat voor de uitdaging om op te schalen bij visieverschil of niet nakomen van de leveringsplicht van één van de netwerkpartners. Die staat, kortom, voor de uitdaging om te handelen, om te doen wat nodig is om het gewenste resultaat voor het kwetsbare kind te realiseren en niet te rusten voordat dit resultaat bereikt is.

 

Natuurlijk is rugdekking vanuit het (top)management een noodzakelijke voorwaarde voor het doorbreken van handelingsverlegenheid van de frontlijn professional. Het (top)management zal het goede voorbeeld moeten geven in het afwerpen van handelingsverlegenheid. Maar het zijn uiteindelijk de jeugdzorgprofessionals die het feitelijke werk moeten doen. Als dus, met alle veranderingen die in het kader transitie en transformatie nu gaande zijn, het vergroten van de handelingsbekwaamheid van de professionals onvoldoende aandacht krijgt, dan zal het doel van een duurzame jeugdzorg alsnog niet bereikt worden.

 

Verdere professionalisering is dus keihard nodig. Niet alleen op het gebied van kennis en vaardigheden op het gebied van effectieve methodieken. Maar vooral ook ten aanzien van het vergroten van de handelingsgerichte competentie “doen wat nodig is”.  De ervaring leert dat dit vooral bereikt wordt door professionals aan de hand van concrete casuïstiek in staat te stellen om individueel met supervisie, met directe collega’s en in de uitvoerders overleggen waarin men participeert,  permanent te laten leren en reflecteren op eigen en gezamenlijk handelen.  Dat vergt investeren in leeromgevingen en escalatietafels waar knelpunten (kwesties) die vanuit die leeromgevingen naar voren komen worden opgelost. Politici en bestuurders die daartoe niet bereid zijn doen zelf niet wat nodig is en zijn zelf handelingsverlegen.


Erik Gerritsen

 

Klik hier voor meer columns van Erik Gerritsen

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Dekker (Eigenaar) op
Kort maar simpel.
Het beleid van jeugdzorg is te vergelijken met gestapo/nazi/stasi praktijken.
Alleen in Nederland is de jeugdzorg zo`n ongeorganiseerd zootje.

Erik Dekker
http://jeugdzorg.info
Door Richard (Ouder) op
Wat men vaak ziet bij organisaties die een transformatie ondergaan, is dat deze overwegend naar binnen toe gericht raken. Wat als gemeenten niet hun geboden ruimte goed benutten en niet de moed hebben om de ongemakkelijke waarheden van Jeugdzorg recht in de ogen te kijken. Hoewel deze keerzijde zeer reëel kan zijn, blijft deze beschouwing in dit artikel helaas onbeschreven.

In dit artikel lees ik over een organisatie dat zijn aandacht volledig naar zichzelf toe trekt. Dit vind ik vreemd, omdat als het om het beschermen van kinderen gaat er een totaal andere positionering ligt dan Jeugdzorg zichzelf iedere keer voorstelt.

De volgorde is namelijk:
(1) Ouders zijn de eerste die alles voor hun kind over hebben en meteen klaar staan om hun kinderen alle zorg te bieden die ze nodig hebben
(2) Familieleden staan paraat om ouders te ondersteunen wanneer er extra hulp nodig is
(3) Vrienden en kennissen geven alle tips en adviezen die ouders nodig hebben bij opvoedingsvraagstukken
(4) Leerkrachten helpen de ouders mochten er leerproblemen optreden en verwijzen eventueel door naar een zorgcommissie
(5) De dokter help bij medische problemen en verwijst ouders door naar een specialist als het ernstig wordt
(6) Jeugdartsen bij consultatiebureau geven algemene opvoedtips en waken over de basale gezondheid van kind
(7) Omstanders, politie en de ambulance helpen kinderen en ouders als er om allerlei redenen acuut gevaar dreigt
(8) Jeugdzorg komt pas in beeld wanneer er sprake is van kindermishandeling of ernstige verwaarlozing

Wanneer het niet goed gaat met een kind dan is er op één van de acht punten ernstig gefaald. Merkwaardig genoeg concentreert de aandacht zich bij Jeugdzorg alleen maar op punt 1 en moeten ouders op eigen kracht leren om het falen van punten 2 tot er met 8 aan te pakken.

Dat dit een onmogelijke opgave is moge duidelijk zijn. Kinderen groot brengen is een sociaal gebeuren waar iedereen vanuit verschillende invalshoeken een eigen inbreng in heeft.

Ik ben er dan ook een voorstander van dat de aandacht van de hulpverlening uit gaat naar de zorgmelder. Deze is namelijk diegene welke niet de hulp blijkt te kunnen bieden welke het kind nodig heeft.

Ook de betrokkenheid met het kind loopt volgens dezelfde positionering. De ouders kennen het kind door en door, en alleen zij weten volledig wat het belang van hun kind is en welke zorg hun kind nodig heeft. Ouders zouden een leidende rol moeten hebben als het gaat om zorg. Daarna komt in afnemende mate de rest.

Vreemd genoeg zet Jeugdzorg deze positionering helemaal op zijn kop. In het artikel wordt genoemd dat kindermishandeling een gevoelig onderwerp dat voorzichtig met het kwetsbare gezin moet worden besproken. Ouders weten precies door wie uit de punten 1 tot er met 8 hun kind mishandeld wordt. Echter door de ouders verantwoordelijk te stellen voor het falen van een sociaal stelsel worden de ouders in een verkeerde positie geplaatst.

Jeugdzorg zou alleen van toegevoegde waarde kunnen zijn als het eerst zijn positie leert kennen binnen de samenleving. Dat kan alleen als alle gezinsvoogden leren om in de eerste plaats te luisteren naar de ouders. Kijk dan op welk van de punten 1 t/m 8 de hulp faalt, en pak daar de problemen op aan.

Wie weet of zal blijken dat aan punt 1 maar heel weinig gedaan hoeft te worden.
Door Drs. N.J.M.Mul (ouder-ondersteuner in Jz en Kb zaken) op
Geachte heer Gerritsen,
Ik ben zelf arts. Om zo'n titel te krijgen heb ik een bij wet vastgestelde opleiding gevolgd. Ik verwijs u naar de 'Wet op het artsexamen'. Vervolgens ben ik geregistreerd bij het BIG-register, dat bewaakt of ik wel voldaan heb aan de eisen en me netjes gedragen heb volgens de 'regelen der kunst'. Mocht ik dat laatste niet doen, dan kan u of ieder ander mij aanklagen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
Ik ben zoals dat heet 'professional'! Ik verzoek u nu eens op te houden met uw eigen opwaardering door te spreken over de 'Jeugdzorg professional': deze hebben géén bij wet vastgestelde opleiding, géén beroepsregistratie en nog minder rechtspraak, bovendien verschuilen zij zich altijd, met het management als rugdekking, achter 'team verantwoordelijkheid'.

Over de 'handelingsverlegenheid' doet mij dit terugdenken aan de korte tijd dat ik in een ziekenhuis als waarnemend zaalarts werkzaam was... In 2 weken tijd kreeg ik maar liefst 3 waarschuwingen van verpleegkundigen over te lage bloeddruk, te lage temperatuur en afwijkend bloedbeeld bij 3 verschillende patiënten....Ik ben gigantisch BOOS geworden...WAAROM? bloeddruk werd standaard 2x per dag gemeten bij ALLE patiënten, temperaturen 2x per dag en bloedprikken voor 'standaard bloedonderzoek' 3x per week... Alle 3 de patiënten waren stervenden, uitbehandeld en uitgezaaid kanker.. Toen ik vroeg WIE heeft opdracht gegeven om dit te doen het excuus: 'dat staat in ons protocol, wij MOETEN toch WAT DOEN'... en daarom vallen jullie stervende mensen zó lastig? Ik heb in mijn boosheid gezegd: 'JA, je moet WAT DOEN: TLC, Tender Love and Care maar degene die het nog waagt om deze patiënten hetzij lastig te vallen met bloeddrukmeters, thermometers dan wel naalden krijgt grote ruzie met mij.....'. Ik vergelijk 'jeugdzorg':
KLAKKELOOS worden allerlei protocollen losgelaten, vooral niet of heel weinig ouders gerespecteerd, vooral geen onderzoek doen naar waarheid en dan de ene 'jeugdzorg interventie' na de andere op ouders en kinderen loslaten... men geeft dan de indruk 'wat te doen'!
Nog een vergelijking met artsen: bij artsen is het een kunstfout te oordelen zónder een patiënt gezien te hebben, een goed onderzoek begint immers met kijken, de patiënt respecteren, dan het uiteindelijke onderzoek en de adequate behandeling dan wel doorverwijzen naar een specialist. Jeugdzorg: we beginnen met de behandeling, nemen de (anonieme) meldingen als waarheid aan, gaan kinderen 'beschermen' door op voorhand de ouders als slecht neer te zetten en dan... Dat circus weet een ieder, behalve u als directeur...(Ik heb het hier even niet over de protocollen, die zal u uitstekend weten, maar over de emotie, verdriet en wat u kinderen en ouders aandoet met 'jeugdzorg'). Geeft het u niet te denken dat ouders juist zo blij zijn om van 'jeugdzorg' áf te zijn?
.Als u zich geloofwaardig wil maken bij de transitie van de jeugdzorg en uw voorstel 'maak jeugdzorg overbodig' in de praktijk wilt brengen stel ik voor ouders op de eerste plaats te respecteren en bij eenvoudige problemen ouders hulp te geven op vrijwilligersniveau als 'Home Start', maatjesprojecten 'eigen kracht' enz. en bij kind-gerelateerde problemen éérst onderzoek door een échte deskundige als kinderpsycholoog dan wel psychiater, zodat direct de juiste hulp kan worden gegeven door échte professionals, mét beroepsregistratie en -rechtspraak!
Dit maakt BJZ geheel overbodig, doet recht aan art. 24 IVRK dat een kind recht heeft op onderzoek door échte deskundige van het hoogste niveau en bespaart gigantisch! (U weet zelf wel wat een OTS (8000€ p.kind/jaar en een UHP u oplevert!)

Verder raad ik u aan eens te kijken op de 'Darkhorse Jeugdzorg-blog' van Sven!

Drs. N.J.M.Mul, arts
Door Sven Snijer (schrijver, publicist en criticus Jeugdzorg) op
Redactie Jeugdzorg Dark horse: De ontschotting van de jeugdzorg is iets waar niemand op tegen is. Dat er einde moet komen aan de perverse prikkels, lijkt me een logische zaak, al zal de politiek anders dan Gerritsen het zou wensen, hier geen haast mee maken, omdat dit probleem door de transitie vanzelf verdwijnt. Dat daar nog veel gezinnen onder zullen lijden, omdat die perverse prikkels nog minstens twee jaar blijven bestaan, deert ze niet.

Maar waar legt Gerritsen de verantwoordelijkheid voor het disfunctioneren van jeugdzorg neer? Hij kwettert een beetje over de verantwoordelijkheid van politici, de jeugdzorgtop, het middenkader waar ze de problemen naar elkaar toeschuiven (klopt, het is een verrotte cultuur) maar uiteindelijk komt toch alles op de schouders van de ‘jeugdzorgprofessional aan de frontlijn’. Dus terwijl de hele organisatie van hoog tot laag bevolkt wordt door handelingsverlegen probleemontkenners, moet de oplossing uiteindelijk komen van de laagst betaalden en tegelijkertijd minst geschoolden. Nee, dat is een goede strategie!

Zeer hinderlijk blijft ook zijn eenzijdige focus op de zaken waar jeugdzorg te laat ingreep, ten koste van het veelvoorkomende onrecht dat jeugdzorg ook vaak te vroeg en te hard ingrijpt, waar ook veel kinderen voor het leven door beschadigd raken. Handelingsverlegenheid is één probleem, ‘trigger-happy’ zijn, is het andere. Mijn bezwaar tegen de learn-by-doing-benadering voor ‘jeugdzorgprofessionals’ is dat het zo onnodig is om alle fouten uit het verleden maar te blijven herhalen, om stap voor stap tot een effectieve methode te komen. Er is in het verleden zoveel misgegaan, dat er in de archieven van Jeugdzorg (en de Raad / misschien kunnen ze samenwerken?) voor jaren en jaren lesmateriaal te vinden is om te leren wat je allemaal niet moet doen. Dat kun je omgekeerd formuleren tot positieve doelstellingen aangaande de vraag wat je dan wél moet doen. (Het tegenovergestelde van waar je de schade mee hebt aangericht)

En mijn advies is daarbij om niet alleen op papier te erkennen wat er fout is gegaan, en naar elkaar toe, in collegiaal overleg veelbetekenend het hoofd te schudden, maar daar ook de gezinnen bij te betrekken die door de jeugdzorg’hulp’ werden vernield.

Ik heb goede en leerzame onderzoeksvragen opgesteld voor de aankomend professionals aan de jeugdzorgslachtoffers:

- Waar voelde u zich het meest door vernederd?
- Wat heeft u het meeste pijn gedaan?
- Wat was er van uw kind geworden als het gewoon thuis had kunnen blijven wonen?
- Welke signalen die u gaf werden door jeugdzorg niet opgepikt?
- Wat had u tegen de kinderrechter willen zeggen, waar geen tijd voor was?
- Over welke zaken heeft de gezinsvoogd gelogen?
- Welke conclusies van jeugdzorg waren voorbarig?
- Op wat voor manier is uw vertrouwen in de hulpverlening beschadigd?
- Heeft de rechtstaat voor u nog betekenis?
- Hoe lang heeft u tevergeefs gevraagd om diagnostisch onderzoek?
- Hoe lang bent u door uw ex, via Jeugdzorg lastig gevallen?
- Hoeveel AMK-treitermeldingen zijn er tegen u gedaan?
- Welke instanties hebben er tegen uw gezin samengespannen?
- Hoe is de klachtenprocedure u bevallen?
- Hoezeer heeft uw zelfbeeld / eigenwaarde geleden onder de bejegening van jeugdzorg?
- Hoeveel (gerechtelijke) kosten heeft u gemaakt door jeugdzorg?
- Hoezeer heeft uw gezondheid geleden onder jeugdzorg?
…..
(Het is nog niet compleet, maar het is alvast een begin)

Sven Snijer
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com
Door J. Kop op
Vreselijke schrijfsels van die Erik Gerritsen. Weer zo'n PvdA-graaier die alle misstanden in de jeugdzorg met dure woorden probeert goed te praten. Bah !
Door Rina Beers (senior beleidsmedewerker) op
Als ik het goed begrijp is de heer Gerrits
bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Welke handelingsverlegenheid ervaart hij in het hier en nu om zijn woorden in de praktijk te brengen? Waaruit bestaat zijn rugdekking voor zijn medewerkers? Hoe geeft hij het goede voorbeeld en werpt hij zijn handelingsverlegenheid af?

Door Koert Vrijhof op
Wat een woordenbrij en moeilijk taalgebruik! Graag wat simpeler schrijven, dan kan een leek, zoals ik, het beter volgen.
Voorbeelden, vooral uit het begin van het artikel:
- transitie en transformatie
- landelijk systeemniveau
- door de keten/het netwerk te leveren gezamenlijke betekenisvolle prestaties gebaseerde (= tangconstructie)
- non samenwerking
- beleidsinhoudelijke fundament
- escalatietafels