of 59212 LinkedIn

Gewoontes

In de tijd van mijn opa, zo begin vorige eeuw, was het tamelijk gebruikelijk om je kinderen af en toe flink te meppen. Hij had er tien (naast 8 koeien, 5 kippen en 2 varkens). In het dorp zeiden ze dat ie toch eens zijn jongens moest ‘aanpakken’. Maar hij weigerde categorisch om zijn kinderen (en vrouw) te slaan. ‘Je slaat het kwaad er zó in, en er nooit meer uit’, zei hij altijd, mijn wijze opa. Zo is het ook (met goeie en slechte) gewoontes.

Neem nu de goeie maar toch ook wel ‘kwaaie’ gewoonte van ons parlement om ‘in termijnen’ te spreken in plaats van rechtstreeks te debatteren. Die gewoonte is er na 1917 ingekomen na de invoering van het algemeen- en twee jaar later het vrouwenkiesrecht. Er kwam toen veel meer ‘gewoon volk’ in het parlement, meer partijen ook. Die hadden niet de discipline om ordelijk te vergaderen. Het debat ontaardde in gekrakeel waarbij iedereen door elkaar sprak en niemand het nog kon volgen. Het woord ‘parlement’ betekent ook letterlijk ‘praatje’. Bij reglement van orde werd er toen een eind aan gemaakt. Spreken in termijnen binnen de per partij toegemeten spreektijd was een feit.

 

Een soort ‘slots’ zoals in de luchtvaart, zodat vliegtuigen niet in elkaars vliegwater komen.

Sinds zo’n 100 jaar spreken onze vertegenwoordigers dus in twee (of drie) termijnen. Dat wil zeggen dat iedere fractie over een onderwerp het woord krijgt, zijn zegje doet, zijn vraag stelt aan minister of wethouder. En dan naar de volgende spreker. Gááp.

 

Zo ontstaat er geen debat, hoogstens bij interruptie. Maar de voorzitter kapt interrupties vaak af, want er moeten nog tig fracties volgen en nog eventueel een tweede of derde termijn. En dan is het al weer bijna middernacht. Onduidelijkheid troef: geen debat, geen duidelijk onderscheiden standpunten, ieder sluit zich, al dan niet, aan bij de vorige spreker. Maar wel altijd met een ’maar’…en de spreker voegt iets of een vraag toe. En dat, terwijl bijna iedereen snakt naar debat in plaats van het vraag- en-antwoordspel met minister of wethouder.

 

Vele gewichtige rapporten onderstrepen het belang van wijziging van ons parlementaire stelsel en verdwijnen in een la. In Angelsaksische parlementen hebben ze daar minder last van, want daar zijn maar twee partijen die ieder ongeveer de helft van alle spreektijd hebben, genoeg voor echte debatten. In het Britse parlement zitten die twee partijen tegenover elkaar met een afstand ertussen die (sinds 1600 of zo) net iets breder is dan twee zwaardlengtes, zodat ze mekaar nét niet kunnen prikken. Maar ze kunnen prachtig schelden tegen elkaar. Trouwens, ons parlement wordt ook wat heftiger. Schelden in termijnen. 

 

Gewoontes worden zó ingevoerd, maar je krijgt ze er (bijna) niet meer uit. Hoewel, lees het onthutsende boek van Marcel ten Hooven ‘De ontmanteling van de democratie’. Het zou kunnen zijn dat ‘het kwaad’ zomaar in no time inbreekt in democratische gewoontes.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Elly Min op
Hij was echt niet gek, onze opa. Ik zou graag nog eens met hem in debat. Je kon heerlijk filosoferen met hem. Hij luisterde. En gaf zijn visie zodat je samen een beeld kon vormen. Het is een kunst om zo met elkaar om te gaan terwijl ieder in zijn waarde blijft.