of 59345 LinkedIn

Gemeenten: tel je buurtwerkers!

Over duurzaamheid breekt iedereen zich het hoofd, maar over onze sociale duurzaamheid en sociale biodiversiteit hoor je weinig en daar is ook veel mee aan de hand. In de microkosmos van onze buurten wordt de buurtwerker met uitsterven bedreigt. Niemand die het in de gaten lijkt te hebben.

Iedereen kent de krantenberichtjes over getelde weidevogels, huismussen of bijenvolken. Hun aantallen lopen terug en biologen houden ons de gevolgen voor. Verdwijnt de bij, dan heeft dat ingrijpende gevolgen voor de voedselzekerheid, maar ook uit het ecosysteem van een buurt kan je niet zomaar een schakel wegnemen. Die schakel is de buurtwerker. Een buurtwerker definiëren we voor het gemak als iemand die zich met de buurt bezig houdt. In een ver verleden kon je ze nauwkeurig tellen toen Haagse departementen nog de Rijkssubsidieregeling Samenlevingsopbouw kenden. Met de decentralisatie van het welzijnswerk naar gemeenten zijn de buurtwerkers steeds verder zoekgeraakt in CBS-statistieken onder noemers als ‘sociaal cultureel werk’ en ‘lokaal welzijn’.

 

Anno 2019 zijn er officieel ook alleen nog maar ‘sociaal werkers’, een container waar ook o.a. maatschappelijk werkers en peuterspeelzaalwerkers onder vallen. De laatsten houden zich vooral met individuen en groepen bezig, zoals ook medewerkers in de jeugdzorg, de thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de verpleeghuiszorg, de ouderenzorg en de geestelijke gezondheidszorg. In deze sectoren zijn er de banen, de vacatures, de investeringen, de opleidingen voor jonge mensen. En we weten vrij precies hoeveel mensen er werken.

 

Ons zorg- en welzijnsbeleid individualiseert in een hoog tempo. De wijkteams zijn daar ook  een illustratie van. Ook zij richten hun aandacht vooralsnog vooral op hulpverlening aan individuen. Hier kan de buurtwerker uitkomst bieden, want heel veel wijken zijn behoorlijk ingewikkeld geworden. Ze moeten inclusief zijn, iedereen moet er steeds langer zelfstandig thuis kunnen wonen en ze herbergen een groeiende en vaak snel wisselende diversiteit aan bevolkingsgroepen. Buurtwerkers met aandacht voor het wijkweefsel, het ‘wij in de wijk’, gemeenschap, contact, verbinding, ontmoeten, activiteiten en gezelligheid zijn hier een noodzakelijke toegevoegde waarde.

 

Maar hoeveel buurtwerkers (of dorpswerkers) hebben we eigenlijk nog in onze gemeenten? Ik was eerst van plan een signalement van de buurtwerker te maken, zoals je dat ook hebt van de grutto, zodat er geteld kan worden, maar verstandiger lijkt me dat gemeenten zelf met een aantal van hun belangrijkste maatschappelijke organisaties een eerste beredeneerde schatting maken. En dan niet met het verhaal komen dat de wijkagent, mijnheer pastoor, de imam, de corporatiemedewerker en de voorzitter van de winkeliersvereniging eigenlijk ook buurtwerkers zijn. Als ze goede professionals zijn, zijn ze dat een beetje. Maar een buurtwerkers is er helemaal voor de buurt. Zijn ze echt aan het uitsterven of zijn er toch meer dan je denkt? In Indonesië hadden ze laatst ook meer tijgers geteld dan iedereen voor mogelijk hield. Je weet maar nooit. Vind ze, red ze en vermeerder ze. CBS registreer ze. Ingewikkelde buurten kunnen niet zonder hen.

 

Radboud Engbersen (Movisie)

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Paul van Os (Opbouwwerker) op
Duidelijke toelichting Radboud.
Elke wijk, elk dorp, zijn eigen buurt/dorpswerker, cq opbouwwerker, maar ook een eigen jongerenwerker. Herkenbaar voor alle inwoners. Present, aanspreekbaar, ...
Tio: slecht het verschil in functieschalen tussen 1e en 2e lijn. Ieder heeft een vergelijkbare verantwoording. Dan blijven er ook meer mensen beschikbaar voor de 1e lijn, met de voeten in de klei.
Groeten en een fijne zomer.
Door Marrianne den Uil (Buurtwerker) op
Wat een mooi artikel, het deed me denken aan de opbouwwerker van vroeger. Hopelijk mogen meer buurtwerkers nu die rol weer gaan vervullen met de aantrekkende economie, iedere wijk kan zo’n neutrale sleutelfiguur gebruiken.