of 59147 LinkedIn

De knijpende ‘knip’ en de klemmende transitie van de zorg

Iedereen in de jeugdzorg/ggz waarschuwde al jaren vóór de zorgtransitie dat er een probleem zou komen met de ‘knip’ tussen jeugdzorg (tot 18 jaar) en volwassenenzorg. De overgang zou te rigoureus zijn.

Kinderen zouden zodra ze 18 werden, worden losgelaten in de wijde wereld van zorgverzekeraars. Of je moet je jeugdtehuis of pleeggezin uit en maar zien. De Jeugdwet van 2015 maakte het dan ook mogelijk dat - als een 18-minner vóór zijn achttiende zorg ‘geniet’ en het ziet ernaar uit dat dat nog een tijdje door moet gaan - de gemeente dan zorgt voor continuïteit tot 23 jaar. Dat is ongeveer de leeftijd waarop volgens breindeskundigen de hersenen van een mens klaar zijn.

 

De Ombudsman in de regio Amsterdam loopt toch tegen de beruchte ‘knip’ aan. Bovendien zorgt de transitie van een aantal zorg-kokers naar gemeenten ook nog eens voor overgangsproblemen. Dubbele overgangsklem! Niet alleen de Jeugdwet maar ook de ‘nieuwe’ Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet langdurige zorg, de Participatiewet en nog zowat, sturen een mooie ‘integrale’ overgang in de war.

 

Zo moest een moeder met haar 18-minner zoon in 2016 veranderen van de jarenlange zorg voor haar zoon, omdat de financiering veranderde: van zorgverzekerlijke Pgb naar gemeentelijke Jeugdwet of Wmo. De gemeente ging alles opnieuw beoordelen en vroeg zich af of dit wel de goeie zorg was door moeder bij deze zoon. Moest moeder zich niet wat losser maken van zoon op weg naar meer zelfstandigheid? Om te beginnen zou zoon bijvoorbeeld zelf zijn medicatie kunnen gaan regelen/innemen, aldus de gemeentelijk adviseur.

 

Dat ging helemaal mis, tot aan zoons poging tot zelfdoding. Moeder moest bovendien opeens een andere administratie voeren ter verantwoording van de zorg. Inmiddels werd zoon 18-plusser. De adviseur had de nogal heftige overgang van 18- naar 18+ niet zo gauw door. Hij wist misschien nog niet dat ook de Jeugdwet de Pgb-mogelijkheid kent, wat voor continuïteit kan zorgen tot zoonlief 23 jaar werd. Moeder in verwarring, boos. Ombudsman, help!

 

Er kwam goede hulpverlening met een maatschappelijk werkster: het gaat hier om de vraag wat in dit gezin nodig is. Zij vond dat de gemeente de huidig toegekende 9 uren zorg met spoed moest terugdraaien naar de oorspronkelijke 20 uren van vóór de transitie respectievelijk de knip. Het klikte helaas niet tussen moeder en de (jonge) maatschappelijk werkster. Zonder klik schiet het niet op in de zorg. Naar de Ombudsman. Die zei: ik ben geen hulpverlener, maar de gemeente doet er goed aan om eerst te werken aan de relatie zodat moeder in staat wordt gesteld haar volwassen wordende zoon ruimte te geven om zelfredzamer te worden.

 

Een mondvol zorgjargon, maar ja. Een daaropvolgend gesprek met een arts van het gemeentelijk indicatiebureau loopt mis - te veel gerichtheid op de zoon? Weer naar de Ombudsman. Volgende stap: haal de eerdere hulpverlening erbij. Die gaan dan een ervaren gezinsprofessional inzetten die wél een klik kan maken met moeder en zoon.

Het blijft spannend!

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.