of 59162 LinkedIn

Borderline-samenleving

Ik ben een fan van de Vlaamse psychiater-filosoof Dirk de Wachter. Die schrijft zo mooi over zoveel echte dingen, dat ik mij in deze column gewoon een keer overgeef aan zijn gedachten. In zijn boek Borderline - Het einde van de normaliteit (2012) vergelijkt hij de in de ggz bekende borderline-persoonlijkheidsstoornissen met de stoornissen van onze samenleving.

Het gaat dan om leegte en zinloosheid, om instabiele en intense relaties die opeens omslaan in totaal het omgekeerde, om verlatingsangst en egocentrisme. Toegepast op onze maatschappij vertoont deze in zijn ogen zulke stoornissen. Maar tegelijk ziet hij dat gewone levensverschijnselen steeds vaker en ten onrechte worden ‘gepsychiatriseerd’. In zijn nieuwste boek (De wereld van De Wachter) is hij steeds kritischer. Hij wil geen afbreuk doen aan de prestaties van de geneeskunde, maar in Vlaanderen zijn er nog nooit zoveel mensen langdurig ziek en werkonbekwaam. De hoge (medische) technologisering ten spijt, vinden artsen niets bij deze patiënten. Want wat ze zoeken zit in ‘het verhaal’ van hun patiënten. Stilstaan bij het verhaal in plaats van meteen bij hoofdpijn hersenscannen of paracetamollen. Daarbij is de classificatie van mensen in allerlei diagnoses zeer hinderlijk - bedoeld wordt het vuistdikke DSM-boek dat in de psychiatrie helpt om stoornissen en aandoeningen te beschrijven. Aldus De Wachter in Medisch Contact (8 december 2016/blz. 15.)

In plaats van hulpmiddel voor de professionals is dit DSM-gedoe naar mijn ervaring uitgegroeid tot een verplichte protocollering waarin ieder mens moet worden ingedeeld, op last van de zorgverzekeraars.

Het is de diagnose, stupid! Geen diagnose à la DSM? Dan geen vergoeding. Dus plak je als ggz'er maar een etiket op, anders komt jouw patiënt of kom jijzelf in de financiële knel. Maar er vloeit nog veel meer knel uit etikettering. Een mens wordt zijn diagnose. Kijk naar spreektaal: hij is autistisch i.p.v. hij heeft autisme. Subtiel, maar toch.

Terug naar De Wachter. Hij ziet dat diagnoses uitgroeien tot verklaringen: als iemand zichzelf steeds weer verwondt (automutilatie), dan zegt zo iemand: ja, ik ben een borderliner, weet je. Alsof de diagnose de verklaring is van het gedrag. Ik zie het ook bij ouders: als hun zorgen-kind maar een diagnose krijgt, want … - gelukkig, het ligt niet aan ons kind noch aan ons. Het is de diagnose. Mét etiket wordt de behandeling ook nog eens vergoed. Dubbele winst. Maar niet voor het kind, want die torst zijn hele leven dat etiket met zich mee.

De Wachter noemt de breindiscussie/technologie ‘de illusie van de begrijpelijkheid’. Namelijk dat je de diagnoses in de hersenen zal kunnen zien en dan heel gericht de juiste medicatie inzetten. Droom van psychiaters. Gaat niet lukken, zegt De Wachter. De menselijke existentie is niet terug te voeren tot enkel hersenen. De mens is meer een verhaal, niet los te zien van de wereld. De meest wezenlijke dingen in ons bestaan zijn dingen die interactie vergen tussen mensen: liefde, vriendschap, samenleving (maar ook oorlog en geweld, zeg ik erbij). Je kunt moeilijk liefde of vriendschap of samenleving (of oorlog) hebben in je eentje op een onbewoond eiland.  

Neemt niet weg dat er ook blijvende aandoeningen zijn, diagnose of niet, die met ‘een verhaal’ noch met pillen goed zijn op te lossen. De nachtmerrie van psychiaters. Ik wens mijzelf en u allen voor 2018 toch maar de illusie van de begrijpelijkheid.

Mechtild Rietveld
Meer columns van Mechtild Rietveld leest u hier.

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Elly Min (oma) op
Zo herkenbaar. En zelfs als er geen diagnose gesteld kan worden kan jouw kind, zonder fysiek contact met de psychiater (alleen gesprekken met stagiaires), toch een portie Ritalin ophalen bij de apotheek. Heb ik me altijd over verbaasd. Gelukkig was mijn kind verstandiger en hij koos een partner die hem wel kon en wilde helpen. Intermenselijk contact werkt beter.