of 60831 LinkedIn

Weg naar wettelijke schuldsanering is 'hindernisbaan'

Ombudsman Reinier van Zutphen: ‘Steeds meer burgers blijven met hun schulden zitten, hebben geen toekomstperspectief en belanden financieel en maatschappelijk – vaak voor lange tijd – op een zijspoor. Door de coronacrisis komen nog veel meer burgers in problematische schulden terecht. Hierdoor zal de behoefte aan een goed toegankelijk Wsnp-traject verder toenemen.'

Per saldo komen steeds minder mensen in aanmerking voor een schuldenvrije toekomst. Dat komt omdat mensen die hun weg proberen te vinden naar de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) op verschillende terreinen knelpunten en belemmeringen tegenkomen, meldt de Nationale Ombudsman vandaag.

Crisis
Ombudsman Reinier van Zutphen: ‘Steeds meer burgers blijven met hun schulden zitten, hebben geen toekomstperspectief en belanden financieel en maatschappelijk – vaak voor lange tijd – op een zijspoor. Door de coronacrisis komen nog veel meer burgers in problematische schulden terecht. Hierdoor zal de behoefte aan een goed toegankelijk Wsnp-traject verder toenemen. Dat maakt de dalende instroom nog alarmerender en moeilijker te accepteren.‘

Knelpunt
Uit het onderzoek van de ombudsman blijkt dat de gemeentelijke schuldhulpverlening een van de knelpunten is die de toegang tot de Wsnp tot een 'hindernisbaan' maakt. Mensen met schulden worden door de gemeente namelijk niet altijd voorgelicht over de mogelijkheden van de Wsnp. Soms schildert een schuldhulpverlener de Wsnp ten onrechte als een kansloze optie af. Ook krijgen inwoners niet altijd begeleiding bij het indienen van een Wsnp-verzoek, terwijl dat voor de meeste burgers te ingewikkeld is om zelf te doen. Gemeenten behoren in de toeleiding naar, tijdens en na het Wsnp-traject professionele ondersteuning aan te bieden, stelt ombudsman Van Zutphen.

Daling
De aanleiding voor het onderzoek is het feit dat sinds 2014 steeds minder mensen in aanmerking komen voor de Wsnp. In de periode van 2014 tot 2019 is het aantal mensen dat gebruik maakte van deze regeling met 62 procent gedaald. In 2019 hadden ongeveer 7.500 mensen toegang tot de regeling.

Laatste redmiddel
De wettelijke schuldsanering komt in beeld als een zogenaamde minnelijke regeling niet mogelijk is. Bij een minnelijke regeling maakt een schuldhulpverlener afspraken met schuldeisers. Daarbij wordt doorgaans een deel van de schuld kwijtgescholden en de persoon met schulden wordt geholpen om binnen een bepaalde periode, vaak drie jaar, het resterende bedrag af te lossen. De wettelijke schuldsanering is een laatste redmiddel dat een schuldhulpverlener kan inzetten wanneer schuldeisers niet akkoord gaan met de voorgestelde regelingen. De rechter bepaalt dan dat de schulden, na een traject van drie jaar waarbij onder bewindvoering zo veel mogelijk wordt afbetaald, weggestreept worden.

Niet gecompenseerd
Uit het jaarverslag van de NVVK, de vereniging voor schuldhulpverleners, bleek onlangs dat er in 2019 inderdaad fors minder mensen zijn doorverwezen naar de Wsnp dan in het jaar daarvoor. De NVVK schrijft: ‘De trend lijkt dat met een toenemend succes van minnelijke schuldhulp en begeleiding van hulpvragers de instroom in Wsnp-trajecten afneemt. Het heeft ook onze voorkeur om zo mogelijk altijd met de lichtste vorm van hulpverlening te beginnen. De Wsnp staat aan het eind van die keten.’ Maar de Nationale Ombudsman benadrukt dat de daling van het aantal Wsnp-trajecten niet wordt gecompenseerd door een stijging van het aantal minnelijke trajecten via de gemeentelijke schuldhulpverlening. ‘Per saldo komen dus steeds minder burgers in aanmerking voor een schuldenvrije toekomst’, aldus de ombudsman.

Tekst loopt door onder afbeelding
Afbeelding
Bron: Nationale Ombudsman

Onredelijk lang
Andere knelpunten die de ombudsman vond lagen bij de wetgeving rondom de Wsnp. Mensen met een zogenaamde 'fraudeschuld' bij UWV, SVB of gemeenten worden voor tien jaar uitgesloten van het minnelijk traject. Hierdoor worden niet alleen echte fraudeurs bestraft maar ook burgers die te goeder trouw zijn en een vergissing maken, schrijft Van Zutphen. Volgens de ombudsman zou deze onredelijk lange tienjaarstermijn verkort en gelijkgesteld moeten worden aan de termijn van de goede trouw binnen de Wsnp-regeling (nu vijf jaar). Deze maatregelen zouden veel burgers een snellere route verschaffen naar een schone lei. Het zou het minnelijk traject effectiever maken en veel tijd, geld en moeite besparen.

Wachtkamer
Als een schuldenaar het traject tussentijdse beëindigt, moet hij tien jaar wachten om opnieuw een verzoek in te kunnen indienen. De rechter kan hier niet van afwijken. Hierdoor zitten burgers een onmenselijk lange tijd in de 'wachtkamer' van de Wsnp. De ombudsman vindt dat deze tienjaarstermijn moet worden verkort. Daarnaast moet de Wsnp-rechter altijd de ruimte krijgen om maatwerk te leveren en rekening te houden met de omstandigheden en de belangen van de verzoeker. Ook vindt de ombudsman het wenselijk dat mensen onder voorwaarden toegang kunnen krijgen tot de Wsnp als de gemeente er niet in slaagt om binnen een redelijke termijn (van bijvoorbeeld zes maanden) een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jeanette Kram (eigenaar Kram & Meersma SHVO) op

De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen deed onderzoek naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. De weg naar de wettelijke schuldsanering is een hindernisbaan, schrijft Binnenlands Bestuur. Dat geldt voor particulieren. Maar ondernemers komen er in de meeste gemeenten niet eens aan toe om zelfs ook maar één stap te zetten op die hindernisbaan. Een groot probleem dat dringend aandacht verdient.

Vastlopen in onduidelijkheid
Ik plaats graag een kritische noot bij de werkwijze van veel Nederlandse gemeenten als het gaat om schuldhulpverlening voor specifiek de groep ondernemers. Want de hindernisbaan naar de schone lei is voor veel ondernemers nog een fikse slag groter dan voor particulieren. Mijn ervaring is dat zij bij het gros van de Nederlandse gemeenten vastlopen in onduidelijkheid over de vraag op welke hulp zij kunnen terugvallen.

Schuldhulpverlening ondernemers
Wie schulden heeft moet eerst het minnelijke traject door voordat hij of zij bij de WSNP, de wettelijke regeling uitkomt. Het toeleiden van ondernemers voor schuldhulpverlening verloopt in de praktijk veel moeilijker dan bij ‘normale’ burgers. Veel gemeenten voorzien nog steeds niet in een minnelijke vorm van schuldhulpverlening voor ondernemers. In die gemeenten komt een ondernemer dus ook nooit uit bij de WSNP.

Gemeente moet aanbod hebben
Elke particulier kan naar de kredietbank, maar omdat je bij de KvK bent ingeschreven kun je dat ineens niet. Volgens de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening moet de gemeente schuldhulp aanbieden aan natuurlijke personen. De VOF of een eenmanszaak is ook een natuurlijke persoon. De rechter heeft in 2019 de WSNP ook opengesteld voor ondernemers. Maar de meeste gemeenten hebben er niet in voorzien. Zij verwijzen ondernemers met schulden ten onrechte door naar de BBZ regeling (Bijzondere Bijstand Zelfstandigen). Maar dit is feitelijk alleen een kredietvoorziening. Natuurlijk kan de ondernemer dit krediet ook inzetten voor aflossing van zijn schulden. Maar doet die ondernemer dan een beroep op schuldhulpverlening dan moet hij de kosten daarvoor ook zelf betalen. Uit dat krediet.

Goede voorbeeld
Er zijn gelukkig gemeenten die het belang ervan inzien dat ondernemers ook geholpen moeten worden. De gemeente Amsterdam bijvoorbeeld. Zij neemt de kosten voor schuldhulpverlening voor ondernemers ook voor haar rekening. De gemeente is vrij in de manier waarop ze in schuldhulp aan ondernemers voorzien: ze mag het zelf doen en ze mag het uitbesteden. Beide opties kosten geld. Maar doe het wel goed. Want het levert de ondernemer en niet in de laatste plaats ook de gemeente en de maatschappij veel op.

Jeanette Kram